Veelgestelde vragen van ouders over coronavirus en kinderopvang

De kinderdagopvang (kinderen tot 4 jaar) en de gastouderopvang  (kinderen tot 12 jaar) zijn volledig open. Kinderen kunnen weer op hun normale vertrouwde dagen op de buitenschoolse opvang (BSO) terecht. De vergoeding die ouders van de overheid ontvingen voor het doorbetalen van de eigen bijdrage voor de kinderopvang is gestopt. De vergoeding dekt de periode van 16 maart tot 8 juni.

Regels na vakantie in land met oranje reisadvies

Wat zijn de regels voor kinderen die op vakantie zijn geweest in landen met een oranje of rood reisadvies vanwege het coronavirus?

Het wordt afgeraden om op vakantie te gaan naar ‘oranje landen’, voor ‘rode landen’ geldt een negatief reisadvies. Ouders moeten zich bewust zijn van de verantwoordelijkheid die zij hebben voor het op reis gaan naar gebieden waar een oranje of rood reisadvies geldt of mogelijk kan gaan gelden. Zij kunnen het reisadvies controleren op Nederlandwereldwijd.nl

Iedereen die terugkomt uit een land met een oranje of rood reisadvies vanwege het coronavirus, wordt dringend geadviseerd 14 dagen in quarantaine te gaan.

Kinderen van 4 tot en met 12 jaar mogen wel naar school, kinderopvang (waaronder buitenschoolse opvang en gastouderopvang) en aan sportactiviteiten deelnemen, tenzij:

  • het kind 1 van de volgende klachten heeft: neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn, hoesten, verhoging tot 38 graden, koorts en/of plotseling verlies van reuk of smaak;
  • een huisgenoot van het kind koorts (boven 38 graden Celsius) en/of last van benauwdheid heeft.

Ouders mogen hun kinderen tijdens hun eigen 14 dagen thuisquarantaine niet halen of brengen. Bijvoorbeeld naar school, kinderopvang of sportactiviteiten. Hiervoor zullen ze anderen moeten vragen.

Voor kinderen tot 4 jaar geldt op basis van het dringende advies voor thuisquarantaine na aankomst in Nederland, dat zijn de eerste 14 dagen na thuiskomst niet naar de kinderopvang of gastouderopvang gaan.

Waarom is het advies voor kinderen van 0 tot 4 jaar dat zij niet naar de kinderopvang gaan, als zij terugkomen uit een land met een ‘oranje’ of ‘rood’ reisadvies?

Voor kinderen die terugkomen uit een land met een oranje of rood reisadvies vanwege het coronavirus, wordt hetzelfde (quarantaine)beleid gehanteerd als voor kinderen die in nauw contact zijn geweest met iemand (buiten hun gezin) die positief is getest op COVID-19. Zie ook het Protocol bron- en contactonderzoek Covid-19 van het RIVM; mensen die terugkeren uit een land met oranje of rood reisadvies vanwege het coronavirus worden gelijk behandeld met mensen in “categorie 2: overige nauwe contacten”.

Op basis van dit protocol mogen kinderen van 4 tot en met 12 jaar, na terugkomst uit een land met een oranje of rood reisadvies vanwege het coronavirus, wel naar school en kinderopvang (waaronder buitenschoolse opvang en gastouderopvang), tenzij zij corona-gerelateerde klachten hebben of een huisgenoot met koorts en/of benauwdheid. Bij deze uitzondering is uitgegaan van de beperkte rol van kinderen in de verspreiding van COVID-19 én het minder intensieve contact dat zij op deze leeftijd hebben met leerkrachten, pedagogisch medewerkers en gastouders.

Voor kinderen tot 4 jaar geldt dat zij tijdens hun quarantaineperiode niet naar de kinderdagopvang of gastouderopvang mogen. Dit is een voorzorgsmaatregel, vanwege het frequente en intensieve contact (verzorging, voeding, knuffelen) dat kinderen in deze leeftijdscategorie hebben met de pedagogisch medewerkers en gastouders.

