Regelingen landbouw-, tuinbouw- en visserijsector

Veel bedrijven in de landbouw, tuinbouw en visserij zijn van de een op andere dag geconfronteerd met een acute vraaguitval door het wegvallen van de exportmarkt en het wegvallen van hun grootste afzetmarkt: de horeca. Het kabinet komt deze sectoren met verschillende maatregelen tegemoet voor geleden schade door de uitbraak van COVID-19.

Regeling specifieke kosten land- en tuinbouw

De land- en tuinbouw heeft te maken met doorlopende kosten voor het in leven houden van planten en dieren, zoals kosten voor voeding, (plant)verzorging en gewasbescherming. Deze kosten kunnen niet zomaar stopgezet of aangepast worden, omdat het gaat om dierlijke- of plantaardige producten die vaak aan een cyclus verbonden zijn.

Het kabinet heeft daarom een regeling met een opslag van 21% bovenop de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) voor de betreffende landbouwsectoren ingesteld. Het kabinet reserveert € 40 miljoen voor deze opslag.

Gelijktrekken subsidiegrens Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) voor land- en tuinbouw

Het kabinet heeft 21 januari 2021 aangekondigd de subsidiegrens van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) te verhogen. Middelgrote land- en tuinbouwbedrijven zouden hier geen gebruik van kunnen maken vanwege bepalingen in het Europees staatssteunkader voor land- en tuinbouw. Daarom werkt het kabinet werkt aan een regeling onder een ander staatssteunkader om middelgrote bedrijven in de land- en tuinbouw met een forse omzetval ook tegemoet te komen in vaste lasten.

Het gaat dan om max. € 330.000 per kwartaal voor bedrijven tot 250 werknemers en € 400.000 per kwartaal voor bedrijven met meer dan 250 werknemers (met een max. van € 800.000 over het gehele steunperiode). Het kabinet streeft ernaar het loket in april of mei dit voorjaar te openen, met een terugwerkende kracht voor het eerste kwartaal van 2021.