Hoe vraag ik de NOW aan?

Wanneer kan ik NOW aanvragen?

U kunt de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW) aanvragen tot en met 5 juni 2020 bij UWV. Meer informatie over de NOW-subsidie vindt u op de website van UWV.

Klopt het dat ik ook na 31 mei nog een aanvraag voor de NOW kan indienen?

Dat klopt, tot en met 5 juni kan een aanvraag ingediend worden. Er zijn met de laatste wijziging van de NOW namelijk nieuwe rekenmethoden geïntroduceerd in de NOW voor omzet en loonsom. Als gevolg hiervan kunnen ook bedrijven die tot nog toe niet in aanmerking kwamen voor de NOW, hierop mogelijk een beroep doen.

Door de aangebrachte wijzigingen worden bijvoorbeeld seizoensbedrijven (met weinig werknemers in dienst gedurende de winter) geholpen en bedrijven die voor de NOW een ander bedrijf hebben overgenomen. Daarnaast kan ook de omzet anders berekend worden als een bedrijf recent een ander bedrijf heeft overgenomen.

Om alle bedrijven genoeg tijd te geven voor het indienen van een aanvraag, is het aanvraagtijdvak voor de NOW wat langer opengesteld: tot en met 5 juni kan een aanvraag voor een subsidie voor de loonkosten in maart-mei worden ingediend. Bedrijven die dat nog niet hebben gedaan, maar door de nieuwe regels wel in aanmerking komen voor een tegemoetkoming op grond van de NOW, kunnen vanaf 20 mei een aanvraag indienen. De wijzigingen die in de NOW aangebracht worden, werken namelijk terug tot 20 mei.

Hoe kan ik een aanvraag indienen voor de NOW?

U kunt een aanvraag indienen via het formulier op de website van UWV tot en met zondag 31 mei 2020.

Welke gegevens moet ik bij de hand hebben voor mijn NOW-aanvraag bij UWV?

  • Gegevens over uw bedrijf (naam, adres, telefoonnummer, e-mail, naam functie en afdeling van de contactpersoon).
  • Het dossiernummer als u onlangs een WTV-aanvraag heeft gedaan bij SZW (deze vindt u in de onderwerpregel van de automatische ontvangstbevestigingsmail van uw aanvraag). 
  • Voor welk loonheffingennummer u de aanvraag doet.
  • Wat de ingangsdatum van de periode van drie aaneengesloten maanden aan tegemoetkoming is.
  • Hoeveel omzetverlies u in deze periode verwacht. Bekijk de rekenhulp om het percentage omzetverlies te berekenen.
  • Het bankrekeningnummer dat de Belastingdienst gebruikt voor de betalingen loonheffingen.
  • De tenaamstelling van dit rekeningnummer.
  • Tevens dient u op de aanvraag een intentieverklaring te tekenen. Hiermee verklaart u dat:
    • u de juiste informatie heeft ingevuld en volledig bent geweest;
    • u begrijpt en accepteert dat de bepalingen vanuit de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zijn op de aanvraag;
    • er geen surseance van betaling of faillissement is aangevraagd;
    • u akkoord bent met het opslaan en het verwerken van de gegevens, volgens de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG);
    • u bevoegd bent om het bedrijf te vertegenwoordigen (dit kan ook iemand zijn die door de werkgever is gemachtigd, bijvoorbeeld een medewerker van een administratiekantoor).

Wanneer krijg ik een reactie op mijn aanvraag voor de NOW-subsidie?

UWV streeft ernaar om binnen 2 à 4 weken de eerste termijn van uw voorschot te betalen. Uw aanvraag moet dan wel volledig zijn. U ontvangt in die periode ook een bevestiging dat u de subsidie krijgt (de subsidiebeschikking).

Wanneer krijg ik een voorschot?

UWV streeft ernaar om binnen 2 à 4 weken na aanvraag (de eerste termijn van) het voorschot te betalen aan de werkgever.

Wanneer heb ik een accountantsverklaring of andere verklaring nodig?

U heeft een accountantsverklaring nodig als u een voorschot heeft ontvangen van €100.000,- of meer. Voor dit bedrag dient u de verschillende aanvragen van de loonheffingennummers in uw bedrijf of in uw groep bij elkaar op te tellen.

Als u een  voorschot ontvangt van minder dan € 100.000, maar bij vaststelling toch een subsidie ontvangt van € 125.000,- of meer, dient u ook een accountantsverklaring te overleggen. U zult zelf moeten inschatten of de subsidie op € 125.000,- of meer zal worden vastgesteld.