Wat zijn de regels voor ouders die op vakantie zijn geweest in landen met een oranje reisadvies (wegens een corona uitbraak)?

Het wordt afgeraden om op vakantie te gaan naar ‘oranje landen’, voor ‘rode landen’ geldt een negatief reisadvies. Ouders die terugkomen uit een land met een oranje of rood reisadvies, worden dringend geadviseerd om 14 dagen in quarantaine te blijven. Zij moeten dus thuis blijven en mogen ook niet naar de kinderopvangkomen. Voor eventueel halen en brengen van kinderen zullen ze anderen moeten vragen.

Algemeen

Is er nog noodopvang?

De noodopvang is per 1 juli 2020 gestopt.

Wanneer moet mijn kind thuis blijven?

Het kind mag niet naar de kinderopvang (kinderdagopvang, BSO en gastouderopvang) als:

  • het kind 1 van de volgende klachten heeft: neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn, hoesten, verhoging tot 38 graden Celsius of koorts (boven 38 graden Celsius), plotseling verlies van reuk of smaak, of een combinatie van deze klachten; 
  • als een huisgenoot van het kind koorts (boven 38 graden Celsius) en/of last van benauwdheid heeft.  

Er geldt een uitzondering voor kinderen van 0 tot 4 jaar en kinderen in groep 1 of 2 van de basisschool met neusverkoudheid. Voor deze kinderen geldt dat zij bij een neusverkoudheid gewoon naar de kinderopvang (kinderdagopvang, BSO en gastouderopvang) mogen, behalve:

  • als het kind ook koorts of andere COVID-19 klachten heeft;
  • als het kind een contact is van een patiënt met een bevestigde COVID-19;
  • als een huisgenoot van het kind koorts (boven 38 graden Celsius) en/of last van benauwdheid heeft.

Mag mijn kind met neusverkoudheid naar de kinderopvang?

Voor kinderen van 0 tot 4 jaar en kinderen in groep 1 of 2 van de basisschool geldt dat zij bij een neusverkoudheid gewoon naar de kinderopvang (kinderdagopvang, BSO en gastouderopvang) mogen, behalve:

  • als het kind ook koorts of andere COVID-19-klachten heeft;
  • als het kind een contact is van een patiënt met een bevestigde COVID-19;
  • als een huisgenoot van het kind koorts (boven 38 graden Celsius) en/of last van benauwdheid heeft.

Voor kinderen in groep 3 en hoger gelden de normale regels voor thuisblijven:

  • bij verkoudheidsklachten of andere klachten die passen bij COVID-19. Dat zijn: verkoudheidsklachten, hoesten, koorts (boven 38 graden Celsius), benauwdheid, en/of verlies van reuk of smaak.
  • als een huisgenoot van het kind koorts (boven 38 graden Celsius) en/of last van benauwdheid heeft.

Het RIVM heeft een handreiking bij neusverkouden kinderen opgesteld. De handreiking wordt regelmatig aangepast aan nieuwe ontwikkelingen en inzichten.

Waarom mogen jonge kinderen wel met neusverkoudheid naar de kinderopvang?

Jonge kinderen zijn vaak verkouden en worden daarom nu vaak geweigerd door de kinderopvang omdat neusverkoudheid een klacht van COVID-19 kan zijn.
Bij kinderen verloopt COVID-19 echter niet ernstig en hun rol in de verspreiding van COVID-19 lijkt beperkt te zijn. Daarom mogen kinderen van 0 tot 4 jaar en kinderen in groep 1 of 2 van de basisschool ook met een neusverkoudheid naar de kinderopvang.

Als een kind langdurig verkoudheidsklachten of hooikoorts heeft, kan hij of zij dan wel naar de kinderopvang?

