Hoe werkt de NOW?

Hoe werkt een NOW-aanvraag?

  • De aanvraag NOW 2.0 geldt voor een periode van 4 maanden en ziet op omzetdalingen vanaf 1 juni 2020. NOW 2.0 kan vanaf 6 juli worden aangevraagd. Met de online rekenhulp berekent u het percentage omzetverlies over een periode van 4 maanden. Binnenkort publiceren we hier voor de NOW 2.0 de rekenhulp om het percentage omzetverlies te berekenen. NOW 2.0 kan tot en met 31 augustus worden aangevraagd. De aanvrager kiest een startdatum waarop de meetperiode voor de omzetdaling van 4 maanden begint. Bijvoorbeeld 1 juni, 1 juli of 1 augustus 2020.
  • De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de terugval in omzet, maximaal 90% van de loonsom. Hoe groter de terugval in omzet, hoe hoger de tegemoetkoming. Bijvoorbeeld:
    • indien 100% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 90% van de loonsom;
    • indien 50% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 45% van de loonsom;
    • indien 25% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom.
  • Op basis van de aanvraag verstrekt het UWV een voorschot ter hoogte van 80% van de verwachte tegemoetkoming.
  • Achteraf wordt vastgesteld wat de werkelijke daling in de omzet is geweest.
  • Dan kan ook een correctie plaatsvinden in de hoogte van de tegemoetkoming. Bij de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming vindt nog een correctie plaats als er sprake is geweest van een daling van de loonsom.
  • Werkgevers betalen het loon aan betrokkenen werknemers 100% door als zij gebruik maken van de tegemoetkomingsregeling.

Hoe wordt de omzetdaling berekend? 

Voor NOW 2.0  kunt een omzetdaling opgeven in een aangesloten periode van 4 maanden die start op 1 juni, 1 juli of 1 augustus 2020 (bijvoorbeeld van 1 juli tot en met 30 oktober). De omzet van 2019 (referentieperiode) gedeeld door 3, vergelijkt u met uw (verwachte) omzet in de gekozen viermaandsperiode. Ondernemingen die op 1 januari 2019 nog niet bestonden hanteren een andere berekening van de omzetdaling. Ondernemingen die na 1 januari een andere onderneming of deel van een onderneming hebben overgenomen, mogen deze andere berekening ook gebruiken.

Ik vind het berekenen van het percentage omzetverlies lastig, is er een rekenhulp? 

Ja, met deze online rekenhulp berekent u het percentage omzetverlies over een periode van 4 maanden.

Wat valt er allemaal onder omzet? 

Voor de definitie van omzet wordt aangesloten bij de omzetdefinitie in het jaarrekeningenrecht. Hierin wordt uitgegaan van de netto-omzet: de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf onder aftrek van kortingen en belastingen die over de omzet zijn geheven.
Opbrengsten zijn baten die ontstaan bij de uitvoering van de normale activiteiten van een onderneming. Dit betekent dat omzet wordt verantwoord als de activiteiten betrekking hebbend op de levering van goederen of diensten voor een specifieke klant waarmee een (verkoop)contract is gesloten.
Ontvangt u andere opbrengsten dan uit de verkoop, zoals uitkeringen, subsidies, renteopbrengsten en bijdragen vanuit een overheidsinstelling of andere opbrengsten, zoals giften, of declaraties vanuit zorgverzekeraars? Dan vallen deze opbrengsten voor de regeling ook onder omzet.

Moet de periode waarover ik subsidie krijg hetzelfde zijn als de periode waarin mijn omzet daalt?

Nee. U krijgt subsidie voor de loonkosten in de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020 (NOW 1.0) en/of voor de periode 1 juni tot 1 oktober 2020 (NOW 2.0). Ongeacht over welke maanden u uw omzetverlies heeft berekend. 

Hoe bereken ik de omzet, en op welke periode heeft het omzetverlies betrekking?

