Het coronavirus en persoonlijke beschermingsmiddelen

Op deze pagina leest u over de afspraken over persoonlijke beschermingsmiddelen in de zorg. De richtlijnen voor gepast en veilig gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen leest u op de website van het RIVM en in de factsheet ‘Wanneer is welk persoonlijk beschermingsmiddel nodig?'

Op de pagina 'Veelgestelde vragen over mondkapjes' leest u bijvoorbeeld over het gebruik van niet-medische mondkapjes in het openbaar vervoer.

Hoe worden mondmaskers en andere persoonlijke beschermingsmiddelen in de zorg verdeeld?

Op 11 april zijn met de zorgsector nieuwe afspraken gemaakt over de verdeling van mondmaskers.

De verdeling van in de zorg gaat op basis van besmettingsrisico voor de zorgmedewerker. Soms is het bij verzorging of verpleging eenvoudig om afstand te houden van de patiënt of cliënt en met (verdenking op) COVID-19 heb je minder contact met mensen dan in andere gevallen.
Het is belangrijk om mondmaskers, isolatiejassen of schorten, brillen en handschoenen te gebruiken passend bij het besmettingsrisico. Verder is het belangrijk om persoonlijke beschermingsmiddelen op een veilige manier te gebruiken (Zie ook de vraag ‘Hoe moet ik een mondmasker en andere persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken?’)

Hoe weet ik welk type persoonlijk beschermingsmiddel (mondmasker, schort, bril, handschoenen) ik nodig heb in mijn zorgsector?

Het RIVM heeft richtlijnen gemaakt voor het gebruik van verschillende persoonlijke beschermingsmiddelen voor verschillende situaties. De richtlijnen zijn gebaseerd op wat veilig is bij patiënten of cliënten met (verdenking op) COVID-19. 

Bij hoog risico behandelingen is dat een FFP2-masker, een disposable schort, oogbescherming en handschoenen. Bij verpleging of verzorging is een chirurgisch mondmasker IIR, dienstkleding met een halterschort, oogbescherming en handschoenen voldoende. Het gaat om het gebruiken van beschermingsmateriaal passend bij het risico op besmetting. Dit staat in de factsheet 'Wanneer is welk persoonlijk beschermingsmiddel nodig in de zorg’.

Het uit voorzorg gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen bij patiënten die geen (verdenking op) COVID-19 hebben is volgens de experts van het RIVM niet nodig.

Hoe moet ik een mondmasker en andere persoonlijke beschermingsmiddelen gebruiken? 

U heeft alleen een mondmasker, isolatiejas of schort, bril en handschoenen  nodig als uw werkzaamheden vragen om het dragen van deze persoonlijke beschermingsmiddelen. Hiervoor is een factsheet ‘Wanneer is welk persoonlijk beschermingsmiddel nodig in de zorg’ gemaakt, zodat u kunt zien in welke situatie u een mondmasker beschermingsmiddelen nodig heeft en hoe u deze veilig moet gebruiken volgens de RIVM-richtlijnen.

Wat is het Landelijke Consortium Hulpmiddelen (LCH)?

Het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) is speciaal opgericht om tijdens de coronavirus-pandemie zo snel mogelijk voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen en medische hulpmiddelen van de juiste kwaliteit in te kopen. Bijvoorbeeld mondmaskers, handschoenen en schorten. Alle landen die getroffen zijn door het coronavirus hebben momenteel te maken met tekorten van die middelen. Kijk voor meer informatie over de opdracht, samenstelling, bestellingen en recente cijfers op de webpagina van het LCH.

Op basis van welke criteria koopt het Landelijk Consortium Hulpmiddelen persoonlijke beschermingsmiddelen in?

Besluiten tot aankoop van persoonlijke beschermingsmiddelen en medische hulpmiddelen geschiedt continu op basis van diverse criteria. Voorop staat dat de betreffende materialen moeten voldoen aan kwaliteitscriteria op basis van RIVM-richtlijnen. Alle leveranciers worden gescreend op een aantal belangrijke criteria zoals betrouwbaarheid, kredietwaardigheid, leverzekerheid (incl. snelheid), volume en prijs. Bij de inkoop van beschermingsmiddelen door het LCH staat de veiligheid van de producten voorop. 

De producten die het LCH uitlevert, zijn op drie momenten gecontroleerd op kwaliteit: 

  1. voorafgaand aan aankoop zijn de certificaten van het product opgevraagd, 
  2. in de fabriek in Azië wordt de kwaliteit van de fysieke producten beoordeeld en 
  3. bij binnenkomst in het opslagcentrum van het LCH wordt de kwaliteit beoordeeld via een onafhankelijke teststraat door het RIVM. 

Daarnaast staat het zorginstellingen vrij om zelf ook nog een kwaliteitscontrole uit te voeren. 

Mag ik als zorginstelling alleen inkopen bij het Landelijk Consortium Hulpmiddelen?

