TVL startende ondernemers (Q4 2021 en Q1 2022) - gesloten

Op 15 maart 2022 heeft het kabinet een aparte TVL-regeling voor startende ondernemers aangekondigd. Deze subsidie is voor ondernemers die zich na 30 juni 2020, maar uiterlijk op 30 september 2021 inschreven bij de KVK. Het kabinet komt hiermee tegemoet aan recente starters die tot nu toe geen steun kregen voor hun vaste bedrijfslasten en in de winter te maken hadden met beperkende coronamaatregelen. De TVL voor startende ondernemers werd tegelijkertijd voor 2 perioden geopend: het 4e kwartaal van 2021 (Q4) en het eerste kwartaal van 2022 (Q1). De TVL voor startende ondernemers staat los van de reguliere TVL en verschilt op een paar belangrijke punten.

De TVL voor startende ondernemers (Q4 2021 en Q1 2022) is gesloten voor aanvragen (dinsdag 2 augustus 2022). 

Het ministerie van Economische Zaken & Klimaat (EZK) is verantwoordelijk voor de subsidieregeling. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert de TVL voor startende ondernemers uit.

Algemene informatie

De belangrijkste punten van TVL voor startende ondernemers op een rij:

  • De TVL voor startende ondernemers wordt voor 2 perioden geopend: Q4 2021 en Q1 2022.
  • Per periode zijn er een paar verschillen.
    • Q4 2021:
      • De onderneming is na 30 juni 2020 en uiterlijk op 30 juni 2021 ingeschreven in het Handelsregister;
      • De subsidieperiode is het 4e kwartaal van 2021, oktober t/m december.
      • De omzet in Q4 2021 is minimaal 20% lager, vergeleken met Q3 2021.
    • Q1 2022:
      • De onderneming is na 30 juni 2020 en uiterlijk op 30 september 2021 ingeschreven in het Handelsregister;
      • De omzet in Q1 2022 is minimaal 30% lager, vergeleken met Q3 2021.
      • Ondernemers die zich tussen 30 juni en 1 oktober 2021 hebben ingeschreven bij de KVK, kunnen de TVL voor startende ondernemers alleen voor Q1 2022 aanvragen.
      • Zij tellen de eerste 3 kalendermaanden ná inschrijving bij de KVK als hun referentieperiode.
  • Let op! Deze subsidie telt als omzet voor de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Dat is anders dan bij de reguliere TVL. De TVL voor startende ondernemers valt onder een ander staatssteunkader en hiervoor gelden andere eisen.
  • De subsidie wordt gebaseerd op het omzetverlies in de subsidieperiode, het percentage vaste lasten dat bij de SBI-code van de hoofdactiviteit hoort en het subsidiepercentage van 100%.
  • Het omzetverlies wordt berekend door de omzet in de subsidieperiode te vergelijken met de omzet in de referentieperiode (Q3 2021)
  • Het minimum subsidiebedrag is € 1.500 per kwartaal.
  • Het maximum subsidiebedrag is € 100.000 per kwartaal.
    • Goederenvervoerders over de weg ontvangen maximaal €100.000 voor beide kwartalen.
    • Landbouwbedrijven ontvangen maximaal €20.000 voor 2 kwartalen.
    • Visserij- en aquacultuurbedrijven ontvangen maximaal €30.000 voor 2 kwartalen.
    • Als deze maximum bedragen zijn bereikt, dan ontvangt de onderneming geen subsidie meer. Zie verderop de uitleg over de de-minimis verordening.
  • De startende onderneming moet minimaal € 1.500 vaste lasten hebben per kwartaal. Dit wordt berekend met de kwartaalomzet en het percentage vaste lasten dat bij de SBI-code van de hoofdactiviteit hoort. Wanneer de aanvraag aan de subsidievoorwaarden voldoet, ontvangt de onderneming eerst een voorschot van 80%. In het najaar volgt een uitnodiging om de subsidie vast te stellen.
  • De onderneming heeft minimaal 1 vestiging in Nederland, met een aparte voordeur of opgang van het huisadres. RVO kan om een bewijsstuk vragen.
  • Op deze vestigingseis zijn een paar uitzonderingen:
    • Horecaondernemingen met SBI-code 56.10.1, 56.10.2 en 56.30.
    • Markthandel met SBI-code 47.81.1, 47.81.9, 47.82, 47.89.1, 47.89.2 en 47.89.9.
    • Taxivervoer met SBI-code 49.39.1 en 49.32.
    • Auto-en motorrijscholen met SBI-code 85.53.
    • Kermisattracties met SBI-code 93.21.2.
    • Luchtballonvaart & recreatieve sportvliegtuigen met SBI-code 51.10
    • Binnenvaart (SBI 50.40), zee- en kustvaart (SBI 50.20), goederenvervoer over de weg (SBI 49.41), verhuisvervoer (SBI 49.42), post- en koeriersdiensten (SBI 53.10 en 53.20).
  • Startende ondernemingen die meer dan € 25.000 subsidie aanvragen, zijn verplicht een derdenverklaring van een accountant of een boekhouder aan te leveren. Op de website van RVO staat een standaard verklaring.
  • Startende ondernemingen die deel uitmaken van een groep ondernemingen, komen alleen in aanmerking als alle ondernemingen in de groep na 30 juni 2020 en uiterlijk op 30 september 2021 zijn ingeschreven in het Handelsregister.
  • Financiële instellingen, publiek gefinancierde scholen, huishoudens, overheidsbedrijven, bedrijven die failliet zijn of uitstel van betaling hebben aangevraagd bij de rechtbank, komen niet in aanmerking voor de TVL voor startende ondernemers.
  • Alle verleende subsidies worden openbaar gemaakt.

Berekening subsidie

De TVL voor startende ondernemers wordt als volgt berekend:
De omzet in het referentiekwartaal x het omzetverlies in Q4 2021 of Q1 2022 in % x het aandeel vaste lasten volgens de SBI-code in % x het subsidiepercentage.

  • Een rekenvoorbeeld:
    • Onderneming A had in Q3 2021 € 40.000 omzet.
    • In Q1 2022 is de omzet € 16.000. Dat is een omzetverlies van 40%
    • Het aandeel vaste lasten dat bij de SBI-code hoort is 25%.
    • Het TVL subsidiepercentage is 100%.
    • Onderneming A ontvangt: € 40.000 x 40% x 25% x 100% = € 4.000 met een voorschot van 80% (€ 3.200).
    • Bij de vaststelling geeft onderneming A het daadwerkelijke omzetverlies van Q1 2022 aan RVO door. Onderneming A ontvangt de rest van de subsidie of moet een deel terugbetalen als het omzetverlies lager is dan verwacht.
    • Met de adviestool van RVO kan een onderneming berekenen hoe hoog de subsidie ongeveer wordt.
  • Let op: de uitkomst van de adviestool is een hulpmiddel en geen volledige beoordeling. U kunt de TVL voor startende ondernemers gewoon aanvragen. Ondernemers die niet voor TVL in aanmerking komen, ontvangen een afwijzing van RVO. Ondernemers kunnen hier tegen in bezwaar. Neem bij twijfel contact op met RVO klantcontact: 088 042 25 00.

Onderneming gestart in Q3 2021

Om de hoogte van de TVL-subsidie te bepalen, moet het omzetverlies worden bepaald. Daarvoor wordt omzet in de subsidieperiode vergeleken met de omzet uit de referentieperiode (Q3 2021). Ondernemingen die in het 3e kwartaal van 2021 bij de KVK zijn ingeschreven, hebben nog geen volledige kwartaalomzet om te vergelijken met de omzet in Q4 2021. Dat betekent dat zij niet in aanmerking komen voor de TVL voor starters in Q4 2021.

Deze ondernemingen kunnen de TVL voor startende ondernemers wel voor Q1 2022 aanvragen. Hun referentieperiode bestaat dan uit de eerste drie kalendermaanden na inschrijving bij de KVK. Voorbeeld: een onderneming heeft zich halverwege juli ingeschreven bij de KVK. Dan bestaat de referentieomzet uit de omzet van augustus, september en oktober 2021.

Vaste bedrijfslasten

De vaste lasten van een onderneming worden berekend met de omzet in het referentiekwartaal en het percentage vaste lasten dat bij de SBI-code hoort. Het percentage vaste lasten per SBI-code is door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) berekend met gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). 

De percentages vaste lasten voor alle SBI-codes staan op de website van RVO.

Rekenvoorbeeld:

  • Onderneming C had in Q3 2021 een omzet van €18.000.
  • Het percentage vaste lasten voor deze SBI-code is vastgesteld op 11%.
  • Het aandeel vaste lasten in het kwartaal is € 18.000 x  11% = € 1.980.
  • Onderneming C komt in aanmerking voor TVL voor startende ondernemers.

Waarom worden niet mijn werkelijke vaste lasten berekend?

Om voor iedere onderneming apart de werkelijke vaste lasten te berekenen, heeft RVO toegang nodig tot alle uitgaven. Dat kost de ondernemer veel extra administratie en door de handmatige beoordeling van alle administratie kan het verlenen van een aanvraag veel langer duren. Het kabinet wil dat de ondernemer snel geld krijgt en dat de subsidieaanvraag weinig extra administratie van een onderneming vraagt. Vandaar dat de vaste lasten zijn berekend op een gemiddelde van de sector.

Waarom worden mijn variabele kosten (zoals energie en grondstoffen) niet meegerekend?