U vraagt NOW 2.0-subsidie aan voor de loonsom in juni, juli, augustus en september in verband met een verwachte terugval in de omzet van meer dan 20%. Als u verwacht dat het effect van de huidige situatie pas met vertraging in uw omzetcijfer zichtbaar wordt, kunt u aangeven dat u de periode voor de omzetvergelijking één of twee maanden later wil laten starten. U kunt starten op 1 juni, 1 juli of 1 augustus. Indien u voor de tweede keer een beroep doet op de NOW moet de omzetperiode echter aansluiten op de periode gekozen in het eerste tijdvak (NOW 1.0). De verwachte omzet in de 4 maanden van de door u gekozen periode, vergelijkt u met de totale omzet in 2019, gedeeld door 3, zodat beide cijfers zien op een omzet over 4 maanden. Op basis daarvan berekent u het omzetverlies in procenten.

Hoe wordt de omzet berekend bij overgang van de onderneming?

Bij aanvragers van NOW 2.0 wordt – volgens de standaardregel – het omzetverlies in de gekozen viermaands periode in 2020 vergeleken met een derde van de jaaromzet van 2019. Voor ondernemingen die een (onderdeel van een) onderneming hebben overgenomen kan echter in veel gevallen gelden dat in de voornoemde meetperiode toch enige omzet wordt gerealiseerd met de overgenomen bedrijfsactiviteiten, waardoor de relevante omzet kan vertekenen in de meetperiode. Dit kan nadelig uitpakken voor een aanvrager. In afwijking van de standaardregel kan een werkgever ook voor de al bestaande bepaling voor startende ondernemingen kiezen. Er moet dan sprake zijn van een onderneming die voor of uiterlijk op 1 februari 2020 (een deel van) een andere onderneming heeft overgenomen en dus feitelijk in een nieuwe bedrijfssamenstelling is gaan werken. De omzetdaling wordt dan berekend doordat de omzetvergelijking vanaf de eerste kalendermaand na de dag van overgang voor de hele kalendermaanden in 2019 tot en met 29 februari 2020 wordt genomen, omgerekend naar 3 maanden. Op die manier kan beter aangesloten worden bij de daadwerkelijke omzet(daling). Het is een ‘kan-bepaling’, dus de werkgever mag bij vaststelling kiezen tussen de standaardregel en deze afwijkingsmogelijkheid die ook al voor startende ondernemingen geldt.

Wat gebeurt er met de subsidie als de omzet in de door mij gekozen periode van 4 maanden hoger uitvalt dan verwacht?

Uw subsidie wordt vastgesteld op basis van de gerealiseerde omzetdaling. U heeft voor het voorschot uw verwachte omzetdaling opgegeven. Uw subsidie wordt in dit geval lager vastgesteld omdat u meer omzet heeft behaald en dus een lagere  omzetdaling heeft dan verwacht. Of u moet terugbetalen is afhankelijk van de hoogte van het betaalde voorschot. Dit is overigens ook afhankelijk van de vraag of u aan de andere voorwaarden heeft voldaan. 

Voorbeeld:
Stel, uw omzet was in 2019 in totaal € 300.000. Uw onderneming bestond al op 1 januari 2019, waarmee de omzet € 300.000/3 = € 100.000 is voor een periode van 4 maanden.

Uw ingeschatte omzet was: € 60.000 over de maanden juni, juli, augustus en september, waarmee uw verwachte omzetdaling 40% was. De loonsom in maart was € 5.000. Uw subsidie was hiermee ingeschat op 40% x 90% subsidie x € 5.000 x 4 maanden x 1,4 = € 10.080.

Hiervan heeft u 80% bevoorschot gekregen. Dit is € 8.064.

Uw werkelijke omzet is uiteindelijk hoger: € 80.000 over de maanden juni t/m september, waarmee uw werkelijke omzetdaling 20% was. De loonsom in juni t/m september is € 5.000 per maand, te weten € 20.000.

Uw subsidie wordt hiermee: 20% van € 5.000 x 4 maanden x 1,4 x 90% subsidie = € 5.040.

U heeft al € 8.064 bevoorschot gekregen. De terugbetaling in dit geval is € 8.064 - € 5.040  = € 3.024.

Wat gebeurt er met de subsidie als de omzet in de door mij gekozen periode van 4 maanden lager uitvalt dan verwacht?