Nee. Zorginstellingen mogen ook zelf schaarse beschermingsmiddelen inkopen via hun reguliere kanalen. Dit past binnen de huidige afspraken. Voorwaarde is wel dat zorginstellingen de eigen inkoop meetellen als ze ook beschermingsmiddelen bestellen bij het regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ). Zo voorkomen we dat zorginstellingen niet meer aanvragen dan ze nodig hebben. De schaarse hulpmiddelen moeten zo zorgvuldig mogelijk worden verdeeld. 

Hoe verloopt de distributie van persoonlijke beschermingsmiddelen?

Naast de gezamenlijke inkoop verzorgt het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) ook de distributie van de ingekochte middelen naar alle zorgsectoren, van ziekenhuizen tot verpleeghuizen, van huisartsen tot GGZ-instellingen. Hierbij maakt het LCH gebruik van bestaande netwerken (van OneMed/QRS en Mediq) die al bij vele zorginstellingen producten leveren. Dit gebeurt volgens het verdeelmodel dat gebaseerd is op besmettingsrisico’s.

Het regionaal Overleg Acute Zorgketen (ROAZ) blijft inhoudelijk sturen op de allocatie van de middelen.

Zie ook de factsheet over verdeling van persoonlijke beschermingsmiddelen.

Hoe gaat Nederland de tekorten aan persoonlijke beschermingsmiddelen tegen?

We proberen zo veel mogelijk extra persoonlijke beschermingsmiddelen te krijgen en dat doen dat we op 3 manieren: 

  1. aanvullende inkoop door het Landelijk Consortium hulpmiddelen
  2. opstarten van productielijnen in Nederland en 
  3. veilig hergebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen

Wanneer is het tekort aan persoonlijke beschermingsmiddelen opgelost? 

Het verbruik van beschermingsmiddelen is afhankelijk van het verloop van de coronacrisis en gebaseerd op de besmettingsrisico’s bij de behandeling van coronapatiënten. Daarnaast zal de reguliere zorg binnenkort opnieuw worden opgestart, denk aan tandartsen die weer volledig open gaan, het opstarten van poliklinieken en operaties in ziekenhuizen. Hierdoor is voor die reguliere zorg weer grotere behoefte aan persoonlijke beschermingsmiddelen.

Hoe kunnen persoonlijke beschermingsmiddelen veilig hergebruikt worden? 

Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft samen met externe experts manieren om persoonlijke beschermingsmiddelen veilig opnieuw te gebruiken in kaart gebracht. Voor veilig hergebruik is het nodig dat het materiaal voldoende gereinigd en ontsmet wordt. Daarbij moet voorkomen worden dat het materiaal en de vorm niet te sterk wordt aangetast. 

Hergebruik van medische materialen die voor eenmalig gebruik bedoeld zijn, zoals FFP2-mondmaskers, beschermende kleding en spatbrillen, is onder normale omstandigheden niet toegestaan. Hergebruik is dan ook een laatste redmiddel bij tekorten.

Volgens het RIVM zijn dit de meest kansrijke processen voor hergebruik: 

  • Voor FFP2-maskers zijn stoomsterilisatie bij 121 graden Celsius en sterilisatie met waterstofperoxide-gas geschikt. Deze methodes zijn voor veel zorginstellingen ook direct beschikbaar.
  • Beschermkleding (ook wel disposable isolatiekleding genoemd) zijn jassen, pakken, schorten en coveralls. Wegwerp-beschermkleding blijkt niet bestand tegen industriële wasprocessen. Sommige beschermkleding is bestand tegen stoomsterilisatie bij 121 graden Celsius, een proces dat toepasbaar is in ziekenhuizen. Voor sterilisatie op grote schaal kan ook gammasterilisatie bruikbaar zijn. Zorginstellingen kunnen via de logistiek van de ziekenhuiswasserijen beschermkleding voor gammasterilisatie aanbieden bij een sterilisatiebedrijf.
  • Spatbrillen en spatschermen kunnen vrij eenvoudig gedesinfecteerd worden voor hergebruik. Wel zijn er aandachtspunten voor logistiek en controle van de producten na desinfectie.
  • Specifieke informatie over hergebruik van deze persoonlijke beschermingsmiddelen vindt u bij het RIVM.

Welke kwaliteitscontroles worden gedaan voordat de persoonlijke beschermingsmiddelen naar de zorg gaan? 

We stellen hoge eisen aan de hulpmiddelen die beschikbaar worden gesteld aan de zorgverleners in Nederland. Daarom worden alle hulpmiddelen getest  en gecontroleerd door het RIVM: 
1.       er wordt gecontroleerd of de papieren en certificaten correct zijn;
2.       een arbeidshygiënist controleert de kwaliteit van het hulpmiddel op het vlak van veiligheid en beoogd gebruik;
3.       voor adembeschermingsmaskers voeren gekwalificeerde medewerkers met een gecertificeerde testopstelling een test uit, om de doorlaatbaarheid van het filter van de mondmaskers voor deeltjes te controleren.
4.       er wordt gecontroleerd met gespecialiseerde apparatuur of de mondmaskers goed aansluiten op het gelaat.

Hulpmiddelen die niet voldoen aan deze normen worden niet verspreid in de zorgsector. 

