Ondersteuning voor de lokale culturele infrastructuur

(Pop)podia, gezelschappen, bibliotheken, musea, kunst- en cultuureducatie, beeldende kunstinstellingen, filmtheaters, amateurkunstinstellingen en festivals kunnen aanvullende ondersteuning ontvangen via gemeenten.

Beschikbaar bedrag voor lokale culturele infrastructuur

In totaal is in 2021 € 150 miljoen beschikbaar om gemeenten in staat te stellen de lokale en culturele instellingen en voorzieningen te ondersteunen.

Dit is een vervolg op het eerste steunpakket voor cultuur in 2020, waarvan € 48,5 miljoen matchingssubsidie voor de ondersteuning van regionale musea, (pop)podia en filmtheaters.

Daarnaast hebben gemeenten en provincies in 2020 aanvullende middelen gekregen, bestaande uit tweemaal € 60 miljoen voor gemeenten en eenmalig € 8 miljoen voor provincies voor de compensatie van inkomstenderving.

Voor de lokale culturele infrastructuur in Caribisch Nederland is € 300.000 beschikbaar.

Ontvangers van de extra ondersteuning in de regio

Gemeenten kunnen met deze middelen aanvullend ondersteunen:

  • (pop)podia;
  •  gezelschappen;
  • bibliotheken;
  • musea;
  • kunst- en cultuureducatie;
  • beeldende kunstinstellingen;
  • filmtheaters;
  • amateurkunstinstellingen;
  • festivals.

Extra ondersteuning aanvragen

De middelen uit het tweede steunpakket worden beschikbaar gesteld aan gemeenten via een decentralisatie-uitkering in de decembercirculaire 2020. Gemeenten kunnen in hun begroting over 2021 rekening houden met deze aanvullende middelen.

Gemeenten mogen vervolgens bepalen waar de culturele infrastructuur van hun gemeente de steun het hardst nodig heeft. In de bijlage over de verdeling van het geld bij de Kamerbrief (16 november 2020) is het bedrag per gemeente opgenomen. 

Op basis van deze bedragen kunnen gemeenten hun plannen voor de noodsteun aan de culturele instellingen opstellen en bekend maken .