Maatregelen tegen uitstoot broeikasgassen

De Rijksoverheid neemt maatregelen om broeikasgassen te verminderen. Zo moeten grote bedrijven rechten hebben om CO2, het belangrijkste broeikasgas, uit te stoten. En bedrijven moeten hun installaties controleren op lekkages. Daarbij wil de overheid wil extra maatregelen om de CO2-uitstoot in 2050 met 95% te verminderen. Dat is het doel van het Nederlandse klimaatakkoord dat eind 2018 moet zijn vastgesteld.

Extra maatregelen voor het Nederlandse klimaatakkoord

Het kabinet wil naast de huidige maatregelen nog meer afspraken. Dit om het doel van het beoogde Nederlandse klimaatakkoord te halen: 49% minder uitstoot van broeikasgassen in 2030 ten opzichte van 1990. En in 2050 moet de vermindering 95% zijn.

Alle sectoren die hebben meegewerkt aan dit plan, onderschrijven het ‘Voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord'.

Maatregelen uitstoot broeikasgassen per sector

De overheid heeft maatregelen om  broeikasgassen  te verminderen voor de volgende sectoren:

  • Industrie
  • Elektriciteit
  • Verkeer en goederenvervoer
  • Bouw- en woningsector
  • Land- en tuinbouw (en landgebruik)

Maatregelen uitstoot broeikasgassen industrie

Om de CO2-uitstoot van bedrijven in de industrie te verminderen, zijn er onder andere de volgende maatregelen:

  • Grote bedrijven moeten betalen voor de uitstoot van CO2. Dit gaat volgens het Europees Systeem van rechten voor CO2-uitstoot. Grote bedrijven uit de industriesector met veel CO2-uitstoot, moeten hiervoor rechten hebben. Dit geldt ook voor grote bedrijven in de energie- en luchtvaartsector. Deze rechten kunnen zij onderling kopen of verkopen binnen de Europese Unie. Dit gaat volgens het Europees systeem voor Emissiehandel (ETS). Door ETS mogen grote bedrijven in 2020 21% minder CO2 uitstoten dan in 2005.
  • Stimuleren van duurzame energie. Bedrijven kunnen voor bepaalde vormen van duurzame energie subsidie krijgen via de subsidie Stimulering duurzame energie (SDE+).
  • Stookinstallaties mogen niet meer dan een bepaalde hoeveelheid CO2 en andere schadelijke broeikasgassen  uitstoten. Bedrijven moeten stookinstallaties hierop regelmatig controleren.
  • Bedrijven moeten installaties regelmatig controleren op lekkages van ozon en f-gassen. Deze stoffen worden veel gebruikt in koelsystemen, bijvoorbeeld in koelkasten, airco’s en koelvrachtwagens.

Nieuwe maatregelen van de industrie voor het klimaatakkoord

De sector Industrie heeft nieuwe maatregelen voorgesteld voor het Klimaatakkoord dat er eind 2018 moet zijn.

Maatregelen uitstoot broeikasgassen elektriciteit

Ruim 1.000 bedrijven uit 37 sectoren werken aan CO2-reductie voor 2020. Dit doen zij volgens de Meerjarenafspraken Energie efficiëntie (MJA3/MEE) en het Energieakkoord voor duurzame groei.  Brancheorganisaties maken  meerjarenplannen voor energie-efficiëntie. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland ondersteunt bedrijven bij deze besparingsdoelstellingen.Enkele maatregelen voor CO2 reductie zijn:

  • Restwarmte benutten uit productieprocessen met industriële warmtepompen;
  • Omschakelen naar duurzame energie, zoals wind- en zonne-energie;
  • Leidingen en slangen isoleren;
  • Efficiënte aandrijvingen gebruiken voor installaties. Met huidige technologie kan zo’n 20% tot 30% aan energie worden bespaard.