Als het kind elk jaar hooikoorts heeft of chronisch verkouden is, dan herkent de ouder deze klachten. Het kind mag dan gewoon naar school of de kinderopvang. Bij twijfel, of als de klachten anders zijn dan gewend, blijft het kind thuis tot de (nieuwe) klachten voorbij zijn of laat uw kind testen. 

Voor kinderen van 0 tot 4 jaar en kinderen in groep 1 of 2 van de basisschool geldt dat zij bij een neusverkoudheid gewoon naar de kinderopvang (kinderdagopvang, BSO en gastouderopvang) mogen. Zie hiervoor de bovenstaande vragen.

Kan ik mijn kind laten testen? 

Per 1 juni kan iedereen (dus ook kinderen) met de volgende klachten zich laten testen:

  • neusverkoudheid;
  • loopneus;
  • niezen;
  • hoesten;
  • verhoging (tot 38 graden) of koorts (vanaf 38 graden) en/of;
  • plotseling verlies van reuk of smaak.

Kinderen kunnen op verzoek van de ouders worden getest. Ouders zijn echter niet verplicht om hun kind te laten testen.

Scholen en kindercentra mogen niet eisen dat een kind wordt getest. Bij een positieve uitslag wordt bron- en contactonderzoek ingesteld. Bij een negatieve testuitslag mag het kind naar de kinderopvang, als het alleen neusverkouden is en verder niet ziek.

Als op de kinderopvang in een groep 3 of meer kinderen klachten hebben die passen bij COVID-19 wordt geadviseerd om deze kinderen te testen. De kinderopvangorganisatie neemt dan contact op met de GGD. Zie ook de Handreiking uitbraakonderzoek COVID-19 op kindercentra en basisscholen.

Op de pagina Testen op corona vindt u meer informatie over het testen.

Mijn kind behoort tot een risicogroep / iemand uit ons gezin behoort tot de risicogroep. Kan mijn kind naar school, kinderopvang en BSO?

Kinderen met onderliggende medische problematiek lijken geen groter risico te lopen op een ernstig beloop van COVID-19 dan gezonde kinderen.

Bij twijfel of uw kind naar school, kinderopvang of BSO kan, is het verstandig te overleggen met de behandelend (kinder)arts en de schoolleiding.

Wanneer een gezinslid in de risicogroep valt en onder specialistische behandeling is, overleg dan met de arts en de schoolleiding of het kind naar school kan.

Waar kan ik terecht als ik klachten heb over de uitvoering van het protocol Kinderopvang op mijn kinderopvang?

Bij klachten over de uitvoering van het protocol door uw kinderopvangorganisatie kunt u contact opnemen met de kinderopvanglocatie of met de oudercommissie. Elke kinderopvangorganisatie heeft een klachtenprotocol waarin staat hoe klachten worden behandeld. (Ernstige) signalen, waarbij er een direct gevaar dreigt, kunt u ook bij uw lokale GGD neerleggen. GGD's voeren het toezicht op de kinderopvang uit.

Wat moet de kinderopvang of gastouder doen om verspreiding van corona te voorkomen nu alle kinderen weer naar de opvang komen?

Er is een protocol voor de kinderopvang en gastouders waarin staat welke maatregelen zij moeten nemen. In dit protocol wordt ingegaan op een aantal praktische aspecten rondom veiligheid en hygiëne. Het protocol voor de kinderopvang wordt regelmatig aangepast aan nieuwe ontwikkelingen of inzichten. De actuele versie van het protocol voor de kinderopvang kunt u vinden via Veranderingenkinderopvang.nl. 

Zijn er regels voor informele opvang van kinderen? Bijvoorbeeld door grootouders? 

Voor informele opvang, bijvoorbeeld door grootouders, zijn er geen overheidsregels. Wel adviseert de overheid om de richtlijnen van het RIVM te volgen om verspreiding van het virus tegen te gaan. 

Vergoeding

Over welke periode  krijgen ouders de eigen bijdrage vergoed?

