Pilots flexibilisering

Bij de pilots flexibilisering mogen hogescholen hun vaste onderwijsprogramma’s loslaten. In plaats daarvan stelt de opleiding eenheden van leeruitkomsten vast. Daarin wordt vastgelegd wat studenten moeten kennen en kunnen, maar niet hoe het bijbehorende programma er uit moet zien.

Vervolgens sluit de school een onderwijsovereenkomst met de student. Hierin worden afspraken vastgelegd over hoe de student die leeruitkomsten gaat bereiken. De opleidingstrajecten kunnen dus variëren en op maat van de student worden ingericht. De pilots bestaan uit 3 experimenten.

Experiment leeruitkomsten

In dit experiment werkt een school niet met een vast onderwijsprogramma, maar met ‘leeruitkomsten’. In die leeruitkomsten is uitgewerkt wat studenten moeten kennen en kunnen.

De school spreekt periodiek (bijv. elk half jaar) met de student af wat hij gaat doen om zijn leeruitkomsten te bereiken. Bijvoorbeeld:

  • aan welk onderwijsaanbod gaat hij deelnemen?
  • wat leert hij via online onderwijs of op zijn werkplek?
  • de manier van begeleiding.

Deze afspraken worden vastgelegd in een onderwijsovereenkomst. Dit heeft als voordeel dat de student meer inspraak heeft op wat hij wil leren. En hoe, waar en wanneer hij dat wil doen. Bij een vast onderwijsprogramma is dat niet zo.

Dit experiment loopt van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2022.

Experiment accreditatie onvolledige opleidingen

Dit experiment geldt alleen voor hogescholen die niet door de overheid worden gefinancierd. Deze  scholen mogen in het experiment een deel van een hbo-bachelor opleiding verzorgen. Bijvoorbeeld de laatste 120 studiepunten (van de 240). De opleiding hoeft in dit geval geen lessen te geven voor de eerste 120 punten. Ook maken de studenten alleen afspraken over de leeruitkomsten voor de laatste 120 punten.

In het experiment kunnen dit soort ‘onvolledige opleidingen’  toch een accreditatie krijgen. Buiten dit experiment is dit niet mogelijk. Dan kunnen alleen opleidingen die voor de volledige omvang van het aantal studiepunten onderwijs aanbieden een accreditatie krijgen. Dit experiment loopt van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2022.

Experiment educatieve minor

Mensen die niet (meer) zijn ingeschreven in een bachelor opleiding, kunnen via dit experiment toch een educatieve minor volgen. Daarmee kunnen zij een beperkte onderwijsbevoegdheid behalen. Dit geldt voor het deeltijdonderwijs en het voltijdonderwijs. Het experiment loopt van 1 juli 2016 tot en met 30 juni 2019.

Voordelen pilot flexibilisering

De pilots bieden voordelen voor studenten en werkgevers.

  • Studenten
    De student krijgt meer zeggenschap en regie over de invulling van zijn opleiding.
  • Volwassen studenten, die al werkervaring hebben
    Deze opleidingen werken met validering. Heeft de student al relevante kennis of werkervaring? Dan kan hij voor studiepunten krijgen voor de leeruitkomsten die hij al beheerst. Hierdoor wordt de opleiding efficiënter en vaak ook korter. 
  • Werkgevers
    De opleiding kan beter aansluiten op de wensen van werkgevers. Denk aan de inhoud van de opleiding. Of de tijd die de student beschikbaar heeft voor de studie. Dit betekent minder kosten. 

Hogescholen informeren over experiment

Deelnemende scholen kunnen tijdens het experiment informatie met elkaar delen via landelijke bijeenkomsten. Ze kunnen bijvoorbeeld van elkaar horen hoe ze het experiment opzetten en ervaren.

De overheid gebruikt de bijeenkomsten om de scholen verder te informeren.

Onderzoek na afloop experiment

De overheid onderzoekt of de experimenten zorgen voor meer deelname aan deeltijdopleidingen in het hoger onderwijs. En voor meer diploma’s. Op basis van de uitkomsten beslist het kabinet of de experimenten structureel worden ingevoerd. Daarvoor moet de wet worden aangepast. 

Documenten