Uw subsidie wordt vastgesteld op basis van de gerealiseerde omzetdaling. U heeft voor het voorschot uw verwachte omzetdaling opgegeven. De subsidie wordt in dit geval hoger vastgesteld omdat u minder omzet heeft behaald en dus een hogere omzetdaling heeft dan verwacht.
Dit is overigens ook afhankelijk van de vraag of u aan de andere voorwaarden heeft voldaan.

Voorbeeld:
Stel uw omzet was in 2019 in totaal € 300.000. Uw onderneming bestond al op 1 januari 2019, waarmee de omzet € 300.000/3 = € 100.000 is voor een periode van vier maanden.

Uw ingeschatte omzet was: € 60.000 over de maanden juni, juli, augustus en september, waarmee uw verwachte omzetdaling 40% was. De loonsom in maart was € 5.000. Uw subsidie was hiermee ingeschat op 40% x 90% subsidie x € 5.000 x 4 maanden x 1,4 = € 10.080.

Hiervan heeft u 80% bevoorschot gekregen. Dit is € 8.064.

Uw werkelijke omzet is uiteindelijk lager: € 40.000 over de maanden juni t/m september, waarmee uw werkelijke omzetdaling 60% was. De loonsom in juni t/m september is € 5.000 per maand, te weten € 20.000.

Uw subsidie wordt hiermee: 60% van € 5.000 x 4 maanden x 1,4 x 90% subsidie = € 15.120.

U heeft al € 8.064 bevoorschot gekregen. De nabetaling in dit geval is € 15.120 - € 8.064 = € 7.056.

Kan het bedrag dat ik moet terugbetalen hoger zijn dan het subsidievoorschot dat ik als werkgever heb ontvangen? Bijvoorbeeld doordat ik als werkgever een korting krijg vanwege bedrijfseconomisch ontslag gedurende de periode waarover ik NOW ontvang.

Nee, het bedrag dat u terug moet betalen kan nooit hoger zijn dan het voorschot dat u als werkgever hebt ontvangen.

Hoe moet ik omgaan als onderneming met omzet, levering, facturen in de referentieperiode voor de omzet?

De regeling is bedoeld voor ondernemers met personeel die gedurende 4 maanden minimaal 20% omzetverlies verwachten. Voor de definitie van omzet wordt aangesloten bij de omzetdefinitie in het jaarrekeningenrecht. Dit betekent dat de omzet niet wordt bepaald op de factuurdatum, maar wordt toegerekend over de periode waarop de omzet betrekking heeft.

Een betaling door een klant van een factuur op basis van een contractuele verplichting tussen een bedrijf en een klant kwalificeert als omzet. Indien er activiteiten worden verricht, en geleverd wordt is er voor die activiteiten geen sprake van omzetverlies.

Het is niet toegestaan om geen facturen te sturen, terwijl de activiteiten en leveringen wel in de periode van 4 maanden zijn geweest. Een ondernemer is verplicht om binnen 15 dagen na de maand waarin de activiteit heeft plaatsgevonden de factuur te versturen. Deze omzet moet gewoon worden verantwoord omdat de dienst is verricht of het goed is geleverd. Er wordt hierbij geen rekening gehouden met een eventuele betalingstermijn van een factuur. In het jaarrekeningenrecht geldt namelijk het toerekeningbeginsel. Hier moet dus achteraf bij de opgave van het omzetverlies door het bedrijf voor worden gecorrigeerd.

Hoe moeten publiekrechtelijke entiteiten en deelnemingen daarvan hun omzetdaling berekenen? 

Ook deze deelnemingen dienen een omzetdaling van 20% of meer te hebben. Als zij onderdeel zijn van een concern, dan moet de omzetdaling gezamenlijk bepaald worden. Of er sprake is van een moeder-dochterrelatie of groepsrelatie, waardoor de omzet moet worden samengenomen is afhankelijk van de vraag of hier sprake is van een entiteit op wie Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is op grond van artikel 1 of 2 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en of het moeder-dochterbegrip op deze organen van toepassing is. 

Hoe wordt de loonsom bepaald?

De subsidie bedraagt maximaal 90% van de loonsom. Als werkgever vraagt u de NOW aan per loonheffingennummer. De loonsom zal dus vastgesteld worden per loonheffingennummer. Ingeleende krachten (zoals payroll- en uitzendkrachten) tellen niet mee in de loonsom van het bedrijf waar ze de werkzaamheden verrichten. Zij vallen onder hun payroll bedrijf of uitzendbureau. 