Bij bepaalde KN95-maskers moet aangetekend worden dat het niet makkelijk is om de maskers goed aan het gezicht te laten aansluiten, dit is afhankelijk van de vorm van het gezicht. Bij Chinese KN95-maskers (die wel aan de filtereigenschappen voldoen) hoort de algemene instructie om het masker goed op te zetten en te controleren of deze goed aansluit op het gezicht van de gebruiker. Indien deze niet goed aansluit wordt geadviseerd om (indien voorradig) een ander masker te kiezen. 

Ondanks dat deze procedure niet geheel conform de wettelijke vereisten is, heeft de staatssecretaris van SZW, gelet op de uitzonderlijke situatie, ermee ingestemd dat deze handelwijze wordt gevolgd. De Inspectie SZW gaat bij inspectie tijdelijk uit van de door het RIVM gehanteerde normen en instructies voor gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen.  

Dit geldt ook voor het hergebruik van mondneusmaskers en beschermende wegwerp-isolatiekleding (jassen, pakken, schorten en coveralls). Het ministerie van VWS richt het proces, mede op basis van de daarvoor geldende richtlijnen van het RIVM, zo in dat aan een verantwoord beschermingsniveau wordt voldaan. Het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH) neemt hierbij de dossiervorming van de zorginstelling over. 

Wie houdt toezicht op persoonlijke beschermingsmiddelen? 

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en/of de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid houden toezicht op persoonlijke beschermingsmaterialen die door (zorg)medewerkers worden gebruikt in een professionele werkomgeving.
De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) inspecteert producten bij binnenkomst in (lucht)havens en in winkels. Onveilige producten laat de NVWA door producenten, importeurs of winkeliers uit de handel halen.

Ik werk als Wmo-ondersteunend medewerker. Wanneer moet ik een mondmasker en andere persoonlijke beschermingsmiddelen dragen bij kwetsbare mensen?

Medewerkers in de maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en jeugdzorg (Jeugdwet) hebben over het algemeen geen persoonlijke beschermingsmiddelen nodig. Meestal kunnen zij de 1,5 meter afstand bewaren in hun werk. Wel is er de mogelijkheid tot het aanvragen van een ‘reservepakket’ met persoonlijke beschermingsmiddelen. (zie ook de vraag ‘Wie komt in aanmerking voor het ‘reservepakket’ met persoonlijke beschermingsmiddelen?’)

Wie komt in aanmerking voor het ‘reservepakket’ met persoonlijke beschermingsmiddelen? 

Medewerkers in de maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en jeugdzorg (Jeugdwet) kunnen over een reservepakket persoonlijke beschermingsmiddelen beschikken als hun cliënt mogelijk is besmet met COVID-19 en de ondersteuning en hulp toch moet doorgaan. Dit geldt voor alle medewerkers in deze sectoren, van de huishoudelijke hulp tot de medewerker in een maatschappelijke opvang, jeugdzorg of vrouwenopvang.

In het algemeen geldt:

  • Als is vastgesteld dat de cliënt besmet is met COVID-19  is het advies de ondersteuning en hulp uit te stellen.
  • Heeft de cliënt last van verkoudheidsklachten (zoals neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn en hoesten) verhoging of koorts, dan is het advies om een dokter in te schakelen en de ondersteuning of hulp uit te stellen. 

Wat zit er in het ‘reservepakket’ met persoonlijke beschermingsmiddelen?

Het RIVM heeft dit reservepakket met persoonlijke beschermingsmiddelen samengesteld. Het reservepakket bestaat uit:

  • 1 bril
  • 2 maskers
  • 3 paar handschoenen
  • 2 schorten
  • 1 flacon desinfectans

Bekijk voor de handleiding de factsheet 'Informatie over middelen in het pakket voor bescherming in de zorg'. Het RIVM heeft 2 instructiefilmpjes gemaakt over hoe mondkapje en handschoenen gebruikt moeten worden: Instructie gebruik mondmaskers en Instructie gebruik handschoenen.

Kan ik als zorgmedewerker een ‘reservepakket’ persoonlijke beschermingsmiddelen halen of bestellen? 

Medewerkers die in dienst zijn van een zorgaanbieder kunnen de reservepakketten krijgen via hun werkgever. De werkgever kan de middelen voor deze pakketten bestellen bij het Landelijk Consortium Hulpmiddelen (LCH). De brancheverenigingen en zorgkoepels zijn hiervan op de hoogte gesteld. Medewerkers die als zzp'er opereren kunnen de middelen bestellen via Solopartners. De kosten zijn voor rekening van de zorgverlener

Bij mij komt huishoudelijke hulp, wijkverpleging en/of maaltijd-ondersteuning over de vloer. Kan ik voor hem/haar (een reservepakket) persoonlijke beschermingsmiddelen aanvragen? 

Nee dat kan niet. Het aanvragen gebeurt door de werkgever van deze medewerkers of als zij zzp'er zijn dan kunnen zij deze zelf aanvragen via Solopartners.

Bekijk ook: