Financieel beleid basisscholen en voortgezet onderwijs

Scholen mogen zelf beslissen waaraan zij overheidsgeld besteden. Zij krijgen 1 bedrag voor alle kosten (lumpsum). Daarom is het belangrijk dat schoolbesturen hun financiële risico's in kaart brengen en hun bevoegdheden vastleggen.

Regels besteding overheidsgeld

Schoolbesturen mogen zelf beslissen waaraan zij het overheidsgeld dat zij ontvangen, uitgeven. Wel moeten zij zich daarbij houden aan de wettelijke regels:

Financiële risico’s inschatten

Schoolbesturen moeten zelf inschatten wat de financiële risico's van hun beleid zijn. Steeds meer schoolbesturen brengen in kaart welke risico's ze lopen. Vaak maken ze risicoprofielen. Hiermee kunnen ouders, leraren en andere betrokkenen beter beoordelen hoe schoolbesturen het geld besteden.

Bevoegdheden vastleggen in managementstatuut

Het schoolbestuur moet vastleggen wie welke bevoegdheden heeft bij de besteding van het overheidsgeld. Bijvoorbeeld over welke geldzaken het bestuur of de schooldirecteur zelf mag beslissen. En over welke geldzaken de medezeggenschapsraad meebeslist. Dit staat in een managementstatuut. Het managementstatuut moet in elk schoolgebouw in te zien zijn.

Medezeggenschapsraad adviseert over uitgaven

De medezeggenschapsraad kan meedenken en adviseren over de manier waarop het schoolbestuur het geld uitgeeft. Zo kunnen leden van de medezeggenschapsraad bijvoorbeeld adviseren een extra leerkracht aan te stellen in plaats van extra computers te kopen. Met als reden dat zij die leerkracht belangrijker vinden voor de kwaliteit van het onderwijs.

Het schoolbestuur moet reageren op elk advies dat de medezeggenschapsraad geeft. Het bestuur hoeft het advies niet over te nemen. Als het schoolbestuur een advies niet opvolgt, kan de medezeggenschapsraad het geschil voorleggen aan de Geschillencommissie.

Soms is toestemming medezeggenschapsraad nodig

In een aantal gevallen heeft de medezeggenschapsraad ook instemmingsrecht. Dit betekent dat de medezeggenschapsraad dan toestemming moet geven op een besluit van het schoolbestuur. Bijvoorbeeld het besluit waaraan de school de vrijwillige ouderbijdrage wil besteden.

Schoolbesturen met meer dan 1 school onder zich moeten een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR) instellen. Dit staat in de Wet medezeggenschap op scholen (WMS). Een lid van de GMR hoeft geen lid te zijn van de medezeggenschapsraad. Wel moet het een ouder of personeelslid van een van de betrokken scholen zijn. Dit geldt niet voor het middelbaar beroepsonderwijs.

Toezicht op financieel beleid scholen

Het geld dat schoolbesturen uitgeven moet de kwaliteit van het onderwijs verbeteren. Scholen moeten dit elk jaar rapporteren in een openbaar jaarverslag. Daarnaast controleert de Inspectie van het Onderwijs of scholen het geld juist besteden.