De loonsom bestaat uit het loon waarover de premies werknemersverzekeringen worden afgedragen, het SV-loon. Het UWV gebruikt daarbij in beginsel de loonsom van maart 2020. Het loon van alle werknemers die in maart 2020 bij de aanvrager in dienst waren tellen hierin mee. Voor de berekening van de subsidie telt maximaal € 9.538 van het SV-loon per werknemer mee. 

Bij de definitieve vaststelling van de NOW 2.0-subsidie, na afloop van de subsidieperiode, wordt de loonsom van maart 2020 vergeleken met de loonsom van de maanden juni 2020 tot en met september 2020. Als de loonsom gedaald is, wordt de subsidie ook lager.

Tot de loonsom worden niet de werkgeversbetalingen voor uitkeringen gerekend. Deze krijgt de werkgever immers al vergoed via UWV. De eventuele betaling van vakantiebijslag telt ook niet mee in de loonsom. Een eventueel uitbetaalde 13e maand, wordt ook uit de loonsom gefilterd.

De werkgever heeft naast het loon te maken met andere kosten voor de werknemers, zoals bijvoorbeeld pensioenpremies (zowel het werkgeversdeel als het werknemersdeel), premies voor de werknemersverzekeringen en (in veel gevallen) een reservering voor het uitbetalen van vakantiegeld. Ook deze kosten worden vergoed. Daarvoor hanteert het UWV een voor alle werkgevers uniforme opslag van 40% bovenop de loonsom.

Wat gebeurt er met de subsidie als de loonsom in juni tot en met september lager is dan in maart?

De subsidie wordt dan lager vastgesteld. De verlaging van de subsidie is het bedrag dat de loonsom lager is uitgevallen, verhoogd met 40% (opslag voor werkgeverslasten) en vermenigvuldigd met 90% (het percentage dat de overheid maximaal vergoedt). Let op: het percentage van de omzetdaling wordt niet meegenomen in de berekening van de vermindering. Dat bekent bijvoorbeeld dat als de omzet met 60% daalt maar de loonsom ook met 60% daalt, er geen recht is op subsidie. De overgebleven loonkosten kunnen dan betaald worden uit de overgebleven omzet.

Voorbeeld: de loonsom in maart 2020 was € 1.000.000 en het omzetverlies is 50%. Dat zou leiden tot een subsidie van € 2.520.000, waarvan 80% als voorschot is uitgekeerd. Uiteindelijk blijkt het loon in juni t/m september € 3.400.000, ofwel € 600.000 lager dan verwacht. Voor die € 600.000 heeft de werkgever € 756.000 subsidie gekregen. Daarom wordt de subsidie verlaagd met € 756.000 euro.

(Berekening subsidie: 50% omzetverlies x € 1.000.000 x 4 maanden x 1,4 (opslag werkgeverslasten) x 0,9 (percentage vergoeding van 90%) = € 2.520.000. Berekening subsidieverlaging: € 600.000 x 1,4 x 0.9. Zie ook het voorbeeld op pagina 34 van de NOW-regeling.)

Wat gebeurt er met de subsidie als de loonsom in juni tot en met augustus hoger is dan in januari?

U krijgt dan geen extra subsidie.

Is er een maximum aan het salaris voor de berekening van de loonsom?

Ja, voor de berekening van de subsidie telt maximaal € 9.538 van het SV-loon per werknemers mee.  

Zit in de loonsom ook de loonsom van zieke medewerkers?

Ja. Het loon van alle verzekeringsplichtige werknemers telt UWV mee bij de berekening van de loonsom mits ze worden doorbetaald.

Maakt vakantiegeld deel uit van de loonsom?

De NOW biedt ook compensatie voor aanvullende lasten en kosten zoals werkgeverspremies, pensioenpremies (werknemers- en werkgeversdeel) en de opbouw van vakantiebijslag. De eventuele betaling van vakantiebijslag telt niet mee in de loonsom. 

Hoe hoog is de tegemoetkoming in de loonkosten? 

