Regelingen en verlof

Hier staan de meestgestelde vragen over de gevolgen van de coronavirus voor verlof en andere regelingen. Bijvoorbeeld bij werkloosheid en voor uw pensioen.

Kinderen met verkoudheidsklachten en verlof

In principe mogen kinderen met verkoudheidsklachten naar school en de kinderopvang. Het is dan niet nodig om verlof op te nemen.

Mocht dit veranderen en dienen kinderen met verkoudheidsklachten thuis te blijven, dan kunt u het beste met uw werkgever overleggen of het mogelijk is om thuis te werken.

Is dat niet het geval, dan heeft u op de eerste dag recht op calamiteitenverlof. Uw loon wordt dan volledig doorbetaald.

Vervolgens heeft u recht op 2 weken kortdurend zorgverlof. U kunt dit bij uw werkgever aanvragen. Uw werkgever dient dan 70% van uw loon door te betalen met als minimum het wettelijk minimumloon. De 2 weken gelden voor een periode van 1 jaar.

Heeft u het kortdurend zorgverlof al volledig gebruikt, dan zult u ander verlof moeten opnemen (onbetaald verlof, vakantie, compensatieverlof) of met uw werkgever moeten overleggen of u bijvoorbeeld de niet gewerkte uren later kunt inhalen.

Mogelijkheden voor flexwerker zonder werk

De regels voor werknemers die werkloos worden, veranderen niet. Als u uw werk verliest, kunt u bij UWV een WW-uitkering aanvragen. Doe dit zo snel mogelijk na uw laatste werkdag, uiterlijk 1 week daarna. Let op: ook als oproepkracht, bijvoorbeeld met een nulurencontract, kunt u recht op WW hebben.

Mogelijkheden bij nulurencontract

Als de oproepkracht niet wordt opgeroepen en geen loon krijgt, komt hij mogelijk voor een WW-uitkering in aanmerking. Mocht er geen recht op WW zijn, dan kan er recht op bijstand bestaan.

Uitstellen afdragen van pensioenpremies aan het pensioenfonds

Het is goed om eerst te begrijpen hoe de betaling van pensioenpremies is geregeld. Werkgevers maken afspraken met hun pensioenuitvoerder over premiebetalingen en de termijnen die daarbij horen. Die afspraken leggen zij vast in een uitvoeringsovereenkomst. De overheid stelt in de Pensioenwet kaders aan wat partijen over de premiebetaling moeten opnemen in de uitvoeringsovereenkomst. Het is aan de werkgever en de pensioenuitvoerder om hier invulling aan te geven. De werkgever draagt zowel zijn deel van de pensioenpremies af, als het deel dat de werknemers zelf betalen voor hun pensioenopbouw. Dit houdt de werkgever in op het bruto salaris van de werknemer.

In de Pensioenwet staat dat de maandelijkse pensioenpremie 2 maanden na afloop van de maand waarover de premie verschuldigd is, aan de pensioenuitvoerder moet worden betaald. Dit is de uiterste betalingstermijn. Soms hanteren pensioenuitvoerders een kortere betalingstermijn. En zijn de afspraken dus strenger dan volgens de wet noodzakelijk. Werkgevers kunnen dan, gezien de uitzonderlijke situatie van dit moment, met hun pensioenuitvoerder in overleg gaan of coulance mogelijk is. Dat kan dus alleen als de afspraken die de werkgever met de pensioenuitvoerder heeft gemaakt, strenger zijn dan de wettelijke betalingstermijnen. De betalingstermijn zou dan opgerekt kunnen worden naar 2 maanden. Daarbij moeten altijd de belangen van de deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden worden meegewogen. Net zoals de belangen van de werkgever en de pensioenuitvoerder.

Overigens worden werkgevers die gebruikmaken van de NOW-regeling ook tegemoetgekomen in de kosten aan pensioenpremies. Bovenop de loonsom komt 30% opslag voor de opbouw van vakantiegeld, pensioenpremies en werkgeverspremies.

Bekijk ook: