Blijvende Nederlandse steun voor Syrië-regio

Nederland biedt ook de komende jaren weer steun om de noden in Syrië en de buurlanden te blijven verlichten en bij te dragen aan stabiliteit in de regio. Dat heeft minister Kaag (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) woensdag gezegd tijdens een internationale conferentie in Brussel.

De bijeenkomst, georganiseerd door de Europese Unie en de Verenigde Naties, staat in het teken van de humanitaire crisis in Syrië en vraagt ook aandacht voor gastlanden Libanon en Jordanië. Deze landen vangen miljoenen Syrische vluchtelingen op. Kaag: ‘De aanhoudende crisis blijft een zware wissel trekken op deze landen. We mogen en willen de Syrische bevolking, vluchtelingen en gastlanden Libanon en Jordanië niet in de steek laten.’

400 miljoen euro voor humanitaire hulp, opvang en stabiliteit

De minister kondigde daarom aan dat Nederland de Syrië-regio blijft steunen, zoals dat in de afgelopen jaren ook het geval was. Het kabinet trekt in lijn met het regeerakkoord de komende 4 jaar meer dan 400 miljoen euro uit voor humanitaire hulp en opvang van vluchtelingen in de regio. Ook levert Nederland een bijdrage aan onderwijs en werkgelegenheid, voor zowel vluchtelingen als in gastgemeenschappen. Dit bevordert de stabiliteit in de regio.

Een groot deel van het toegezegde bedrag gaat via VN- en andere internationale en niet-gouvernementele organisaties naar steun aan Libanon en Jordanië, 2 nieuwe focuslanden van het Nederlandse beleid. Van de 400 miljoen euro had Kaag de bijdrage voor Libanon (200 miljoen euro) deze maand al aangekondigd tijdens een conferentie in Parijs. Eenzelfde bijdrage (200 miljoen euro) wordt de komende jaren uitgetrokken voor Jordanië. Daarnaast gaat het om een humanitaire bijdrage van ruim 20 miljoen euro dit jaar voor de Syrische bevolking.

Politieke oplossing

Deze steun is nodig om de acute noden te verlichten, maar minister Kaag benadrukte dat er uiteindelijk een politieke oplossing nodig is om het conflict in Syrië te beëindigen. Nederland steunt dit door de VN-geleide proces om tot een duurzame oplossing te komen.

Daarbij is het volgens het kabinet ook van belang dat daders van gruwelijkheden die in Syrië zijn begaan, worden bestraft. Nederland organiseerde daarom, samen met België, het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Frankrijk, Duitsland en Zweden, een bijeenkomst over dit thema. Officieren van justitie, vertegenwoordigers van Syrische organisaties en medewerkers van de bewijzenbank voor bewijsmateriaal van ernstige misdaden spraken in Brussel met elkaar om de internationale samenwerking op dit gebied te versterken.