Om de berekening die daarvoor nodig is te kunnen maken, zal een online tool beschikbaar worden gesteld. Als u een voorschot boven de € 20.000 of een vaststellingsbedrag boven de € 25.000,- ontvangt, moet u een verklaring van een derde overleggen die de omzetdaling bevestigt. Dit kan bijvoorbeeld gaan om een administratiekantoor, financieel dienstverlener, of brancheorganisatie. De Belastingdienst vraagt een dergelijke derdenverklaring ook bij uitstel van betaling bij bijzondere omstandigheden.

Is een Nederlands SEPA-bankrekeningnummer een vereiste voor het aanvragen van een NOW-subsidie?    

Nee, niet meer. De regeling is op dit punt aangepast. Niet-Nederlandse SEPA-bankrekeningnummers waarop de werkgever betalingen van de Belastingdienst inzake loonheffingen ontvangt, volstaan voor de NOW-subsidie aanvraag. Werkgevers zonder SEPA-bankrekeningnummer dienen een SEPA-bankrekeningnummer aan te vragen, hiervoor geldt echter niet langer de termijn van vier weken. Als de werkgever verzocht wordt de aanvraag met een SEPA-rekeningnummer aan te vullen, zal bij dat verzoek kenbaar gemaakt worden binnen welke termijn dit moet worden aangevuld.

Wat gebeurt er met door mij verschafte bedrijfsgegevens als ik de NOW-subsidie aanvraag?  

UWV en de Belastingdienst gaan vertrouwelijk om met de door uw verschafte bedrijfsgegevens. Echter geldt in het algemeen dat in het kader van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob), informatie opgevraagd kan worden over bestuurlijke aangelegenheden, ook rond de NOW. Ter voorkoming van hoge administratieve lasten worden werkgevers die de NOW-aanvragen geacht akkoord te zijn met het eventueel openbaar maken van informatie uit het subsidiedossier. Om het openbaar maken van bedrijfs- en concurrentiegevoelige informatie over omzetverlies te voorkomen, ziet de in deze regeling opgenomen bepaling alleen op de naam en het adres van het bedrijf, het door de aanvrager ontvangen voorschot en het vastgestelde subsidiebedrag. Zo wordt een eventuele benadeling door openbaarheid van informatie van deze bedrijven zo veel mogelijk voorkomen.

Klopt het dat mijn subsidiegegevens openbaar gemaakt worden als ik een beroep op de NOW doe?

In de NOW is geregeld dat de naam- en adresgegevens van de aanvrager, het verstrekte voorschot en de vastgestelde subsidie openbaar gemaakt kunnen worden, zonder dat daarvoor eerst toestemming gevraagd wordt van de aanvrager.

Omdat transparantie over de besteding van overheidsgeld van belang is, zal UWV vanaf eind juni de naam- en vestigingsplaats van bedrijven, inclusief de verstrekte voorschotten openbaar maken. Wanneer subsidies worden vastgesteld, zullen ook die gegevens worden toegevoegd. Andere gegevens dan bovengenoemde zullen niet openbaar gemaakt worden op de website van het UWV zonder voorafgaand om toestemming te vragen.

Hoe moet ik een aanvraag doen als ik een concern of groep ben?

Hoofdregel:

In de basis geldt het volgende: Als u onderdeel van een concern bent dan moet u de omzetdaling van de groep van rechtspersonen of natuurlijke personen als geheel opgeven om te bepalen of u in aanmerking komt voor de NOW. Dit is de hoofdregel. De werkgevers in de groep moeten dus hetzelfde percentage verwachte omzetdaling en dezelfde meetperiode kiezen. U moet wel per loonheffingennummer een aanvraag doen. Zorg dus dat u binnen de groep of de verbonden rechtspersonen hier vooraf een goede keuze in maakt.  

Uitzondering:

Door het bedrijfsleven, de vakbonden en de Tweede Kamer is gevraagd hierop een uitzondering mogelijk te maken. Als bij een concern sprake is van minder dan 20% omzetverlies (concern voldoet dan niet aan de NOW-voorwaarde van ten minste 20% omzetverlies), is het mogelijk dat individuele werkmaatschappijen van een concern de NOW-subsidie toch aanvragen voor hun loonkosten op basis van de omzetdaling op het niveau van de werkmaatschappij (in plaats van het concernniveau). 

De omzetdaling van de werkmaatschappij moet dan vervolgens ten minste 20% zijn en bepaalt de hoogte van de subsidie. De uitzonderingsmogelijkheid geldt niet voor een lager niveau dan de werkmaatschappij, zoals een zelfstandig onderdeel, een vestiging of een businessunit.

