Toezicht en verantwoording in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs

Onderwijsinstellingen zijn zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs aan hun scholen. Wel moeten zij zich houden aan de wetgeving. Ook moeten ze jaarlijks een verslag maken over hun onderwijskundige en financiële beleid.

Jaarverslag over financieel beleid

Alle onderwijsinstellingen die overheidsgeld ontvangen, moeten een jaarverslag opstellen. Hiermee geven zij inzicht in hun (financiële) beleid. In de Regeling jaarverslaggeving onderwijs (RJO) staat aan welke eisen het jaarverslag moet voldoen.

Toezicht Inspectie van het Onderwijs

De Inspectie van het Onderwijs controleert elk jaar of een school het overheidsgeld goed besteedt. Als het vermoeden bestaat dat scholen geld niet goed besteden, stelt de inspectie een onderzoek in. Scholen zonder duidelijke risico's onderzoekt de inspectie steekproefsgewijs. Scholen met risico's onderzoekt de inspectie meteen.

De inspectie controleert ook de werkzaamheden van de accountant van de school. Ieder jaar stelt de inspectie een Onderwijsverslag op. Hierin staat onder meer de financiële situatie van verschillende onderwijssectoren beschreven.

Ingrijpen bij slecht onderwijs

Scholen die overheidsgeld ontvangen, moeten het interne toezicht op het schoolbestuur goed op orde hebben. Ook moeten zij nadenken welke rol de medezeggenschap daarbij heeft. Als een onderwijsinstelling aanhoudend slecht onderwijs geeft, kan de overheid ingrijpen.

Financiële deskundigheid schoolbesturen

Schoolbesturen moeten financieel deskundig zijn. De PO-Raad heeft samen met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) aanbod ontwikkeld om schoolbesturen bewuster om laten gaan met hun financiën. De Voortgezet Onderwijs-Raad heeft een Leidraad Financiële Sturing opgesteld. Deze beschrijft een methode waarmee een schoolbestuur financiële beslissingen kan nemen. In het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) bestaat de Branchecode goed bestuur in het mbo.