Duurzame energie

Deze hoofdrubriek bevat 5 rubrieken:

Windenergie op zee

Op de Noordzee komen meer windmolens. Het kabinet wijst de gebieden aan voor de bouw van windmolenparken op zee.

Meer windenergie op land en zee

Meer windenergie op land en zee is nodig. Dit draagt bij aan 14% duurzame energie in 2020 en 16% duurzame energie in 2023. Daarom stimuleert de Rijksoverheid bedrijven om te investeren in windenergie. Bijvoorbeeld met de SDE+-regeling. Dit is een subsidie voor de productie van duurzame energie.

Windenergie op de Noordzee

Vanaf 2023 wekken de windmolens op zee samen zo’n 4450 megawatt elektriciteit op. Genoeg om jaarlijks ongeveer 5 miljoen huishoudens van elektriciteit te voorzien. Dat is ruim 20 keer zoveel als in 2013.

Bouw nieuwe windparken

Het kabinet heeft gebieden aangewezen waar de komende jaren nieuwe windparken op zee kunnen worden gebouwd. Het gaat om een beperkt aantal grote windparken met aansluiting op het elektriciteitsnet via standaardplatforms met een capaciteit van 700 megawatt (MW). Dat is goedkoper doordat niet ieder windpark apart hoeft te worden aangesloten. Zo blijft er ruimte over voor andere gebruikers op de Noordzee, zoals de scheepvaart. De in 2014 aangewezen gebieden ter hoogte van Zuid-Holland en Noord-Holland zijn goedkoper dan gebieden verder op zee, maar net te klein voor de standaardplatforms. Het kabinet wil daarom een strook aan deze gebieden toevoegen.

Extra gebieden aangewezen

In de Ontwerp-Rijksstructuurvisie Windenergie op Zee Aanvulling gebied Hollandse Kust worden 2 extra stroken aangewezen. Deze 2 gebieden liggen op ongeveer 18,5 tot 22,2 kilometer uit de kust. Ze sluiten aan op de eerder aangewezen windenergiegebieden. De Ontwerp-Rijksstructuurvisie kwam tot stand na overleg met gemeenten, provincies, maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden.

Inspraak op plannen

Op 1 juli 2016 stuurde de ministerraad de Ontwerp-Rijksstructuurvisie naar de Eerste en Tweede Kamer.
Van 19 augustus tot en met 29 september 2016 liggen de stukken ter inzage. Iedereen kan dan zijn of haar mening geven op de Ontwerp-Rijksstructuurvisie. Dat kan via het Platform Participatie.

Lagere kosten windenergie op zee

De kosten voor windenergie op zee zijn nog hoog. De Rijksoverheid en de Nederlandse Wind Energie Associatie hebben afgesproken dat de kosten omlaag moeten: uiterlijk in 2020 met 40%. Het Topconsortium voor Kennis en Innovatie voor windenergie op zee (TKI woz) werkt hieraan mee.

In 2016 kunnen bedrijven zich inschrijven voor 4 kavels van 350 megawatt voor de kust van Zeeland. Het bedrijf met de meest gunstige aanbieding krijgt de vergunning én subsidie voor het windpark. Deze aanpak draagt bij aan efficiënt gebruik van de ruimte tegen lage kosten.

Uitzicht op windmolens vanuit de kust

In een animatie kunt u zien hoe de kustlijn eruitziet met windmolens. Het geeft een beeld van het zicht op zee vanuit 17 kustgemeenten, onder verschillende weersomstandigheden. En op diverse tijdstippen van de dag, vanuit diverse zichthoeken en met 2 types windturbines.

Wie zijn verantwoordelijk voor windparken?

Het Rijk wijst aan waar windmolenparken op zee mogen komen. Het Noordzeeloket geeft informatie over wetten en regels voor windenergie op zee.

Het Rijk bepaalt samen met provincies waar windparken op land van minimaal 100 megawatt mogen komen. Bij zulke grote bouwprojecten geldt de zogeheten Rijkscoördinatieregeling.

Provincies en gemeenten zijn verantwoordelijk voor windmolenparken onder de 100 megawatt.

Veiligheidseisen windmolens

Windmolens moeten aan de Nederlandse norm (NEN) voldoen. Deze norm stelt eisen aan de betrouwbaarheid van de constructie van de gondel van een windmolen én aan de wieken. Op basis hiervan kan een producent een nieuw type windmolen laten certificeren.

Documenten

De Rijksoverheid. Voor Nederland