Voor concerns die op concernniveau wel een omzetdaling van ten minste 20% hebben, geldt dat zij gewoon als concern gebruik moeten maken van de NOW (hoofdregel). Voor individuele werkmaatschappijen binnen deze concerns geldt de afwijkingsmogelijkheid dus niet.

Waaraan moet ik voldoen om als werkmaatschappij binnen een concern aanspraak te kunnen maken op NOW?    

  • Bij het concern moet sprake zijn van minder dan 20% omzetverlies, terwijl uw werkmaatschappij wel ten minste 20% omzetverlies heeft. 
  • De werkmaatschappij moet een eigen rechtspersoonlijkheid hebben. Onderdelen van rechtspersonen, zoals een autonoom aan het economisch verkeer deelnemende onderdelen, vestiging of een businessunit komen niet in aanmerking. 
  • Personeel-bv’s moeten altijd uitgaan van omzetdaling op concernniveau. Op dat niveau komen de omzet(daling) en de inzet van het personeel immers samen. De loonsom zit bij de personeels-bv en de omzet zit bij de andere werkmaatschappijen. Daarom kan een personeels-bv niet aanvragen. Aangezien het werkgeverschap (het loonheffingennummer) en de omzet bij de werkmaatschappij gekoppeld moet zijn, kan alleen een werkmaatschappij aanvragen die zelf ook personeel in dienst heeft én omzet genereert.  Accountants kunnen hier onderzoek naar doen. 
  • Een werkmaatschappij kan dus alleen haar omzetdaling rapporteren voor de loonheffingennummers die binnen haar werkmaatschappij vallen. 
  • Een werkmaatschappij (de werkgever) met 20 of meer werknemers moet met de belanghebbende verenigingen van werknemers - en bij het ontbreken daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers - een akkoord hebben over werkbehoud bij de werkmaatschappij. Hierbij wordt aangesloten bij de ‘belanghebbende verenigingen van werknemers’ in de zin van de Wet melding collectief ontslag (WMCO). Dit zullen vaak de vakbonden zijn met wie de cao gesloten is op bedrijfs- dan wel sectorniveau. Bij werkmaatschappijen met minder dan 20 werknemers volstaat akkoord van een vertegenwoordiging van werknemers. 

Concerns waarvan de werkmaatschappij een beroep doet op de regeling, moeten voorafgaand aan de aanvraag verklaren over 2020 geen dividend of bonussen uit te keren of eigen aandelen terug te kopen tot aan en inclusief de datum van de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening over 2020 wordt vastgesteld. Deze verklaring moet in de administratie worden bewaard. 

Bij de concernbepaling zullen een aantal controlewaarborgen gaan gelden. Deze worden nog nader uitgewerkt in de standaarden van accountants.

  1. De andere werkmaatschappijen mogen geen opdrachten of projecten uitvoeren die ten koste gaan van de subsidievragende partij, die dit normaal gesproken zou uitvoeren en die voor de onderdelen binnen de groep of het concern afwijkend zou zijn. Er mogen in of over de meetperiode voor de verwachte omzetbepaling niet op een laat of later moment opdrachten worden omgeboekt van de subsidievragende partij naar een ander onderdeel binnen de werkmaatschappij.
  2. Als werknemers van de werkmaatschappij in het subsidietijdvak activiteiten ondernemen bij een ander onderdeel, dan dient bij de vaststelling van de subsidie het omzetverlies van de werkmaatschappij te worden verlaagd met de daaruit voortvloeiende (theoretische) omzet. Dit voorkomt dat door schuiven met personeel de loonkosten, die bij andere werkmaatschappijen via die omzet gedekt worden, voor financiering in aanmerking komen. Deze personen zijn immers gewoon aan het werk voor het concern en de omzet en resultaten van die activiteiten komen ook toe aan het concern (en de aandeelhouders).
  3. Het Transferpricing systeem, de interne afspraken over het toerekenen van kosten en baten binnen het concern, zoals wordt gebruikt in de jaarrekening 2019 of de laatst vastgestelde jaarrekening is leidend voor de meetperiode 2020. Het mag niet worden aangepast. 
  4. Wijzigen van voorraden gereed product worden aan de omzet toegerekend.  Dit beperkt het risico van schuiven met voorraden. Bijvoorbeeld: een productie-bv produceert goederen en verkoopt deze normaal direct aan de verkoop-bv. In de meetperiode houdt de productie-bv die goederen in voorraad, met een lagere omzet tot gevolg. Dat leidt ertoe dat dat de omzetdaling toeneemt, terwijl de activiteiten niet of slechts beperkt afnemen. Daarom wordt deze bijzondere voorwaarde voorgesteld voor werkmaatschappijen.