Benoeming en ontslag wethouders

De gemeenteraad benoemt de wethouders. De benoeming is voor 4 jaar, gelijk aan de zittingstermijn van de gemeenteraad.

Benoeming

Na de gemeenteraadsverkiezingen onderhandelen de leden van de raad over het aantal wethouders dat elke partij levert. Ze bepalen ook welke taken of portefeuilles de wethouders krijgen.

De partijen dragen een kandidaat-wethouder voor aan de voorzitter van de gemeenteraad. De wethouder hoeft geen lid van een politieke partij te zijn, maar het mag wel. De leden van de gemeenteraad stemmen dan over de voordracht van de wethouder. De gemeenteraad benoemt de kandidaat vervolgens tot wethouder.

Scheiding gemeenteraad en college van B&W

Wethouders mogen geen lid van de gemeenteraad zijn. Zo worden de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders gescheiden. Hierdoor kan de raad wethouders beter controleren. Meer informatie over deze scheiding of ‘dualisering’ van het gemeentebestuur staat in de Wet dualisering gemeentebestuur.

Ontslag

De wethouder moet uitleg over de beslissingen van het college van burgemeester en wethouders geven aan de gemeenteraad. Vindt de raad dat de wethouder zijn werk niet goed doet? Dan kan dit ertoe leiden dat de wethouder moet aftreden. De wethouder treedt ook af als zijn politieke partij bij verkiezingen zoveel zetels verliest dat deze niet meer in het college terugkomt. In dat geval treedt de wethouder na benoeming van het nieuwe college af.

Een wethouder heeft dan recht op een uitkering op basis van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). De reden van ontslag is voor de uitkering niet van belang.