Variabele kosten zijn gekoppeld aan de daadwerkelijke activiteiten van een onderneming. Als een onderneming door de coronacrisis minder activiteiten heeft, dan zijn de variabele kosten ook minder of vallen ze helemaal weg. Bijvoorbeeld: bij minder evenementen betaalt een ondernemer waarschijnlijk veel minder of helemaal geen vergoeding voor locaties (variabele kosten), maar dan zijn er nog wel kosten voor vast onderhoud, huur en verzekeringen (vaste kosten).

Bewijsstukken

Ondernemers die een subsidie van €25.000 of hoger aanvragen, hebben een derdenverklaring als extra bewijsstuk nodig. Hierin verklaart een externe deskundige (zoals een accountant of boekhouder) dat het opgegeven omzetverlies klopt en dat de onderneming actief onderneemt.

Op de website van RVO staat een standaard model voor de derdenverklaring. Alleen derdenverklaringen met dit standaardformulier zijn geldig. De externe deskundige logt met e-Herkenning niveau 3 in op de website van RVO en vult de verklaring in. De deskundige stuurt de ingevulde verklaring vervolgens als pdf naar de ondernemer. De ondernemer voegt de ingevulde derdenverklaring toe aan de aanvraag.

De derdenverklaring is een licht controleproduct en kost ongeveer € 800, afhankelijk van de grootte van de administratie. De accountant of boekhouder bepaalt de prijs. Op het Ondernemersplein van de KvK staat een overzicht van brancheverenigingen van financiële dienstverleners die een ondernemer naar een deskundige (accountant of boekhouder) in de buurt kunnen doorverwijzen.

De-minimis verordening

De TVL voor startende ondernemers wordt verleend op basis van de-minimis verordeningen. Steun op basis van een de-minimis verordening hoeft niet bij de Europese Commissie worden gemeld, maar er zit daardoor wel een grens aan het maximale steunbedrag. Ondernemingen mogen onder de-minimis in 3 belastingjaren maximaal €200.000 aan steun van de overheid ontvangen. Een startende onderneming die voor beide kwartalen het maximale subsidiebedrag ontvangt, kan daardoor in de komende 3 jaar geen andere de-minimis subsidie ontvangen.

Voor sommige bedrijven geldt een lager maximumbedrag onder de-minimis:

  • Voor goederenvervoerders over de weg is het maximaal €100.000 voor 3 jaar;
  • Voor landbouwbedrijven is het maximaal €20.000 voor 3 jaar;
  • Voor bedrijven in visserij- en aquacultuur is het maximaal €30.000 voor 3 jaar.

Voor deze bedrijven kan TVL starterssubsidie voor Q4 2021 al invloed hebben op de hoogte van het subsidiebedrag voor Q1 2022. Een ondernemer met activiteiten die onder meerdere de-minimis verordeningen vallen, moet de activiteiten in de boekhouding scheiden. De ondernemer moet ervoor zorgen dat de steun alleen bij de activiteit terecht komt waarvoor de steun bedoeld is. Wanneer een ondernemer onder meerdere de-minimis verordeningen valt, geldt de verordening met het laagste maximumbedrag. Bijvoorbeeld: een recent gestarte boerderij met camping kan maximaal €20.000 euro ontvangen, omdat dit volgens de-minimis het maximale subsidiebedrag voor land- en tuinbouwbedrijven is.

Subsidies van een gemeente of provincie vallen vaak onder de-minimis. In verband met het maximale bedrag van de-minimis, zal RVO ook kijken naar de hoogte van andere subsidies die een ondernemer volgens de de-minimis verordening heeft ontvangen. Op het subsidiebesluit staat vermeld of de subsidie onder de-minimis valt.

Startende ondernemers binnen een groep ondernemingen

Startende ondernemingen die deel uitmaken van een groep ondernemingen, komen alleen in aanmerking als alle ondernemingen in de groep na 30 juni 2020 en voor 1 oktober 2021 zijn ingeschreven in het Handelsregister. In dat geval kan de groep als geheel TVL voor startende ondernemingen aanvragen.

Startende ondernemingen die deel uitmaken van een bestaande groep ondernemingen (zoals een nieuwe vestiging) komen niet in aanmerking voor de TVL voor startende ondernemers. Bij de eerdere TVL voor startende ondernemers was dat ook uitgesloten.

Waarom is dat?

In de eerste plaats omdat een bestaande groep ondernemingen gebruik kon maken van de reguliere TVL en daarmee een recente starter in de groep kan ondersteunen.

Daarnaast speelt mee dat verbonden ondernemingen onderling kunnen schuiven met kosten- en verliesposten. Dat is vanaf de buitenkant niet te zien. Om die reden moet een groep verbonden ondernemingen bij de reguliere TVL ook twee accountantsproducten indienen. Wanneer een deel van de groep gebruik heeft gemaakt van de reguliere TVL en een startende onderneming maakt gebruik van de TVL voor starters, is dat schuiven niet meer te volgen. De reguliere TVL en de TVL voor startende ondernemers zijn namelijk twee aparte regelingen. Dan kunnen verliezen dubbel worden geteld en dat is niet de bedoeling.