De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de omzetdaling en bedraagt maximaal 90% van de loonsom. Dus: hoe groter de daling, hoe hoger de tegemoetkoming. De daling moet ten minste 20 procent zijn.

Bijvoorbeeld:

  • als 100% van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 90% van het totale SV-loon van een werkgever
  • als 50% van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 45% van het totale SV-loon van een werkgever
  • als 25% van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 22,5% van het totale SV-loon van de werkgever

Op basis van uw aanvraag krijgt u van UWV een voorschot van 80% van de verwachte tegemoetkoming. Het voorschot wordt in 2 termijnen betaald.

De werkgever heeft naast het loon te maken met andere kosten voor de werknemers, zoals bijvoorbeeld pensioenpremies (zowel het werkgeversdeel als het werknemersdeel), premies voor de werknemersverzekeringen en (in veel gevallen) een reservering voor het uitbetalen van vakantiegeld. Ook deze kosten worden vergoed. Een individuele berekening daarvan is niet mogelijk voor de NOW. UWV hanteert voor alle werkgevers een zelfde opslag van 40% bovenop de loonsom.

Maken aanvullende kosten (zoals pensioenpremies) onderdeel uit van de loonsom?

De werkgever heeft naast het loon te maken met andere kosten voor de werknemers, zoals bijvoorbeeld pensioenpremies (zowel het werkgeversdeel als het werknemersdeel), premies voor de werknemersverzekeringen en (in veel gevallen) een reservering voor het uitbetalen van vakantiegeld. Ook deze kosten worden vergoed. Een individuele berekening daarvan is niet mogelijk voor de NOW. UWV hanteert voor alle werkgevers een zelfde opslag van 40% bovenop de loonsom.

Telt een onregelmatigheidstoeslag mee bij het bepalen van de hoogte van de loonsom?

Ja. Een onregelmatigheidstoeslag maakt onderdeel uit van het socialeverzekeringsloon (SV-loon) dat wordt gebruikt om de loonsom te bepalen.

Ik heb in januari een 13de maand uitbetaald aan mijn werknemers en betaal op verzoek ook gespreid vakantiegeld. Wat is het effect hiervan voor de hoogte van de subsidie?

In de NOW 2.0 wordt de subsidie gebaseerd op de loonsom van maart als referentiemaand voor de loonsom van juni tot en met september. Bij de vaststelling van de subsidie zal UWV de loonsommen van de verschillende maanden zo zuiver mogelijk vergelijken. Zo worden extra periode salarissen, zoals een dertiende maand, en de uitbetaling van vakantiebijslag uit de loonsommen gehaald.

Het uitbetalen van een dertiende maand in januari of andere maand of het uitbetalen van vakantiegeld heeft daarmee geen effect op de hoogte van de subsidie. Hiermee wordt voorkomen dat werkgevers enkel vanwege de betaling van een dertiende maand in januari de volledige NOW-subsidie moeten terugbetalen, vanwege een dalende loonsom.

Houdt NOW 2.0 rekening met de typische loonsom-kenmerken van seizoenswerk of met het feit dat je als werkgever een hogere gemiddelde loonsom hebt in de subsidieperiode dan tijdens de referentieperiode?

Bij NOW 2.0 worden bedrijven met een seizoenspatroon tegemoet gekomen, doordat bij de referentiemaand voor de loonsom is gekozen voor maart, in plaats van januari. De aanpassing biedt uitkomst voor seizoensbedrijven die tussen januari en maart van dit jaar een toename in personeel hadden.

Voor bedrijven met een seizoenspatroon is ook een oplossing gezocht voor het eerste tijdvak (NOW 1.0). Daarvoor geldt dat indien de loonsom van maart tot en met mei hoger is dan de loonsom van drie maal januari, de loonsom van maart tot en met mei als uitgangspunt wordt genomen (gemaximeerd op maart). Hiermee gaat het subsidiebedrag voor de werkgever omhoog. Deze nieuwe rekenmethode geldt automatisch voor alle werkgevers met een hogere gemiddelde loonsom in de periode maart tot en met mei dan in de maand januari.

Waar vind ik alle informatie over de (oude) NOW 1.0 terug?

Bekijk de publicatie 'Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid NOW 1.0'.