Ouders krijgen een vergoeding voor de eigen bijdrage over de periode van 16 maart tot en met 7 juni. Rond 8 juli krijgen ouders de vergoeding op hun bankrekening. Ouders hoeven hiervoor niets te doen. De SVB gebruikt de gegevens die reeds bekend zijn bij de Belastingdienst/Toeslagen om de vergoeding vast te stellen en uit te betalen.

Ouders die voor kinderopvang betalen en daarbij worden gesubsidieerd via een gemeentelijke regeling, in het kader van voorschoolse educatie, peuteraanbod of vanwege een sociaal-medische indicatie, krijgen een vergoeding over deze zelfde periode via de gemeente. De gemeenten ontvangen hiervoor extra middelen vanuit de Rijksoverheid.

Voor wie is de vergoeding bedoeld?  

Alle ouders die kinderopvangtoeslag ontvangen, komen in aanmerking voor de vergoeding die uitbetaald wordt door de Rijksoverheid. Daarbij gaat het zowel om ouders die geen gebruik maken van de noodopvang als ouders met een cruciaal beroep die hun kinderen naar de noodopvang brengen. Aan het gebruik van noodopvang zijn namelijk geen kosten verbonden.

Ouders die geen kinderopvangtoeslag ontvangen, maar gebruik maken van een gesubsidieerd aanbod van de gemeenten krijgen de eigen bijdrage via de gemeente vergoed. Dit geldt voor ouders met een sociaal-medische indicatie en voor ouders waarvan de kinderen deelnemen aan voorschoolse educatie of kortdurend peuteraanbod (peuterspeelzaal).

Informeer bij uw kinderopvang of gemeente hoe zij dit hebben georganiseerd.

Wanneer kan ik de vergoeding verwachten?

Ouders krijgen deze vergoeding rond 8 juli op hun bankrekening. U hoeft hiervoor niets te doen. De SVB gebruikt voor de uitbetaling de gegevens die reeds bekend zijn bij de Belastingdienst/Toeslagen. Zie voor meer informatie over hoe dit in zijn werk gaat, en over waar u terecht kunt met verdere vragen: www.svb.nl/opvang.

Hoeveel vergoeding kan ik verwachten?

De vergoeding heeft betrekking op uw eigen bijdrage voor de kinderopvang. Het totale bedrag dat u betaalt voor kinderopvang bestaat uit de kinderopvangtoeslag die u via de Belastingdienst bent blijven ontvangen, en de eigen bijdrage die u betaalt.

Deze eigen bijdrage is onder andere afhankelijk van uw inkomen. Een hoger inkomen leidt tot een lagere kinderopvangtoeslag en een hogere eigen bijdrage. Ook verschilt uw eigen bijdrage meestal per kind, omdat u voor het eerste kind een ander toeslagpercentage ontvangt dan voor het tweede en verdere kinderen. 

De hoogte van de vergoeding benadert de eigen bijdrage. De vergoeding is gebaseerd op de wettelijk vastgelegde maximum uurprijs (€ 8,17 voor kinderdagopvang, € 7,02 voor buitenschoolse opvang en € 6,27 voor gastouderopvang). Veel organisaties vergoeden het deel boven de maximumuurprijs. Informeer hiervoor bij uw kinderopvangaanbieder. 

De vergoeding hangt verder af van een aantal gegevens die op peildatum 6 april bij de Belastingdienst/Toeslagen bekend zijn: het aantal kinderen dat gebruik maakt van kinderopvang, het aantal uren kinderopvang en de hoogte van het verzamelinkomen. Hierdoor kan het zijn dat de vergoeding enigszins afwijkt van de daadwerkelijk betaalde eigen bijdrage. 

Op het moment dat u voor één of meerdere kinderen nog geen kinderopvangtoeslag had aangevraagd per 6 april – en wel voor kinderopvangtoeslag in aanmerking komt – vraag dan zo snel mogelijk alsnog kinderopvangtoeslag aan. Dan u krijgt u waarschijnlijk omstreeks oktober (een aanvulling op) uw vergoeding.

