Hoe werkt de NOW?

Hoe werkt een NOW-aanvraag?

De werkgever, die tenminste 20% omzetverlies verwacht, dient de aanvraag in bij het UWV. Daarbij committeert hij zich vooraf aan de verplichting om voor zijn werknemers géén ontslag aan te vragen op grond van bedrijfseconomische redenen  gedurende de periode waarover hij de tegemoetkoming aanvraagt. Hij zal het loon 100% doorbetalen.

  • De aanvraag geldt voor een periode van 3 maanden en ziet op omzetdalingen vanaf 1 maart 2020. Bekijk de rekenhulp om het percentage omzetverlies te berekenen.
    De aanvrager kiest een startdatum waarop de periode van 3 maanden begint. Bijvoorbeeld 1 maart, 1 april of 1 mei.
  • De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de terugval in omzet, maximaal 90% van de loonsom. Hoe groter de terugval in omzet, hoe hoger de tegemoetkoming. Bijvoorbeeld:
    • indien 100% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 90% van de loonsom;
    • indien 50% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 45% van de loonsom;
    • indien 25% van de omzet wegvalt, bedraagt de tegemoetkoming 22,5% van de loonsom.
  • Op basis van de aanvraag verstrekt het UWV een voorschotter hoogte van 80% van de verwachte tegemoetkoming.
  • Achteraf wordt vastgesteld wat de werkelijke daling in de omzet is geweest.
  • Dan kan ook een correctie plaatsvinden in de hoogte van de tegemoetkoming. Bij de definitieve vaststelling van de tegemoetkoming vindt nog een correctie plaats als er sprake is geweest van een daling van de loonsom.
  • Werkgevers betalen het loon aan betrokkenen werknemers 100% door als zij gebruik maken van de tegemoetkomingsregeling.

Hoe wordt de omzetdaling berekend? 

U kunt een omzetdaling opgeven in een aangesloten periode van 3 maanden die start op 1 maart, 1 april of 1 mei 2020 (bijvoorbeeld van 1 april tot en met 30 juni). De omzet in deze periode van 3 maanden vergelijkt u met uw omzet van januari tot en met december 2019 (referentieperiode) gedeeld door 4. Ondernemingen die op 1 januari 2019 nog niet bestonden hanteren een andere berekening van de omzetdaling. 

Ik vind het berekenen van het percentage omzetverlies lastig, is er een rekenhulp? 

Ja er is een online rekenhulp. Bekijk de rekenhulp om het percentage omzetverlies te berekenen.

Wat valt er allemaal onder omzet? 

Voor de definitie van omzet wordt aangesloten bij de omzetdefinitie in het jaarrekeningenrecht. Hierin wordt uitgegaan van de netto-omzet: de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf onder aftrek van kortingen en belastingen die over de omzet zijn geheven.
Opbrengsten zijn baten die ontstaan bij de uitvoering van de normale activiteiten van een onderneming. Dit betekent dat omzet wordt verantwoord als de activiteiten betrekking hebbend op de levering van goederen of diensten voor een specifieke klant waarmee een (verkoop)contract is gesloten.
Ontvangt u andere opbrengsten dan uit de verkoop, zoals uitkeringen, subsidies, renteopbrengsten en bijdragen vanuit een overheidsinstelling of andere opbrengsten, zoals giften, of declaraties vanuit zorgverzekeraars? Dan vallen deze opbrengsten voor de regeling ook onder omzet.

Moet de periode waarover ik subsidie krijg hetzelfde zijn als de periode waarin mijn omzet daalt?

Nee. U krijgt subsidie voor de loonkosten in de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020. Ongeacht over welke maanden u uw omzetverlies heeft berekend.

Hoe bereken ik de omzet, en op welke periode heeft het omzetverlies betrekking? 

U vraagt subsidie aan voor de loonsom in maart, april en mei in verband met een verwachte terugval in de omzet van meer dan 20%. Als u verwacht dat het effect van de huidige situatie pas met vertraging in uw omzetcijfer zichtbaar wordt, kunt u aangeven dat u de periode voor de omzetvergelijking één of twee maanden later wil laten starten. U kunt starten op 1 maart, 1 april of 1 mei. De verwachte omzet in de 3 maanden van de door u gekozen periode, vergelijkt u met de totale omzet in 2019, gedeeld door vier, zodat beide cijfers zien op een omzet over 3 maanden. Op basis daarvan berekent u het omzetverlies in procenten. 

Hoe wordt de omzet berekend bij overgang van onderneming?

