Vereenvoudiging bekostiging voortgezet onderwijs

Het kabinet maakt per 1 januari 2022 de verdeling van de basisbekostiging van het Rijk aan het voortgezet onderwijs (VO) makkelijker. Dat staat in de wet Vereenvoudiging bekostiging VO. Schoolleiders en schoolbesturen krijgen door deze aanpassing te maken met veranderingen. 

Bedragen basisbekostiging kalenderjaar 2022

Hieronder vindt u de voorlopige bekostigingsbedragen voor 2022 voor het VO.

  • € 227.160,97 voor de hoofdvestiging van een school.
  • € 113.580,48 voor de nevenvestiging(en) van een school.
  • € 7.766,86 voor alle onderbouwleerlingen en voor alle bovenbouwleerlingen in het vwo, havo, mavo en de gemengde leerweg in het vmbo
  • € 9.137,49 voor alle leerlingen in het praktijkonderwijs en de bovenbouwleerlingen in het vmbo (basis en kader).

Gepubliceerde regelingen

In september zijn de 5 regelingen die verband houden met de vereenvoudiging bekostiging vo gepubliceerd:

Wet vereenvoudiging bekostiging VO

De wet is door de Tweede en de Eerste Kamer aangenomen en treedt op 1 oktober 2021 in werking. Dit betekent dat per 1 januari 2022 de vereenvoudigde bekostiging wordt toegepast.

Doel van de wet vereenvoudiging bekostiging VO

Het nieuwe bekostigingsmodel voor het VO is makkelijker en duidelijker voor scholen en besturen. Scholen krijgen een gelijke bekostiging voor gelijke leerlingen. En kunnen daardoor beter plannen hoeveel bekostiging zij van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) ontvangen.

De huidige bekostiging voor middelbare scholen is ingewikkeld. Zo krijgt de ene school voor een havo-leerling een andere bijdrage dan een andere school voor een havo-leerling. Ook als de kosten voor beide leerlingen hetzelfde zijn.

Alleen veranderingen in basisbekostiging VO

De wet gaat alleen over de basisbekostiging in het VO. Dit betekent een herverdeling van:

  • de lumpsumbekostiging voor personeel en exploitatie;
  • het budget voor de regeling spreidingsnoodzaak;
  • de oude vaste budgetten voor lom-mlk;
  • en het lesmateriaal.

Andere bijdragen van het ministerie van OCW vallen niet onder de basisbekostiging. Bijvoorbeeld geld voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.

Veranderingen in het bekostigingsmodel

De veranderingen in het nieuwe model voor de bekostiging van het VO zijn:

  • Scholen krijgen gelijke bijdragen voor gelijke leerlingen. Het maakt niet meer uit welke onderwijssoorten de school aanbiedt.
    • 1 gelijk bedrag voor alle onderbouwleerlingen en voor alle bovenbouwleerlingen in het vwo, havo, mavo en de gemengde leerweg in het vmbo
    • 1 gelijk bedrag voor alle leerlingen in het praktijkonderwijs en de bovenbouwleerlingen in het vmbo (basis en kader).
  • Voor alle hoofdvestigingen en voor alle permanente nevenvestigingen is een vast bedrag beschikbaar. Het maakt niet uit welk onderwijs de vestigingen aanbieden.
    • 1 vast bedrag voor de hoofdvestiging van een school.
    • 1 vast bedrag voor de nevenvestiging(en) van een school.

Voorwaarden vast bedrag per vestiging

Het aantal vestigingen dat voor een vast bedrag in aanmerking komt, kan afwijken van het daadwerkelijke aantal vestigingen. Dit komt door de voorwaarden waar een vestiging aan moet voldoen om in aanmerking te komen voor een vast bedrag. Dit zijn de voorwaarden voor een vast bedrag:

  • Een vestiging van een school moet geregistreerd staan bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). De vestiging moet een adres hebben (bestaande uit straatnaam, huisnummer en eventuele toevoeging).
  • Het gaat om een hoofdvestiging of een nevenvestiging. Tijdelijke nevenvestigingen komen niet in aanmerking.
  • Op 1 oktober in het jaar ervoor waren 130 leerlingen of meer ingeschreven op de vestiging. Of 60 leerlingen voor vestigingen die alleen praktijkonderwijs aanbieden.

Heeft een schoolbestuur meerdere vestigingen op hetzelfde adres geregistreerd? Dan krijgt het bestuur 1 vast bedrag voor die vestigingen. Als meerdere schoolbesturen een vestiging op hetzelfde adres hebben geregistreerd, wordt voor elke vestiging een vast bedrag toegekend.

Algemene overgangsregeling

Er is een algemene overgangsregeling van 4 jaar. De regeling bouwt de toe- of afname van de bekostiging ieder jaar met 20% op of af. Hierdoor krijgt het schoolbestuur niet direct op 1 januari 2022 met het berekende herverdeeleffect te maken. Dat gebeurt pas op 1 januari 2026.  

Specifieke overgangsregeling

Als een schoolbestuur een negatief herverdeeleffect heeft groter dan 3%, komt bovenop de algemene overgangsregeling een specifieke overgangsregeling. Deze regeling corrigeert voor het verschil tussen het werkelijke herverdeeleffect en een negatief herverdeeleffect van 3%. De specifieke regeling duurt 5 jaar. Hierdoor hebben deze besturen langer de tijd om in te spelen op de nieuwe hoogte van de bekostiging.

In de informatietool vereenvoudiging bekostiging VO is het effect van de overgangsregelingen per bestuur te zien. 

Aanvullende bekostiging voor scholen in het voortgezet onderwijs

Tegelijk met de ingang van de nieuwe basisbekostiging voor het voortgezet onderwijs (VO) komen er aanvullende regelingen. Er zijn onder andere extra bijdragen voor leerlingen in de gemengde leerweg van het vmbo, voor geïsoleerde vestigingen en voor vestigingen met een breed onderwijsaanbod.