Nieuwe maatregelen elektriciteit voor het Klimaatakkoord

De sector Elektriciteit heeft nieuwe maatregelen voorgesteld voor het Klimaatakkoord dat er eind 2018 moet zijn.

Maatregelen uitstoot broeikasgassen verkeer en goederenvervoer

Het verkeer en goederenvervoer stoten ongeveer 20% van de broeikasgasuitstoot in Nederland. Om deze uitstoot te verminderen zijn er onder andere de volgende maatregelen:

Nieuwe maatregelen mobiliteit voor het Klimaatakkoord

De sector Mobiliteit heeft nieuwe maatregelen voorgesteld voor het Klimaatakkoord dat er eind 2018 moet zijn.

Maatregelen bouw- en woningsector

Ongeveer 15% van de broeikasgasuitstoot van Nederland, komt door de verwarming en verlichting van woningen en gebouwen. In het Energieakkoord voor duurzame groei staat onder andere de volgende maatregel:

Nieuwe maatregelen bouw- en woningsector voor het Klimaatakkoord

De sector Gebouwde omgeving heeft nieuwe maatregelen voorgesteld voor het klimaatakkoord dat er eind 2018 moet zijn.

Maatregelen land- en tuinbouw

De land- en tuinbouw is verantwoordelijk voor 10% tot 15% van de broeikasgasuitstoot. De glastuinbouw is de belangrijkste bron van CO2-uitstoot. De broeikasgassen methaan en lachgas worden vooral in de veehouderij en akkerbouw uitgestoten. Voorbeelden van maatregelen om de uitstoot in de land- en tuinbouwsector te verminderen zijn:

  • Kassen klimaatneutraal maken. Dat kan door zonne-energie te gebruiken in plaats van fossiele brandstoffen. Dit staat in het actieplan klimaatneutrale glastuinbouw;
  • Veehouders stimuleren duurzaam veevoer te gebruiken en meststoffen efficiënt te gebruiken. Dit doen zij volgens de Uitvoeringsagenda duurzame  veehouderij;
  • Biogas winnen uit mes en inzetten als brandstof. De rijksoverheid heeft met FrieslandCampina, Essent en de Nederlandse Groen Gas Maatschappij (NGGM) een Green Deal gesloten. Zij onderzoeken gezamenlijk hoe op boerderijen biogas wordt geproduceerd en vloeibaar gemaakt. En hoe vervolgens het vloeibare biogas kan worden ingezet als brandstof in de transportsector.

Nieuwe maatregelen landbouw en landgebruik voor het Klimaatakkoord

De sector Landbouw en landgebruik heeft nieuwe maatregelen voorgesteld voor het Klimaatakkoord dat er eind 2018 moet zijn.

De Rijksoverheid stimuleert nieuwe technologieën

De rijksoverheid stimuleert de ontwikkeling van nieuwe technologieën die de uitstoot van broeikasgassen verminderen. De overheid maakt deze innovaties voor bedrijven financieel aantrekkelijk of neemt knelpunten weg. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Uitgaven verminderen. Bedrijven kunnen uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling van nieuwe technieken gedeeltelijk aftrekken van de belasting (regeling WBSO);
  • Minder belasting betalen. Bedrijven betalen minder vennootschapsbelasting over winst die ze halen uit onderzoek en ontwikkeling (Research & Development activiteiten);
  • Verminderen van financiële risico’s. Bedrijven hebben minder financiële risico’s bij investeringen in innovatieve projecten. Bijvoorbeeld de Seed Capital regeling;
  • Stimuleren samenwerking tussen bedrijven, overheden en universiteiten via de zogenoemde topsectoren. Topsectoren zijn gebieden waar het Nederlandse bedrijfsleven en onderzoekscentra wereldwijd in uitblinken.
  • Knelpunten wegnemen  bij duurzame plannen in de zogenoemde Green Deals. Bijvoorbeeld door regels aan te passen. Ook kan de overheid als bemiddelaar optreden tussen diverse partijen.