Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) voor Q3 2021

De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) is ook in het derde kwartaal (Q3) beschikbaar voor alle ondernemingen die meer dan 30% omzet verliezen en steun nodig hebben bij het betalen van hun vaste lasten. De voorwaarden van de TVL zijn hetzelfde als in de periode april t/m juni (TVL Q2). Ondernemingen in Nederland kunnen subsidie aanvragen voor hun vaste lasten, wanneer zij aan de subsidievoorwaarden voldoen. TVL Q3 is vanaf 31 augustus 08:00 uur aan te vragen tot uiterlijk 26 oktober 17:00 uur.

De belangrijkste onderdelen van TVL Q3 2021 op een rij:

  • Het subsidiepercentage voor de TVL is in Q3 2021 100%.
  • Ondernemingen kunnen kiezen tussen twee referentieperiodes om hun omzetverlies te berekenen: Q3 2019 of Q3 2020.
  • Ondernemers die tussen 15 maart en 30 juni 2020 met hun onderneming zijn gestart, kunnen ook in Q3 2021 TVL aanvragen.
  • Ondernemingen die Q3 2020 als referentiekwartaal kiezen, mogen de ontvangen TVL of andere Covid-19 subsidies (zoals TOGS, NOW, etc.) uit Q3 2020, niet meetellen als omzet.
  • De onderneming stond op 30 juni 2020 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, en heeft minimaal een vestiging in Nederland, met een aparte voordeur van het huisadres.
  • De onderneming heeft een SBI-code.
  • Voor ondernemingen die voor 15 maart 2020 stonden ingeschreven in het Handelsregister van de KvK, gebruikt RVO de gegevens uit het Handelsregister van 15 maart 2020 als uitgangspunt. Heeft de onderneming zijn gegevens in het Handelsregister, zoals de hoofdactiviteit van de onderneming, na 15 maart 2020 gewijzigd? Dan heeft deze wijziging geen effect op TVL Q3, tenzij de wijziging ook door RVO is vastgelegd na een goedgekeurd bezwaar. 
  • Voor ondernemingen die zich tussen 16 maart en 30 juni 2020 hebben ingeschreven in het Handelsregister van de KvK gebruikt RVO de gegevens van 30 juni 2020 als uitgangspunt. 
  • Een onderneming moet minimaal €1.500 vaste lasten hebben per kwartaal. Dit wordt berekend met het percentage vaste lasten dat bij de SBI-code hoort.
  • Het minimum subsidiebedrag per kwartaal is € 1500. Als de berekende subsidie lager is, wordt de subsidie verhoogd naar €1.500.
  • Het maximum subsidiebedrag dit kwartaal is € 550.000 voor mkb-ondernemingen en € 600.000 voor grote ondernemingen (niet-mkb).
  • Een onderneming, of groep verbonden ondernemingen, mag in totaal niet meer dan € 1.800.000 TVL-subsidie ontvangen. Sommige ondernemingen komen bij de aanvraag van TVL Q3 2021 aan de grens van het maximale staatssteunbedrag. De TVL subsidie wordt in dat geval naar beneden bijgesteld tot het maximaal toegestane bedrag.
  • Een onderneming die tussen 15 maart 2020 en 30 juni 2020 is ingeschreven in het Handelsregister en €25.000 of meer subsidie aanvraagt, heeft bij de TVL-aanvraag een derdenverklaring nodig. Een accountant of boekhouder kan dit afgeven. 
  • Een onderneming die een TVL subsidie van € 125.000 of meer aanvraagt, heeft bij de aanvraag en bij de vaststelling van de subsidie een accountantsproduct nodig. 
  • Op rvo.nl is meer informatie te vinden over de derdenverklaring en de accountantsproducten.
  • Land- en tuinbouwondernemingen ontvangen ook in Q3 een extra opslag voor de speciale kosten om planten en dieren in leven te houden. Deze opslag van 21% wordt bij het percentage vaste lasten geteld. Voor land- en tuinbouwondernemingen geldt voor alle TVL periodes bij elkaar een  maximum subsidiebedrag van € 225.000.
  • De Horecasubsidie Voorraad & Aanpassingen (HVA), Voorraadsubsidie Gesloten Detailhandel (VGD) en opslag voor Annuleringskosten Reisorganisaties (AR) komen ook in Q3 2021 niet terug.
  • TVL Q3 2021 gaat op 31 augustus 2021 om 08:00 uur open tot 26 oktober 2021, 17:00 uur.

Het ministerie van Economische Zaken & Klimaat (EZK) is verantwoordelijk voor de TVL regeling. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) voert de TVL uit.

Referentieperiode – TVL Q3 2021

Minimale en maximale subsidiebedragen - TVL Q3 2021

Bewijsstukken – TVL Q3 2021

Ondernemers hebben voor het aanvragen van TVL Q3 mogelijk aanvullende bewijsstukken nodig. 

SBI-codes – TVL Q3 2021

Sinds het vierde kwartaal van 2020 hebben ondernemingen uit vrijwel alle getroffen sectoren toegang tot de TVL.

Ondernemingen die in het handelsregister zijn geregistreerd als financiële instelling, overheidsinstelling, huishouden of publiek gefinancierde school, zijn uitgesloten van de TVL. Dit is volgens de uitvoering van Europese regels. Het gaat om de volgende SBI codes:

  • krediet- en financiële instellingen (SBI 64, 64.9, 65 en 66);
  • publiek gefinancierde scholen (SBI 85);
  • huishoudens (SBI 97 en 98);
  • (internationale) overheidsinstellingen (SBI 84 en 99).

Hier zijn enkele uitzonderingen op gemaakt, om te voorkomen dat ondernemers onterecht worden uitgesloten. Bijvoorbeeld omdat zij via een nevencode hun eigen financiën beheren of een vorm van verzekering als extra dienst aanbieden. Deze ondernemers zijn duidelijk geen financiële instelling en hebben toegang tot TVL.

  • Ondernemingen die op 15 maart 2020 met hun nevenactiviteit in het Handelsregister stonden ingeschreven met de SBI-code: 64.2, 64.30.3, 64.99, 66.12, 66.191, 66.193, 66.292, 66.299, 66.30 of 70.1 krijgen toegang tot de TVL regeling. Voorwaarde is wel dat de onderneming op basis van de hoofdactiviteit toegang heeft tot de TVL.
  • Ondernemingen die op 15 maart 2020 met hun hoofd- of nevenactiviteit in het Handelsregister stonden ingeschreven met de SBI-code: 66.21 of 66.22 krijgen toegang tot de TVL regeling. Voorwaarde is wel dat de onderneming daarnaast geen activiteiten uitvoert die uitgesloten zijn van de TVL.
  • Ondernemingen die op 15 maart 2020 met hun hoofdactiviteit onder SBI-code 64.2, 64.30.3 of 70.1 in het Handelsregister stonden ingeschreven, kunnen alleen TVL aanvragen als de nevenactiviteit toegang heeft tot de TVL. De subsidie wordt berekend met het vaste lastenpercentage van de nevenactiviteit.
  • Voor ondernemingen die tussen 16 maart 2020 en 30 juni 2020 zijn opgericht gelden de bovenstaande bepalingen ook, maar dan met de peildatum 30 juni 2020.

Vaste Lasten – TVL Q3 2021

Grote ondernemingen (niet-mkb) – TVL Q3 2021

Grote ondernemingen kunnen een meer ingewikkelde structuur hebben dan mkb-ondernemingen en hebben meer financiële mogelijkheden. Een grote onderneming kan bijvoorbeeld verbonden zijn met andere grote ondernemingen of dochterondernemingen hebben. Het komt ook voor dat grote ondernemingen in verschillende branches en landen actief zijn. Dit maakt het controleren van hun omzet in Nederland een stuk moeilijker. Voor grote ondernemingen gelden daarom aanvullende eisen.

De hoofdpunten

  • Een onderneming is een grote onderneming als deze, samen met alle Nederlandse en buitenlandse partner- en verbonden ondernemingen, voldoet aan 1 van de volgende voorwaarden:
    • De onderneming heeft meer dan 250 arbeidsplaatsen, waarbij één arbeidsplaats ook door meerdere mensen ingevuld kan worden.
    • Of de onderneming heeft een netto omzet van meer dan €50 miljoen en een balanstotaal van meer dan €43 miljoen.
  • Bij twijfel kan een onderneming met de mkb-toets vaststellen of het een grote- of een mkb-onderneming is. Dit is vooral belangrijk voor ondernemingen die niet zeker zijn of zij samen met eventuele partner- en verbonden ondernemingen een grote onderneming vormen. Het is belangrijk om de mkb-toets voor een TVL-aanvraag in te vullen. RVO kan om de uitslag van de mkb-toets vragen.
  • Als 2 of meer grote ondernemingen met elkaar verbonden zijn, is er sprake van een groep grote ondernemingen. Dat kan bijvoorbeeld wanneer een grote onderneming meer dan 50% van de aandelen in een andere onderneming bezit. In de subsidieregeling zijn alle vormen van verbondenheid tussen ondernemingen vastgelegd.
  • Een grote onderneming of groep verbonden ondernemingen kan alleen TVL aanvragen als ze in Nederland zijn gevestigd en op 15 maart 2020 stond ingeschreven in het Handelsregister.
  • Voor grote ondernemingen die tussen 16 maart 2020 en 30 juni 2020 zijn opgericht gelden de bovenstaande bepalingen ook, maar dan met de peildatum 30 juni 2020.
  • Bij een groep grote ondernemingen doet 1 onderneming de TVL-aanvraag voor de gehele groep. De verbonden grote ondernemingen geven hiervoor toestemming aan de subsidieaanvrager. De subsidieaanvrager bevestigt dit op het TVL-aanvraagformulier.
  • Afzonderlijke bedrijfsonderdelen met een eigen inschrijving in het Handelsregister van de KVK, kunnen niet apart TVL aanvragen als ze onderdeel uitmaken van een groep grote ondernemingen.
  • De grote onderneming of groep heeft in het derde kwartaal van 2021 minimaal 30% omzetverlies in vergelijking met Q3 2019 of Q3 2020.
  • Interne omzet door levering van het ene bedrijfsonderdeel aan het andere bedrijfsonderdeel binnen de groep, telt niet mee bij het bepalen van de omzet voor TVL.
  • Een groep grote ondernemingen vraagt TVL aan met de SBI-code waarmee de groep het grootste deel van de omzet in 2019 behaalde. De onderneming in de groep die deze SBI-code als hoofdcode heeft, vraagt de TVL voor het omzetverlies van de hele groep aan.
  • Bijvoorbeeld: een groep van drie verbonden ondernemingen haalt in 2019 40% van hun omzet uit de detailhandel, 30% uit horeca-activiteiten en 30% uit personenvervoer. De meeste omzet komt in dit geval vanuit de detailhandel en vormt de hoofdactiviteit van de groep. De TVL-aanvraag voor de groep wordt gedaan door de onderneming die met de SBI-code voor detailhandel in het Handelsregister staat.
  • Het maximum subsidiebedrag voor een grote onderneming of een groep verbonden ondernemingen is € 600.000 voor TVL Q3 2021. Het totale steunbedrag mag tot 31 december 2021 niet hoger worden dan €1.800.000 per onderneming of groep verbonden grote ondernemingen. Het minimum subsidiebedrag is € 1.500. 
  • Bij de TVL aanvraag moet de grote onderneming of groep verbonden grote ondernemingen altijd bevestigen:
    • Dat de grote onderneming of groep op 31 december 2019 geen uitstel van betaling heeft aangevraagd;
    • Een onderbouwing van de omzetdaling;
    • Een lijst van verbonden ondernemingen in de referentieperiode, de subsidieperiode en het moment van aanvraag. Inclusief de KVK-nummers. 
  • Als de grote onderneming of groep meer dan €125.000 aan TVL-subsidie aanvraagt, zijn twee accountantsproducten nodig. 1 bij aanvraag en 1 bij vaststelling van de subsidie.

Opslag voor speciale kosten land- en tuinbouw – TVL Q3 2021

Time-out van de onderneming