Vormen van draagmoederschap

Er zijn 2 soorten draagmoederschap. In het ene geval wordt een eicel van de draagmoeder zelf gebruikt. In het andere geval is er geen genetische verwantschap.

Vormen van draagmoederschap

  • Via natuurlijke weg of kunstmatige inseminatie

    De draagmoeder wordt via de natuurlijke weg of via kunstmatige inseminatie bevrucht. De bevruchte eicel is afkomstig van de draagmoeder. Dit heet laagtechnologisch draagmoederschap. De draagmoeder is genetisch de moeder van het kind.
  • Via een embryo

    Bij de draagmoeder wordt een embryo ingebracht dat ontstaan is door in-vitrofertilisatie (ivf). Dit heet hoogtechnologisch draagmoederschap. De eicel die voor de bevruchting is gebruikt, is meestal niet van de draagmoeder. De draagmoeder is daarom meestal niet de genetische moeder van het kind.

Standpunt beroepsgroep van gynaecologen

Bij hoogtechnologisch draagmoederschap zijn altijd artsen betrokken. In juli 2016 bracht de beroepsgroep van gynaecologen (NVOG) een standpunt uit, waarin overwegingen voor draagmoederschap staan. De indicaties voor draagmoederschap zijn uitgebreid.

  • Wensmoeders met een ernstige aandoening, waardoor een zwangerschap potentieel levensbedreigend of ongewenst is, komen in aanmerking voor draagmoederschap. Eerder kwamen alleen wensmoeders zonder baarmoeder, maar met functionerende eierstokken in aanmerking voor draagmoederschap.
  • Homoseksuele mannelijke wensouders komen in aanmerking voor draagmoederschap.

Door de medische risico’s en succeskansen zijn er grenzen aan de leeftijd van de eiceldonor (tot 43 jaar). En aan de leeftijd van de draagmoeder (tot 45 jaar).