Plannen kabinet met vereenvoudiging bekostiging voortgezet onderwijs

Het kabinet wil per 1 januari 2022 de verdeling van de basisbekostiging van het Rijk aan het voortgezet onderwijs (VO) makkelijker maken. Dat staat in het wetsvoorstel Vereenvoudiging bekostiging VO. Schoolleiders en schoolbesturen krijgen door deze aanpassing te maken met veranderingen.

Let op: Voor een zorgvuldige implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel Vereenvoudiging bekostiging vo is meer voorbereidingstijd nodig. Daarom is de beoogde inwerkingtreding van de vereenvoudigde bekostiging uitgesteld naar 1 januari 2022.

Status wetsvoorstel vereenvoudiging bekostiging VO

Het kabinet wil de nieuwe basisbekostiging van het Rijk  op 1 januari 2022 in laten gaan. Het gaat om voorgenomen beleid. Bekijk de status van het wetsvoorstel Vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen op de website van de Eerste Kamer.

Doel van het wetsvoorstel vereenvoudiging bekostiging VO

Het nieuwe bekostigingsmodel voor het VO is makkelijker en duidelijker voor scholen en besturen. Scholen krijgen een gelijke bekostiging voor gelijke leerlingen. En kunnen daardoor beter plannen hoeveel bekostiging zij van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) ontvangen.

De huidige bekostiging voor middelbare scholen is ingewikkeld. Zo krijgt de ene school voor een havo-leerling een andere bijdrage dan een andere school voor een havo-leerling. Ook als de kosten voor beide leerlingen hetzelfde zijn.

Alleen veranderingen in basisbekostiging VO

Het wetsvoorstel gaat alleen over de basisbekostiging in het VO. Dit betekent een herverdeling van:

  • de lumpsumbekostiging voor personeel en exploitatie;
  • het budget voor de regeling spreidingsnoodzaak;
  • de oude vaste budgetten voor lom-mlk;
  • en het lesmateriaal.

Andere bijdragen van het ministerie van OCW vallen niet onder de basisbekostiging. Bijvoorbeeld geld voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.

Veranderingen in het bekostigingsmodel

De veranderingen in het nieuwe model voor de bekostiging van het VO zijn:

  • Scholen krijgen gelijke bijdragen voor gelijke leerlingen. Het maakt niet meer uit welke onderwijssoorten de school aanbiedt.
    • 1 gelijk bedrag voor alle onderbouwleerlingen en voor alle bovenbouwleerlingen in het vwo, havo, mavo en de gemengde leerweg  in het vmbo
    • 1 gelijk bedrag voor alle leerlingen in het praktijkonderwijs en de bovenbouwleerlingen in het vmbo (basis en kader).
  • Voor alle hoofdvestigingen en voor alle permanente nevenvestigingen is een vast bedrag beschikbaar. Het maakt niet uit welk onderwijs de vestigingen aanbieden.
    • 1 vast bedrag voor de hoofdvestiging van een school.
    • 1 vast bedrag voor de nevenvestiging(en) van een school.

Voorwaarden voor hoofd- en nevenvestigingen

Het aantal vestigingen dat voor een vast bedrag in aanmerking komt, kan afwijken van het daadwerkelijke aantal vestigingen. Dit komt door de voorwaarden waar een vestiging aan moet voldoen om in aanmerking te komen voor een vast bedrag. Dit zijn de voorwaarden voor een vast bedrag:

  • Een vestiging van een school moet geregistreerd staan bij de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). De vestiging moet een adres hebben (bestaande uit straatnaam, huisnummer en eventuele toevoeging).
  • Het gaat om een hoofdvestiging of een nevenvestiging. Tijdelijke nevenvestigingen komen niet in aanmerking.
  • Op 1 oktober in het jaar ervoor waren 130 leerlingen of meer ingeschreven op de vestiging. Of 60 leerlingen voor vestigingen die alleen praktijkonderwijs aanbieden.

Heeft een schoolbestuur meerdere vestigingen op hetzelfde adres geregistreerd? Dan krijgt het bestuur 1 vast bedrag voor die vestigingen. Als meerdere schoolbesturen een vestiging op hetzelfde adres hebben geregistreerd, wordt voor elke vestiging een vast bedrag toegekend.

Algemene overgangsregeling

Er is een algemene overgangsregeling van 4 jaar. De regeling bouwt de toe- of afname van de bekostiging ieder jaar met 20%  op of af. Hierdoor krijgt het schoolbestuur niet direct op 1 januari 2022 met het berekende herverdeeleffect te maken. Dat gebeurt pas op 1 januari 2026.  

Specifieke overgangsregeling

Als een schoolbestuur een negatief herverdeeleffect heeft groter dan 3%, komt bovenop de algemene overgangsregeling een specifieke overgangsregeling. Deze regeling corrigeert voor het verschil tussen het werkelijke herverdeeleffect en een negatief herverdeeleffect van 3%. De specifieke regeling duurt 5 jaar. Hierdoor hebben deze besturen langer de tijd om in te spelen op de nieuwe hoogte van de bekostiging.

In de informatietool vereenvoudiging bekostiging VO is het effect van de overgangsregelingen per bestuur te zien. 

Aanvullende bekostiging voor scholen in het voortgezet onderwijs

Tegelijk met de ingang van de nieuwe basisbekostiging voor het voortgezet onderwijs (VO) komen er 2 aanvullende regelingen. Er  zijn extra bijdragen voor leerlingen in de gemengde leerweg van het vmbo en voor geïsoleerde scholen.