Experimenten om deeltijdonderwijs flexibeler te maken

Iemand die een deeltijdopleiding begint in het hoger onderwijs, mag zijn opleiding flexibeler samenstellen. Hiervoor lopen 2 experimenten: de pilot flexibilisering en het experiment vraagfinanciering. Doel is de opleidingen beter te laten aansluiten bij de behoeften van de deeltijdstudent.

Deeltijdopleiding in modules volgen (experiment vraagfinanciering)

Een student die meedoet aan het experiment vraagfinanciering hoeft zich niet voor een hele opleiding in te schrijven. In plaats daarvan volgt hij 1 of meer modules. Elke module levert 30 studiepunten op. De student kan de modules stapelen tot een diploma. Voor een hbo bachelor-diploma zijn 240 punten nodig: 8 modules. Voor een Associate degree opleiding zijn 120 studiepunten nodig: 4 modules.

Collegegeld voor modules

De opleidingen bepalen hoe hoog het collegegeld voor de modules is. Dit mag niet hoger zijn dan €3750 per module. Studenten die nog niet eerder een bachelordiploma hebben gehaald, kunnen een voucher krijgen van de overheid. Deze voucher geeft €1250 korting op het collegegeld per module. 

Experiment in sectoren techniek & ICT en zorg & welzijn

De experimenten vraagfinanciering zijn per september 2016 gestart in enkele opleidingen in de sector Techniek en ICT. Per 1 september 2017 is het experiment ook gestart in de sector zorg en welzijn. 

Flexibel onderwijsprogramma (pilot flexibilisering)

Bij de pilot flexibilisering mogen hogescholen de vaste onderwijsprogramma’s loslaten. In plaats daarvan maakt de school afspraken met de student over de ‘leeruitkomsten’. Die leeruitkomsten worden uitgewerkt en in een onderwijsovereenkomst wordt vastgelegd hoe de student die leeruitkomsten gaat realiseren.  Het gaat er dus om wat een student moet kennen en kunnen op het moment dat hij zijn of haar diploma haalt. De weg daar naartoe kan op verschillende manieren worden ingevuld.

Doel: opleiding afstemmen op eigen wensen en doelen

Door deze experimenten is er meer ruimte voor maatwerk binnen een opleiding. De student kan bijvoorbeeld modules kiezen die beter aansluiten bij zijn/haar interesses of behoeften. Ook kan de hogeschool het onderwijsprogramma beter afstemmen op de kennis en vaardigheden die een student al heeft. En op de mogelijkheden en behoeften op de werkplek van de volwassen student.

Zo wil de overheid het deeltijdonderwijs aantrekkelijker maken. Niet alleen voor studenten, maar ook voor werkgevers. Dit past bij de ambitie van het kabinet: ‘een leven lang leren’. De overheid wil mensen helpen, die zich willen bijscholen of omscholen. Dit is nodig om mee te gaan met de economische en technische ontwikkelingen.

Onderzoek naar experimenten

In 2016 begonnen de eerste studenten met de flexibele opleidingen. De overheid onderzoekt of de experimenten ook zorgen voor meer deelname aan deeltijdopleidingen in het hoger onderwijs. En leiden tot meer diploma’s.  Op basis van de uitkomsten beslist het kabinet of de experimenten structureel worden ingevoerd. Daarvoor moet de wet worden aangepast.

Verschillen tussen de experimenten

De 2 experimenten staan los van elkaar. Ze hebben ook verschillende kenmerken:

Kenmerken Pilot flexibilisering Experiment vraagfinanciering

Kan de inhoud van onderwijsprogramma’s aanpassen

Ja Nee
Onderwijs in losse modules (gefaseerde deelname) Nee Ja
Kan lessen aanbieden op andere locaties Nee (niet bij door de overheid bekostigde opleidingen) Ja
Alle hoger onderwijsinstellingen en opleidingen kunnen meedoen Ja Nee, alleen opleidingen in de sectoren techniek & ICT en zorg & welzijn.
Andere manier van betalen Nee Ja, betaling gaat via vouchers.

Een instelling mag tegelijkertijd meedoen aan beide experimenten.

Kwaliteit van opleidingen die meedoen

De opleidingen die meedoen aan de experimenten hebben een accreditatie van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). Deze organisatie beoordeelt de kwaliteit van het hoger onderwijs. Zo kan de overheid de kwaliteit van de opleidingen garanderen.