Alternatieven voor dierproeven

De Rijksoverheid wil internationaal vooroplopen op het gebied van proefdiervrije innovatie. De Rijksoverheid stimuleert ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven. Zolang dierproeven nog nodig zijn, wil het kabinet deze zoveel mogelijk beperken en het dierenleed verkleinen.

Proefdiervrije innovatie

Nieuwe manieren van onderzoek en veiligheidstesten kunnen ervoor zorgen dat er minder of soms helemaal geen proefdieren meer nodig zijn. Bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen of betere behandelmethoden. Ook betere kwaliteit en openheid van informatie kan dierproeven overbodig maken: in Nederland én in het buitenland. Nieuwe technologieën bieden de kans om deze overgang te versnellen.

Nederland wil vooroplopen in het terugdringen van het (onnodig) gebruik van proefdieren. Wetenschappers, bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties werken samen aan de Transitie Proefdiervrije Innovatie (TPI).

De Rijksoverheid investeert minimaal € 1 miljoen per jaar in het TPI-traject in 2018, 2019 en 2020.

Subsidie onderzoek alternatieven voor dierproeven

De Rijksoverheid heeft onderzoeksinstituut ZonMw gevraagd het onderzoeksprogramma ‘Meer Kennis met Minder Dieren’ uit te werken. Voor het vervolgprogramma 2018-2020 is maximaal € 5,7 miljoen beschikbaar. Dit derde programma is gericht op wetenschappelijk onderzoek zonder proefdieren.

Alternatieven voor dierproeven: vervangen, verminderen, verfijnen: de 3V’s

De Rijksoverheid geeft al langer subsidie voor onderzoek naar het vervangen, verminderen en verfijnen van dierproeven. Dit zogenaamde 3V-beleid houdt het volgende in:

  • Vervanging proeven met dieren

    Proeven met dieren zo veel mogelijk vervangen door humane, proefdiervrije methoden. Bijvoorbeeld door computersimulaties waarin biologische processen in het menselijk lichaam worden nagebootst. Of door onderzoek waarbij onderzoekers menselijk weefsel gebruiken. Voor de Rijksoverheid is humaan, proefdiervrij onderzoek het onderzoek van de toekomst. Als er voldoende alternatieven zijn, dan worden dierproeven vanzelf overbodig.
  • Vermindering dierproeven

    Bij elke proef zo min mogelijk dieren gebruiken. Onderzoekers kunnen bijvoorbeeld data van onderzoeken delen. Dat voorkomt dat zij proefdieren gebruiken voor onderzoeksgegevens die al bekend zijn. Of ze halen door het gebruik van betere methoden meer gegevens uit minder dieren.
  • Verfijning dierproeven

    Tijdens de dierproeven het ongemak van dieren zoveel als mogelijk is verminderen. Door goede huisvesting, voeding en behandeling. En door toepassing van een goede pijnbestrijding.