Kijk op de website van de SVB voor meer informatie over de vergoeding van de eigen bijdrage.

Of bekijk de animatie over de bepaling van de hoogte van de eenmalige vergoeding.

Kosten en contract kinderopvang

Wat moeten ouders doen als hun inkomen sterk daalt door de coronacrisis of als zij bijvoorbeeld zzp’er zijn en momenteel geen inkomsten hebben? 

Wanneer het inkomen wijzigt, is het belangrijk dit door te geven aan de Belastingdienst, zoals zij normaal ook zouden doen.

De kinderopvangtoeslag is hoger bij een lager inkomen. Ouders zullen dan dus de kinderopvangtoeslag ontvangen die aansluit op hun actuele inkomen. Uw wijziging gaat in op de eerste dag van de volgende maand. Aanpassen kan via het portaal van de Belastingdienst.

Bij werkloosheid geldt dat tot 3 maanden na het verliezen van werk recht blijft bestaan op kinderopvangtoeslag. Ouders die hun werk verliezen, hoeven dus niet direct hun kind(eren) van de opvang te halen en de plek op de kinderopvang op te geven. 

Kijk voor meer informatie over kinderopvangtoeslag bij stoppen met werken of werkloos worden op de website van de Belastingdienst.

Ik wil (tijdelijk) geen gebruik maken van de opvang, bijvoorbeeld omdat mijn kind of gezinsleden tot een risicogroep behoren. Moet ik dan wel betalen?

Sinds 8 juni is de kinderopvang volledig open en vervalt de vergoeding voor de eigen bijdrage.

Als u (tijdelijk) geen gebruik meer wilt maken van de kinderopvang, dan adviseren wij u daarover contact op te nemen met uw kinderopvangaanbieder.

Kinderopvangtoeslag

Door het coronavirus zit ik thuis en werk ik minder uren. Heeft dit invloed op de hoogte van mijn kinderopvangtoeslag? Deze is immers afhankelijk van mijn gewerkte uren.

Nee. Voor de komende periode blijven uw gewerkte uren ongewijzigd en blijft het aantal uur waarvoor u aanspraak heeft op kinderopvangtoeslag in stand.

Indien u uw baan verliest, geldt dat tot drie maanden na het verliezen van uw baan recht blijft bestaan op kinderopvangtoeslag. Dit zodat niet direct gestopt hoeft te worden met het gebruik van kinderopvang en de plek bij de kinderopvang niet direct verloren hoeft te gaan.

Hebben ouders die gebruik maken van de nieuwe Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor werkgelegenheid (NOW) nog recht op KOT?

Ouders die gebruik maken van de NOW behouden het recht op kinderopvangtoeslag. Zij krijgen hun loon 100% doorbetaald. Er verandert voor deze ouders in die zin dus niets.

Ik ben mijn baan verloren, wat moet ik doen?

Na het verlies van werk loopt uw recht op kinderopvangtoeslag nog drie maanden door. Afhankelijk van het aantal uren dat u heeft opgebouwd, heeft u mogelijk nog langer recht op kinderopvangtoeslag. Kijk voor meer informatie over kinderopvangtoeslag bij stoppen met werken of werkloos worden op de website van de Belastingdienst.

Vragen over kinderopvang

Waar kan ik terecht voor vragen?

Vragen aan de Belastingdienst? Vragen kunt u ook stellen bij de BelastingTelefoon (0800-0543). Houdt u dan wel rekening met een langere wachttijd dan normaal.

Kinderopvangorganisaties kunnen daarnaast terecht op www.veranderingenkinderopvang.nl. Ook kunnen zij zich richten tot hun brancheorganisaties. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is in nauw contact met brancheorganisaties over de vragen die bij kinderopvangorganisaties leven. 

Vragen over de vergoeding? Kijk dan op www.svb.nl/opvang voor meer informatie. Ook kunt u telefonisch contact opnemen met de SVB (088 949 40 20).

Bekijk ook: