Archeologisch vooronderzoek en opgravingen

Alleen bedrijven en diensten met een certificaat mogen archeologisch vooronderzoek en archeologische opgravingen uitvoeren. Dit certificaat geeft de garantie dat bedrijven onderzoek en opgravingen professioneel uitvoeren. Niet iedereen die onderzoek of opgravingen wil doen, heeft een certificaat nodig.

Certificaat aanvragen

Wilt u een certificaat aanvragen voor het uitvoeren van archeologisch vooronderzoek en archeologische opgravingen? Dan kunt u dit aanvragen bij een certificatie-instelling. Deze instelling controleert of de aanvrager voldoet aan de normen. Het Centraal College van Deskundigen Archeologie (CCvD Archeologie) heeft deze normen opgesteld. 

Bedrijven moeten de resultaten van een archeologisch vooronderzoek en een opgraving vastleggen in een archeologisch rapport. De kosten daarvan  zijn voor de onderzoeker. Archeologische vondsten moeten altijd worden gemeld.

Uitzonderingen voor een certificaat

Niet iedereen die onderzoek of opgravingen wil doen heeft een certificaat nodig. Er zijn uitzonderingen voor:

  • universiteiten en hogescholen;
  • buitenlandse bedrijven;
  • verenigingen van detector-amateurs;
  • vrijwilligers in de archeologie.

Universiteiten en hogescholen mogen al onderzoek of opgravingen doen. Hun werk wordt uitvoerig getoetst. Hun onderzoek moet passen in het onderwijsprogramma.

Buitenlandse bedrijven hoeven niet altijd een Nederlands certificaat te halen. Bijvoorbeeld als zij al een vergunning of ander document hebben uit een ander land van de Europese Unie. Dit document moet dan wel voldoen aan de eisen van de Erfgoedwet. Zij mogen incidenteel onderzoek of opgravingen doen.

Verenigingen van vrijwilligers in de archeologie en detector-amateurs mogen zelfstandig opgravingen doen. Dit mag alleen op locaties waarvan de gemeente vindt dat er geen professioneel archeologisch onderzoek nodig is.

Er gelden wel een aantal voorwaarden:

  • De eigenaar van het terrein geeft toestemming.
  • De start van een opgraving is bekend bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).
  • Naderhand krijgt de RCE een verslag over de opgravingen.
  • Gevonden voorwerpen zijn van de provincie of de gemeente. Dit geldt niet als een metaaldetectie-amateur de vondst deed.
  • Onderzoek door vrijwilligers mag geen alternatief zijn voor professioneel onderzoek.

De Erfgoedinspectie is verantwoordelijk voor het toezicht op archeologische opgravingen.

Betere bescherming maritiem erfgoed

De afgelopen jaren bleek dat de bescherming van ons archeologisch erfgoed onder water niet goed was. Archeologische vondsten waren namelijk beschermd als zij in de grond lagen. Maar maritiem erfgoed ligt vaak op de bodem. In de Erfgoedwet nu is aangegeven dat ook het verplaatsen of verwijderen van cultureel erfgoed onder water een opgraving is. Daarvoor is een certificaat verplicht.

Verplichte registratie van archeologische vondsten in Archis

Alle archeologische vondsten moeten worden gemeld bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Dit geldt dus ook voor maritieme erfgoed. De vondsten worden verwerkt in het archeologische informatiesysteem van het Rijk, Archis. In Archis zijn gegevens over archeologische vindplaatsen en terreinen vanaf de prehistorie tot de nieuwe tijd opgeslagen. RCE beheert Archis.

Onderzoekers die opgravingen doen, zijn verplicht hun onderzoek voor de start aan te melden in Archis. Binnen 2 weken na afloop van de opgravingen moeten ze hun eerste bevindingen melden.

Depots voor archeologische vondsten

Elke provincie heeft een depot voor archeologische vondsten. Hier worden de vondsten bewaard en toegankelijk gemaakt voor onderzoek. Gemeenten kunnen van de provincie toestemming krijgen voor eigen gemeentelijke depots. De eisen daarvoor zijn per provincie verschillend.

Zie ook