Vereenvoudiging bekostiging VO

Het ministerie van OCW biedt als onderdeel van de internetconsultatie van het wetsvoorstel vereenvoudiging bekostiging een rekentool. De tool geeft inzicht in de indicatieve herverdeeleffecten van de vereenvoudigde bekostiging. De tool is voor bestuurders, schoolleiders, raden van toezicht, medezeggenschapsraden en leraren. De tool is ontwikkeld door het ministerie van OCW en de VO-raad.

Na de zomer van 2019 komt een nieuwe tool beschikbaar met nieuwe indicatieve herverdeeleffecten op basis van actuele gegevens. 

Algemene toelichting bij tool indicatie herverdeeleffect

Er is een voorlopige doorrekening gemaakt van het vereenvoudigde bekostigingsmodel. Deze doorrekening geeft een idee wat de vereenvoudiging betekent voor alle schoolbesturen. Voor de doorrekening is gebruik gemaakt van:

  • data van de bekostiging 2017;
  • de leerlingentelling van 1 oktober 2016.

Er zijn 4 parameters die de nieuwe bekostiging bepalen:

  1. dezelfde prijs voor leerlingen in de onderbouw en leerlingen in de bovenbouw van het algemeen vormend onderwijs: ongeveer € 6.800;
  2. dezelfde prijs voor leerlingen in het praktijkonderwijs en leerlingen in de bovenbouw van het voorbereidend beroepsonderwijs: ongeveer € 7.700;
  3. een vaste voet per hoofdvestiging: ongeveer €220.000;
  4. een vaste voet per permanente nevenvestiging: ongeveer €170.000.

Let op: de hoogte van de parameters is indicatief en wijzigt mogelijk de komende jaren nog.

Tool geeft indicatie nieuwe bekostiging

De werkelijke hoogte van de 4 parameters wordt zo dicht mogelijk op de werkelijke ingangsdatum bepaald. Hiervoor worden te zijner tijd de meest recente gegevens gebruikt. De voorlopige doorrekening in de tool zal afwijken van de werkelijke hoogte van de parameters. Dit komt door wijzigingen in de leerlingaantallen, het aantal vestigingen en het totale beschikbare budget. Daarmee zal ook de nieuwe bekostiging en de herverdeeleffecten per schoolbestuur afwijken. Aan de uitkomsten van de rekentool kunnen scholen daarom geen rechten ontlenen.

Vereenvoudiging bekostiging betreft alleen basisbekostiging

De vereenvoudiging van de bekostiging gaat alleen over de basisbekostiging in het voortgezet onderwijs. Dit betekent een herverdeling in het model van:

  • de lumpsumbekostiging voor personeel en exploitatie;
  • het budget voor de regeling spreidingsnoodzaak;
  • de oude vaste budgetten voor lom-mlk  en het lesmateriaal.

Er is geen herverdeling van:

  • lichte ondersteuning (het budget voor leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs aan scholen);
  • aanvullende regelingen als het leerplusarrangement, internationaal onderwijs en de Functiemix Randstadregio’s vo.

De 2 laatstgenoemde budgetten worden wel getoond in de totale hoogte van de bekostiging.

Gebruik van de tool

In onderliggende tool kunt u voor uw eigen bestuursnummer opzoeken wat de hoogte van de bekostiging in 2017 was. En wat de indicatieve hoogte van de bekostiging in 2017 bij een vereenvoudigd model zou zijn. Daarnaast geeft de tool aan welke leerlingenaantallen, welke scholen en welk aantal (voor de vaste voet in aanmerking komende) vestigingen hierbij zijn meegenomen.

Op bestuursniveau kan het aantal voor de bekostiging in aanmerking komende vestigingen afwijken van het aantal vestigingen dat u in werkelijkheid heeft. Dit komt door de voorgenomen voorwaarden waar een vestiging aan moet voldoen om in aanmerking te komen voor een vaste voet. Op BRIN-niveau hoeft het aantal bekostigde vestigingen geen heel getal te zijn. Als uw schoolbestuur 2 (of meerdere) vestigingen op hetzelfde adres heeft, delen deze vestigingen 1 vaste voet. Dit wordt in het rekenmodel op BRIN-niveau duidelijk, doordat deze hierbij uitgaat van bijvoorbeeld een halve bekostigde vestiging.

Tool vereenvoudiging bekostiging VO

Rekentool: indicatie herverdeeleffect

Algemene en specifieke overgangsregeling

De tool neemt de algemene overgangsregeling voor alle besturen en de specifieke overgangsregeling voor de besturen met een herverdeeleffect van -3% of meer niet mee. Deze algemene en specifieke overgangsregelingen zorgen ervoor dat uw schoolbestuur niet direct met het berekende herverdeeleffect te maken krijgt. Dit gebeurt stapsgewijs.

De algemene overgangsregeling duurt 4 jaar en bouwt de toe- of afname van de bekostiging volgens een vastgesteld ritme op of af. Dit ritme is 80%-60%-40%-20%.

De specifieke overgangsregeling komt bovenop de algemene en geldt alleen voor besturen met een negatief herverdeeleffect van 3% of meer. De specifieke overgangsregeling corrigeert bovenop de overgangsregeling het verschil tussen het werkelijke herverdeeleffect en een negatief effect van 3%. Het compenseert in elk geval niet meer dan tot een herverdeeleffect van 0%, waardoor de oude bekostiging even groot blijft als de nieuwe bekostiging. In het 5e jaar wordt nog éénmalig de helft tussen het berekende herverdeeleffect en een negatief effect van 3% gecompenseerd.