Aanvullende subsidie voor meerjarig gesubsidieerde, producerende instellingen

Dit betreft de instellingen in de culturele basisinfrastructuur 2017-2020 (BIS) en de instellingen en festivals die meerjarige subsidie ontvangen van de 6 rijkscultuurfondsen in de periode 2017-2020.

Voor wie is deze aanvullende subsidie bestemd?

De aanvullende subsidie is bestemd voor 70 producerende instellingen in de BIS 2017-2020. En voor ongeveer 198 door de 6 rijkscultuurfondsen meerjarig gefinancierde instellingen en festivals. Het gaat om een groot aantal instellingen met een breed palet aan activiteiten voor een divers publiek, in alle cultuurdisciplines. 

Ook NEMO, Slot Loevestein, SieboldHuis, het Onderwijsmuseum, het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid, het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor ontvangen aanvullende subsidie. Ook zij vallen onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van OCW en hebben te maken met vergelijkbare problematiek als de instellingen in de BIS 2017-2020.

Daarnaast komt er voor filmproducenten een specifieke voorziening van € 5 miljoen bij het Filmfonds.

Ga voor specifieke vragen over aanvullende financiering via 1 van de 6 rijkscultuurfondsen, naar cultuurfonds:

Hoe wordt de aanvullende subsidie berekend?

De grootste financiële problemen zijn er bij instellingen met hoge eigen inkomsten die volledig weggevallen zijn door de sluiting. En waarbij de inkomsten ook bij heropening naar verwachting niet op korte termijn zullen terugkeren naar het oude niveau.

De eigen inkomsten die voor de gedwongen sluiting werden gerealiseerd, vormen daarom de basis bij de berekening van de aanvullende subsidie.

De aanvullende subsidie wordt als volgt verstrekt:

  • De aanvullende subsidie geeft gedeeltelijke ondersteuning van de gederfde eigen inkomsten van de instelling, in aanvulling op de reguliere subsidie.
  • De aanvullende subsidie wordt berekend op basis van 45 % van de eigen inkomsten per jaar, waarbij als grondslag het gemiddelde wordt genomen van de behaalde eigen inkomsten in de jaren 2017 en 2018.
  • 25 % van het vrij besteedbaar vermogen van de instelling (stand 2018) wordt in mindering gebracht op de aanvullende subsidie.
  • De aanvullende subsidie heeft een maximum van 3 keer het structurele subsidiebedrag dat de instelling heeft ontvangen in 2018.
  • Instellingen die geen of nauwelijks publieksactiviteiten uitvoeren zijn uitgesloten.
  • Instellingen zoals festivals waarvan de hoofdact vóór 12 maart 2020 heeft plaatsgevonden, vallen niet onder de regeling. Dit geldt ook voor biënnales die geen editie hebben in 2020.

Moeten alle middelen die zijn ontvangen in 2020 worden besteed?

In de regeling en de beschikking is opgenomen dat de middelen die in 2020 nog niet zijn besteed, door BIS-instellingen mogen worden gereserveerd om op een later moment te worden besteed. De verantwoording van deze middelen wordt in de jaarrekening over 2020 opgenomen, ook als een deel wordt gereserveerd voor 2021. Bij de afrekening van de NOW-regeling, moet de aanvullende subsidie in ieder geval worden verdeeld over maart tot en met december 2020. Op basis van de bekende gegevens, is voorgaande niet mogelijk voor een deel dat aan 2021 kan worden toegerekend.

Is de aanvullende subsidie ook bedoeld voor eventueel te verwachten tekorten in 2021. Zoals bijvoorbeeld lagere publieksinkomsten?

De aanvullende middelen zijn bedoeld om BIS-instellingen te helpen het hoofd boven water te houden tijdens de periode waarvoor de regering beperkende maatregelen heeft afgekondigd. Hierbij is rekening gehouden dat ook na gedeeltelijke opheffing van de beperkende maatregelen, instellingen te maken kunnen hebben met lagere publieksinkomsten. De aanvullende middelen kunnen ingezet worden om te investeren in nieuwe aangepaste publieksactiviteiten voor het volgende seizoen. Deze middelen zijn daarmee bedoeld voor zowel de eerste maanden als de middellange termijn voor het opnieuw genereren van het verdienvermogen.

Zijn er specifieke voorwaarden of verplichtingen met betrekking tot de besteding van de extra subsidie?

Er zijn geen specifieke voorwaarden of verplichtingen, anders dan opgenomen in de beschikking. De minister heeft wel de verwachting uitgesproken dat BIS-instellingen met deze subsidie de gederfde inkomsten kunnen opvangen, maar ook kunnen werken aan nieuwe voorstellingen en tentoonstellingen. Hierbij gaat zij ervan uit dat instellingen met deze subsidie ook zzp’ers, flexwerkers en artiesten, vrije producenten en jonge makers opdrachten kunnen geven.

Bekijk ook:

Alle regelingen voor de culturele en creatieve sector