Bij aanvragers wordt – volgens de standaardregel – het omzetverlies in de gekozen driemaandsperiode in 2020 (maart-mei, april-juni of mei-juli) vergeleken met 25% van de jaaromzet van 2019. Voor ondernemingen die een (onderdeel van een) onderneming hebben overgenomen kan echter in veel gevallen gelden dat in de voornoemde meetperiode toch enige omzet wordt gerealiseerd met de overgenomen bedrijfsactiviteiten, waardoor de relevante omzet kan vertekenen in de meetperiode. Dit kan nadelig uitpakken voor een aanvrager. In afwijking van de standaardregel kan een werkgever ook voor de al bestaande bepaling voor startende ondernemingen kiezen. Er moet dan sprake zijn van een onderneming die (een deel van) een andere onderneming heeft overgenomen en dus feitelijk in een nieuwe bedrijfssamenstelling is gaan werken. De omzetdaling wordt dan berekend doordat de omzetvergelijking vanaf de eerste kalendermaand na de dag van overgang voor de hele kalendermaanden in 2019 tot en met 29 februari 2020 wordt genomen, omgerekend naar 3 maanden. Op die manier kan beter aangesloten worden bij de daadwerkelijke omzet(daling). Het is een ‘kan-bepaling’, dus de werkgever mag bij vaststelling kiezen tussen de standaardregel en deze afwijkingsmogelijkheid die ook al voor startende ondernemingen geldt.

Wat gebeurt er met de subsidie als de omzet in de door u gekozen driemaands periode hoger uitvalt dan verwacht?

Uw subsidie wordt vastgesteld op basis van de gerealiseerde omzetdaling. U heeft voor het voorschot uw verwachte omzetdaling opgegeven. Uw subsidie wordt in dit geval lager vastgesteld omdat u meer omzet heeft behaald en dus een lagere omzetdaling heeft dan verwacht. Of u moet terugbetalen is afhankelijk van de hoogte van het betaalde voorschot. Dit is overigens ook afhankelijk van de vraag of u aan de andere voorwaarden heeft voldaan.

Voorbeeld:

Stel, uw omzet was in 2019 in totaal € 200.000. Uw onderneming bestond al op 1 januari 2019, waarmee de omzet € 200.000 / 4 = € 50.000 is voor een periode van 3 maanden.

Uw ingeschatte omzet was: € 30.000 over de maanden maart, april en mei, waarmee uw verwachte omzetdaling 40% was. De loonsom in januari was € 5.000. Uw subsidie was hiermee ingeschat op 40% x 90% subsidie x € 5.000 x 3 maanden x 1,3 = € 7.020.

Hiervan heeft u 80% bevoorschot gekregen. Dit is € 5.616.

Uw werkelijke omzet is uiteindelijk hoger: € 40.000 over de maanden maart, april en mei, waarmee uw werkelijke omzetdaling 20% was. De loonsom in maart t/m mei is € 5.000 per maand, te weten € 15.000.

Uw subsidie wordt hiermee: 20%  € 5.000 x 3 maanden x 1,3 x 90% subsidie = € 3.510.

U heeft al € 5.616 bevoorschot gekregen. De terugbetaling in dit geval is € 3.510 -/- € 5.616 = € 2.106.

Wat gebeurt er met de subsidie als de omzet in de door u gekozen driemaands periode lager uitvalt dan verwacht?

Uw subsidie wordt vastgesteld op basis van de gerealiseerde omzetdaling. U heeft voor het voorschot uw verwachte omzetdaling opgegeven. De subsidie wordt in dit geval hoger vastgesteld omdat u minder omzet heeft behaald en dus een hogere omzetdaling heeft dan verwacht.
Dit is overigens ook afhankelijk van de vraag of u aan de andere voorwaarden heeft voldaan.

Voorbeeld:

Stel uw omzet was in 2019 in totaal € 200.000. Uw onderneming bestond al op 1 januari 2019, waarmee de omzet € 200.000 / 4 = € 50.000 is voor een periode van drie maanden.

Uw ingeschatte omzet was: € 30.000 over de maanden maart, april en mei, waarmee uw verwachte omzetdaling 40% was. De loonsom in januari was € 5.000. Uw subsidie was hiermee ingeschat op 40% x 90% subsidie x € 5.000 x 3 maanden x 1,3 = € 7.020.

Hiervan heeft u 80% bevoorschot gekregen. Dit is € 5.616.

Uw werkelijke omzet is eindelijk lager: € 20.000 over de maanden maart, april en mei, waarmee uw werkelijke omzetdaling 60% was. De loonsom in maart t/m mei is € 5.000 per maand, te weten € 15.000.

Uw subsidie wordt hiermee: 60%  € 5.000 x 3 maanden x 1,3 x 90% subsidie = € 10.530.

U heeft al € 5.616 bevoorschot gekregen. De nabetaling in dit geval is € 10.530 -/- € 5.616 = € 4.914.

Hoe moet ik omgaan als onderneming met omzet, levering, facturen in de referentieperiode voor de omzet?

De regeling is bedoeld voor ondernemers met personeel die gedurende 3 maanden minimaal 20% omzetverlies verwachten. Voor de definitie van omzet wordt aangesloten bij de omzetdefinitie in het jaarrekeningenrecht. Dit betekent dat de omzet niet wordt bepaald op de factuurdatum, maar wordt toegerekend over de periode waarop de omzet betrekking heeft.

Een betaling door een klant van een factuur op basis van een contractuele verplichting tussen een bedrijf en een klant kwalificeert als omzet. Indien er activiteiten worden verricht, en geleverd wordt is er voor die activiteiten geen sprake van omzetverlies.

Het is niet toegestaan om geen facturen te sturen, terwijl de activiteiten en leveringen wel in de driemaands periode zijn geweest. Een ondernemer is verplicht om binnen 15 dagen na de maand waarin de activiteit heeft plaatsgevonden de factuur te versturen. Deze omzet moet gewoon worden verantwoord omdat de dienst is verricht of het goed is geleverd. Er wordt hierbij geen rekening gehouden met een eventuele betalingstermijn van een factuur. In het jaarrekeningenrecht geldt namelijk het toerekeningbeginsel. Hier moet dus achteraf bij de opgave van het omzetverlies door het bedrijf voor worden gecorrigeerd.

Voor de NOW geldt dat subsidies, waaronder subsidies die ondernemers in het kader van de coronacrisis hebben ontvangen, als omzet meetellen. Geldt dat ook voor de NOW-subsidie?

Nee. De NOW subsidie wordt niet als omzet meegerekend bij de vaststelling van de hoogte van de NOW subsidie. In de nieuwe regeling die ziet op de verlenging zal expliciet opgenomen worden dat de NOW subsidie niet als omzet wordt meegerekend bij het vaststellen van de omzetdaling.

Bij het berekenen van omzetdaling worden andere subsidies inderdaad wel meegeteld als omzet indien deze betrekking hebben op referentieperiode voor de omzetdaling. Subsidies die worden verstrekt in het kader van aanvullende noodmaatregelen voor specifieke sectoren, tellen dus in de regel mee als omzet voor de NOW.

De NOW telt bijvoorbeeld ook subsidies mee die op een later moment worden uitgekeerd maar wel logischerwijs (deels) toebehoren aan een eerdere periode. Denk daarbij aan een jaarlijkse structurele subsidie die toevallig in november wordt overgemaakt, maar bedoeld is voor het gehele jaar.  Indien er sprake is van een (meer-) jaarlijkse subsidie (of andere baten) of langer tijdvak dan het aanvraagtijdvak moeten deze inkomsten naar rato worden verdeeld over die maanden voor zover de grondslagen die worden gehanteerd in de jaarrekening hier niet reeds in voorzien.

Hoe wordt de loonsom bepaald?

De subsidie bedraagt maximaal 90% van de loonsom. Als werkgever vraagt u de NOW aan per loonheffingennummer. De loonsom zal dus vastgesteld worden per loonheffingennummer.

Ingeleende krachten (zoals payroll- en uitzendkrachten) tellen niet mee in de loonsom van het bedrijf waar ze de werkzaamheden verrichten. Zij vallen onder hun payroll bedrijf of uitzendbureau.

De loonsom bestaat uit het loon waarover de premies werknemersverzekeringen worden afgedragen, het SV-loon. Het UWV gebruikt daarbij meestal de loonsom van januari 2020. Het loon van alle werknemers die in januari 2020 bij de aanvrager in dienst waren tellen hierin mee. Voor de berekening van de subsidie telt maximaal € 9.538 van het loon per werknemer mee.

Bij de definitieve vaststelling van de subsidie, na afloop van de subsidieperiode, wordt de loonsom van januari 2020 vergeleken met de loonsom van de maanden maart 2020 tot en met mei 2020. Als de loonsom gedaald is, wordt de subsidie ook lager.

Tot de loonsom worden niet de werkgeversbetalingen voor uitkeringen gerekend. Deze krijgt de werkgever immers al vergoed via UWV. De eventuele betaling van vakantiebijslag telt ook niet mee in de loonsom.

De werkgever heeft naast het loon te maken met andere kosten voor de werknemers, zoals bijvoorbeeld pensioenpremies (zowel het werkgeversdeel als het werknemersdeel), premies voor de werknemersverzekeringen en (in veel gevallen) een reservering voor het uitbetalen van vakantiegeld. Ook deze kosten worden vergoed. Daarvoor hanteert het UWV een opslag van 30% bovenop de loonsom.

Wat gebeurt er met de subsidie als de loonsom in maart tot en met mei lager is dan in januari?

De subsidie wordt dan lager vastgesteld. De verlaging van de subsidie is het bedrag dat de loonsom lager is uitgevallen, verhoogd met 30% (opslag voor werkgeverslasten) en vermenigvuldigd met 90% (het percentage dat de overheid maximaal vergoedt). Let op: het percentage van de omzetdaling wordt niet meegenomen in de berekening van de vermindering. Dat bekent bijvoorbeeld dat als de omzet met 60% daalt maar de loonsom ook met 60% daalt, er geen recht is op subsidie. De overgebleven loonkosten kunnen dan betaald worden uit de overgebleven omzet.

Voorbeeld: de loonsom in januari 2020 was € 1.000.000 en het omzetverlies is 50%. Dat zou leiden tot een subsidie van € 1.755.000, waarvan 80% als voorschot is uitgekeerd. Uiteindelijk blijkt het loon in maart t/m mei € 2.400.000, ofwel € 600.000 lager dan verwacht. Voor die € 600.000 heeft de werkgever € 702.000 subsidie gekregen. Daarom wordt de subsidie verlaagd met € 702.000 euro.

(Berekening subsidie: 50% omzetverlies x € 1.000.000 x 3 drie maanden x 1,3 (opslag werkgeverslasten) x 0,9 (percentage vergoeding) = € 1.755.000. Berekening subsidieverlaging: € 600.000 x 1,3 x 0.9. Zie ook het voorbeeld op pagina 34 van de NOW-regeling.)

Wat gebeurt er met de subsidie als de loonsom in maart tot en met mei hoger is dan in januari?

U krijgt dan geen extra subsidie.

Is er een maximum aan het salaris voor de berekening van de loonsom?

Ja, voor de berekening van de subsidie telst maximaal € 9.538 van het loon per werknemers mee.  

Zit in de loonsom ook de loonsom van zieke medewerkers?

Ja. Het loon van alle verzekeringsplichtige werknemers telt UWV mee bij de berekening van de loonsom mits ze worden doorbetaald.

Maakt vakantiegeld deel uit van de loonsom?

De NOW biedt ook compensatie voor aanvullende lasten en kosten zoals werkgeverspremies, pensioenpremies (werknemers- en werkgeversdeel) en de opbouw van vakantiebijslag. De eventuele betaling van vakantiebijslag telt niet mee in de loonsom. 

Hoe hoog is de tegemoetkoming in de loonkosten? 

De hoogte van de tegemoetkoming in de loonkosten is afhankelijk van de omzetdaling en bedraagt maximaal 90% van de loonsom. Dus: hoe groter de daling, hoe hoger de tegemoetkoming. De daling moet ten minste 20 procent zijn.

Bijvoorbeeld:

  • als 100% van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 90% van het totale SV-loon van een werkgever
  • als 50% van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 45% van het totale SV-loon van een werkgever
  • als 25% van de omzet wegvalt, is de tegemoetkoming 22,5% van het totale SV-loon van de werkgever

Op basis van uw aanvraag krijgt u van UWV een voorschot van 80% van de verwachte tegemoetkoming. Het voorschot wordt in drie termijnen betaald.

De werkgever heeft naast het loon te maken met andere kosten voor de werknemers, zoals bijvoorbeeld pensioenpremies (zowel het werkgeversdeel als het werknemersdeel), premies voor de werknemersverzekeringen en (in veel gevallen) een reservering voor het uitbetalen van vakantiegeld. Ook deze kosten worden vergoed. Een individuele berekening daarvan is niet mogelijk voor de NOW. UWV hanteert voor alle werkgevers een zelfde opslag van 30% bovenop de loonsom.

Maken aanvullende kosten (zoals pensioenpremies) onderdeel uit van de loonsom?

De werkgever heeft naast het loon te maken met andere kosten voor de werknemers, zoals bijvoorbeeld pensioenpremies (zowel het werkgeversdeel als het werknemersdeel), premies voor de werknemersverzekeringen en (in veel gevallen) een reservering voor het uitbetalen van vakantiegeld. Ook deze kosten worden vergoed. Een individuele berekening daarvan is niet mogelijk voor de NOW. UWV hanteert voor alle werkgevers een zelfde opslag van 30% bovenop de loonsom.

Telt een onregelmatigheidstoeslag mee bij het bepalen van de hoogte van de loonsom?

Ja. Een onregelmatigheidstoeslag maakt onderdeel uit van het socialeverzekeringsloon dat wordt gebruikt om de loonsom te bepalen.

Ik heb in januari een 13de maand uitbetaald aan mijn werknemers. Wat is het effect hiervan voor de hoogte van het de subsidie?

In de NOW wordt de subsidie gebaseerd op de loonsom van januari als referentiemaand en de loonsom van maart tot en met mei. Bij de vaststelling van de subsidie zal UWV de loonsommen van de verschillende maanden zo zuiver mogelijk vergelijken. Zo worden extra periode salarissen, zoals een dertiende maand, en de uitbetaling van vakantiebijslag uit de loonsommen gehaald. Het uitbetalen van een dertiende maand in januari heeft daarmee geen effect op de hoogte van de subsidie. Hiermee wordt voorkomen dat werkgevers enkel vanwege de betaling van een dertiende maand in januari de volledige NOW-subsidie moeten terugbetalen, vanwege een dalende loonsom.

Bij het berekenen van het voorschot kan hier nog geen rekening mee worden gehouden. Dit kan betekenen dat bij de berekening van de hoogte van het voorschot uitgegaan is van een te hoge loonsom. 

Ik heb in mei vakantiebijslag uitbetaald aan mijn werknemers. Is daarmee mijn loonsom van mei hoger? Wat is het effect hiervan voor de hoogte van het de subsidie?

In de NOW wordt de subsidie gebaseerd op de loonsom van januari als referentiemaand en vergeleken met de loonsom van maart, april en mei. Bij de vaststelling van de subsidie zal UWV de loonsommen van de verschillende maanden zo zuiver mogelijk vergelijken. Zo worden extra periode salarissen, zoals een dertiende maand, en de uitbetaling van vakantiebijslag uit de loonsommen gehaald. Het uitbetalen van vakantiebijslag in mei heeft daarmee geen effect op de hoogte van de subsidie. Zo wordt het loonsom van mei vergelijkbaar met de loonsom van de andere maanden en kan worden vergeleken of sprake is van een dalende loonsom.

Hoe weet ik of mijn bedrijf in aanmerking komt voor de nieuwe seizoensvariant in de NOW?

De alternatieve rekenmethode geldt voor alle bedrijven met een hogere loonsom in de periode maart tot en met mei ten opzichte van 3 x de referentiemaand januari. Een hogere loonsom in de subsidiemaanden zal vaak voorkomen vanwege seizoensinvloeden, maar kan ook andere redenen hebben. Ook wanneer de loonsom is gestegen zonder een duidelijke seizoensinvloed zal de alternatieve rekenmethode gelden.
De alternatieve rekenmethode wordt automatisch toegepast bij vaststelling wanneer deze toepasbaar is. Als werkgever hoeft u geen extra stappen te ondernemen om hiervoor in aanmerking te komen. De overige voorwaarden van de NOW blijven gewoon van kracht.

Ik heb een bedrijf met een seizoenspiek. Wanneer ga ik iets merken van de aanpassing voor seizoensbedrijven?

De aanpassing leidt voor de relevante bedrijven tot een hoger subsidiebedrag wat bij vaststelling van de subsidie zal worden toegekend. U krijgt dus geen hoger voorschot. De vaststelling zal niet eerder dan 7 september kunnen plaatsvinden. Er zullen spoedig meer details volgen over het proces rondom vaststelling van de subsidie.

Waarom wordt de NOW gewijzigd bij overgang van onderneming?

De regels in de NOW rondom omzet- en loonsombepaling sluiten niet altijd helemaal aan op de concrete situatie waarin een bedrijf zich bevindt. In de uitvoering van de NOW is gebleken dat zich met name rondom een onderneming die een andere onderneming heeft overgenomen sprake kan zijn van een niet-representatieve omzet- of loonsombepaling.

Bij ondernemingen die een overname hebben gedaan, geldt dat duidelijk traceerbaar is vanaf welk moment de overname zou moeten leiden tot een alternatieve omzetberekening. Anders dan bijvoorbeeld bij bedrijven met een seizoenspiek in de omzet, is bij een overname duidelijk vanaf welke datum de alternatieve berekening gehanteerd moet worden.