Het coronavirus en persoonlijke beschermingsmiddelen

Op deze pagina staan afspraken over persoonlijke beschermingsmiddelen in de zorg. 

Richtlijnen beschermingsmiddelen

Informatie over beschermingsmiddelen:

Gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen

Het RIVM heeft algemene uitgangspunten opgesteld voor het gebruik van verschillende persoonlijke beschermingsmiddelen voor verschillende situaties. De uitgangspunten zijn gebaseerd op wat veilig is bij patiënten of cliënten met (verdenking op) COVID-19.

Bij handelingen met een hoog risico zijn dat een FFP2-masker, een disposable schort, oogbescherming en handschoenen.

Bij verpleging of verzorging van cliënten/patiënten met (verdenking van) COVID-19 binnen 1,5 meter zijn een chirurgisch mondmasker IIR, dienstkleding met een halterschort, oogbescherming en handschoenen voldoende.

Het gaat om het gebruiken van beschermingsmateriaal passend bij het risico op besmetting. Dit staat in de factsheet Wanneer is welk persoonlijk beschermingsmiddel nodig in de zorg.

Gebruik van mondmasker en andere persoonlijke beschermingsmiddelen

Op de website van het RIVM staan 2 instructiefilmpjes:

Medisch mondneusmasker bij zorg buiten ziekenhuis

Bent u zorgverlener buiten het ziekenhuis, zoals verzorgende of verpleegkundige? Dan krijgt u het advies om een chirurgisch mondneusmasker te gebruiken volgens medische richtlijnen.  U mag hierbij naar eigen inzicht van afwijken. Dit is afhankelijk van de situatie van de omgeving en de cliënt.

Op de site van het RIMV staat ook meer informatie voor zorgmedewerkers buiten het ziekenhuis

Reservepakket met persoonlijke beschermingsmiddelen

Gebruik beschermingsmiddelen Wmo-ondersteunend personeel

Medewerkers in de maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en jeugdzorg (Jeugdwet) hebben over het algemeen geen persoonlijke beschermingsmiddelen nodig. Meestal kunnen zij de 1,5 meter afstand houden in hun werk.

Wel hebben zij de mogelijkheid om een reservepakket met persoonlijke beschermingsmiddelen aan te vragen.

In aanmerking komen voor ‘reservepakket’ met persoonlijke beschermingsmiddelen

Medewerkers in de maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en jeugdzorg (Jeugdwet) kunnen zich beschermen met een reservepakket beschermingsmiddelen. Dat kan nodig zijn in specifieke situaties. Bijvoorbeeld als een cliënt mogelijk is besmet met COVID-19 en de ondersteuning en hulp toch moet doorgaan.

Dit geldt voor alle medewerkers in deze sectoren: van de huishoudelijke hulp tot de medewerker in een maatschappelijke opvang, jeugdzorg of vrouwenopvang.

In het algemeen geldt:

  • Als is vastgesteld dat de cliënt besmet is met COVID-19  is het advies de ondersteuning en hulp uit te stellen.
  • Heeft de cliënt last van verkoudheidsklachten (zoals neusverkoudheid, loopneus, niezen, keelpijn en hoesten), verhoging of koorts? Dan is het advies om een dokter in te schakelen. En de ondersteuning of hulp uit te stellen.

Inhoud reservepakket met persoonlijke beschermingsmiddelen

Het RIVM heeft dit reservepakket met persoonlijke beschermingsmiddelen samengesteld. Het bestaat uit:

  • 1 bril;
  • 2 maskers;
  • 3 paar handschoenen;
  • 2 schorten;
  • 1 flacon desinfectans.

Bekijk voor de handleiding de factsheet 'Informatie over middelen in het pakket voor bescherming in de zorg'.

Op de website van het RIVM staan 2 instructiefilmpjes:

Reservepakket persoonlijke beschermingsmiddelen voor zorgmedewerkers

Medewerkers die in dienst zijn van een zorgaanbieder kunnen de reservepakketten krijgen via hun werkgever. De werkgever kan de middelen voor deze pakketten bestellen bij de lokale apotheek. De brancheverenigingen en zorgkoepels zijn hiervan op de hoogte gesteld.

Medewerkers die zzp'er zijn kunnen de middelen bestellen via Solopartners. De kosten zijn voor rekening van de zorgverlener.

Cliënten kunnen geen reservepakket aanvragen voor hulpverleners

Cliënten kunnen geen reserverpakket met persoonlijke beschermingsmiddelen aanvragen voor huishoudelijke hulp, wijkverpleging en/of maaltijd-ondersteuning.

Werkgevers vragen de reservepakketten aan. Zzp'ers vragen deze zelf aan via Solopartners.

Kwaliteit en toezicht beschermingsmiddelen

Kwaliteit persoonlijke beschermingsmiddelen

De kwaliteit van ingekochte beschermingsmiddelen moet goed zijn.  Afgelopen maanden waren er te weinig beschermingsmiddelen met CE-keurmerk beschikbaar. Daarom zijn beschermingsmiddelen ingekocht zonder CE-keurmerk.

Om de kwaliteit te kunnen waarborgen is er een teststraat ingericht, met hulp van het RIVM. Het is de bedoeling om zo snel mogelijk weer persoonlijke beschermingsmiddelen in te zetten die op de vertrouwde wijze zijn gecertificeerd. 

Toezicht op persoonlijke beschermingsmiddelen

  • De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en/of de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid houden toezicht op persoonlijke beschermingsmiddelen die door (zorg)medewerkers worden gebruikt in een professionele werkomgeving.
  • De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) inspecteert producten bij binnenkomst in (lucht)havens en in winkels. Onveilige producten laat de NVWA door producenten, importeurs of winkeliers uit de handel halen.
     

Bekijk ook: