Troonswisseling

Op 30 april 2013 heeft Koning Willem-Alexander zijn moeder, nu prinses Beatrix, opgevolgd. De abdicatie - het afstand doen van de troon - en de inhuldiging van de nieuwe Koning vonden plaats op 30 april 2013 in Amsterdam.

Abdicatie

Op 30 april ondertekende de Koningin in het Koninklijk Paleis in Amsterdam de Akte van Abdicatie. Dit is een staatsrechtelijke aangelegenheid waarmee de Koningin formeel afstand doet van de troon. Direct na het ondertekenen, dus al voor de officiële inhuldiging, was de Prins van Oranje staatsrechtelijk Koning, onder de naam Koning Willem-Alexander. De teruggetreden Koningin en de nieuwe Koning hebben vervolgens vanaf het balkon van het Paleis een korte toespraak gehouden. In 1948 en 1980 heeft de abdicatie ook in Amsterdam plaatsgevonden. De abdicatie van 1840 vond plaats in Paleis het Loo.

Inhuldiging

Aansluitend - dus op dezelfde dag - vond de inhuldiging van  plaats in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Deze ceremoniële plechtigheid is een Verenigde Vergadering der Staten-Generaal (vergelijk de Verenigde Vergadering in de Ridderzaal bij het uitspreken van de Troonrede). Volgens de Grondwet is de voorzitter van de Eerste Kamer tevens voorzitter van de Verenigde Vergadering, waarmee hij ook gastheer is van de bijeenkomst.

Tijdens de inhuldigingsplechtigheid wordt de nieuwe Koning bevestigd in zijn ambt en zweert hij zijn trouw aan de Grondwet en een getrouwe vervulling van zijn ambt. Andersom beloven of zweren de leden van de Verenigde Vergadering de onschendbaarheid van de Koning en de rechten van zijn koningschap te handhaven.
De voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal nodigt uit voor de plechtigheid. Het gaat om leden van de Eerste en Tweede Kamer, de ministerraad, ministers van staat, vertegenwoordigers van regeringen/ambassadeurs en buitenlandse koninklijke genodigden, niet zijnde regerende staatshoofden. 

Tijdens de inhuldigingsplechtigheid droeg de Koning een rokkostuum (white tie) met daaroverheen de koningsmantel of inhuldigingsmantel. Op de zogenaamde credenstafel vlakbij de troon liggen samen met de Nederlandse Grondwet onder meer 3 regalia, ofwel symbolen van koninklijk gezag en waardigheid. Dit zijn de kroon (soevereiniteit en waardigheid), de scepter (het gezag) en de rijksappel (het grondgebied). De 2 andere regalia, het rijkszwaard (de macht) en de rijksstandaard met het Nederlandse wapen worden vastgehouden door twee hoge militairen. Deze regalia worden gebruikt sinds 1840 toen Koning Willem II werd ingehuldigd.

Titulatuur

Na het tekenen van de Akte van Abdicatie is de titel van de teruggetreden Koningin Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Beatrix der Nederlanden. Haar aanspreektitel is dan Koninklijke Hoogheid.

Vanaf hetzelfde moment wordt de nieuwe Koning aangeduid met Zijne Majesteit de Koning. Zijn officiële titel is Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau. Zijn aanspreektitel is Majesteit.

Prinses Máxima wordt als echtgenote van de Koning aangeduid met Hare Majesteit de Koningin. Officieel luidt haar titel - net als die van de echtgenotes van de Koning Willem I, II en III - Hare Majesteit Koningin Máxima, Prinses der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau. Haar aanspreektitel is Majesteit. De aanduiding van Koningin betekent niet dat zij staatshoofd is of dezelfde bevoegdheden en verantwoordelijkheden als het staatshoofd heeft, maar dat zij de echtgenote van de Koning is.

Prinses Catharina-Amalia wordt direct na de abdicatie Hare Koninklijke Hoogheid de Prinses van Oranje. Dat is vastgelegd in de Wet Lidmaatschap Koninklijk Huis (artikel 7).

Opvolging

De titels of namen van de overige Leden van het Koninklijk Huis veranderen niet.
Wat wel verandert, is de samenstelling van het Koninklijk Huis. Volgens de Wet Lidmaatschap Koninklijk Huis zijn vanaf het moment van abdicatie de kinderen van prinses Margriet en prof. mr. Pieter van Vollenhoven en de kinderen van prins Constantijn en prinses Laurentien niet langer Lid van het Koninklijk Huis. Leden van het Koninklijk Huis zijn vanaf dat moment:

  • de Koning, Koningin en hun kinderen
  • prinses Beatrix
  • prins Constantijn en prinses Laurentien
  • prinses Margriet en prof. mr. Pieter van Vollenhoven

De Grondwet bepaalt bovendien dat de lijn van troonopvolging is voorbehouden aan bloedverwanten van de Koning tot in de derde graad. Hieruit volgt dat prins Maurits en prins Bernhard vanaf de abdicatie ook niet langer deel uitmaken van de lijn van troonopvolging. Vanaf het moment dat de Prins van Oranje Koning is geworden, begint de lijn van de troonsopvolging bij zijn kinderen: de Prinses van Oranje, prinses Alexia, prinses Ariane. Daarna zijn prins Constantijn, diens kinderen en tot slot prinses Margriet de mogelijke troonopvolgers.

Koninklijke Standaard en Koninklijk Wapen

De Koning voert vanaf de dag van zijn inhuldiging de Koninklijke Standaard en het Koninklijk Wapen. De Koninklijke Standaard is een vierkante oranje vlag, verdeeld in 4 vlakken door een Nassaublauw kruis met daarop het koninklijk wapen omgeven door lint en kruis van de Militaire Willemsorde en in elk vlak een jachthoorn, afkomstig uit het wapen van Oranje. Koningin Wilhelmina stelde deze standaard in 1908 vast en sindsdien is deze gevoerd door het staatshoofd. De Standaard wordt gehesen op het woonpaleis en werkpaleis van de Koning als hij in het land is.

Het Koninklijk Wapen is vastgesteld in 1815 door Koning Willem I en sinds 1907 niet wezenlijk meer veranderd. Het Koninklijk Wapen is gelijk aan het Rijkswapen. Het bestaat uit een klimmende gekroonde leeuw tegen een blauwe achtergrond die bezaaid is met gouden blokjes. 2 leeuwen dragen het wapen. Op een lint dat onder het wapenschild is bevestigd, staat de spreuk 'Je maintiendrai' ('Ik zal handhaven'). Het wapen blijft ook nu gelijk.

Paleizen

Paleis Noordeinde in Den Haag blijft het werkpaleis van de Koning. Na de inhuldiging blijven de Koning en zijn gezin voorlopig wonen op de Eikenhorst in Wassenaar. Op termijn zullen zij verhuizen naar paleis Huis ten Bosch in Den Haag. In de tussenliggende periode wordt paleis Huis ten Bosch wel gebruikt voor officiële ontvangsten en bijeenkomsten. Prinses Beatrix woont sinds 2014 weer op kasteel Drakensteyn in Lage Vuursche.

Werkzaamheden en functies

De dagelijkse werkzaamheden van de Koning zullen bestaan uit het vervullen van taken die de Grondwet voorschrijft en allerlei zaken die hij gebruikelijk doet. Soms zal hij daarbij worden vergezeld door Koningin Máxima. Voorbeelden zijn: beëdigingen (Kamerleden, ambassadeurs etc.), Nederland vertegenwoordigen in het buitenland (staatsbezoeken, officiële bezoeken), het tekenen van wetten en het uitspreken van de Troonrede, gesprekken met de minister-president en bewindspersonen. Binnen een jaar na zijn aantreden zal de Koning samen met de Koningin de provincies en de Caribische delen van het Koninkrijk bezoeken. Daarnaast gaan de Koning en Koningin door met activiteiten zoals werkbezoeken.

Prinses Beatrix en de Koning nemen te zijner tijd besluiten over de voortzetting van hun erefuncties en beschermheer- en vrouwschappen. Koningin Máxima zal in beginsel haar huidige (ere-)functies en beschermvrouwschappen voortzetten.

Hofhouding

Het is gebruikelijk dat een aantal leden van de functionele hofhouding hun functie ter beschikking stelt bij het aantreden van een nieuwe Koning. De Koning heeft namelijk het grondwettelijke recht (artikel 41) om zijn Huis zelf in te richten. Het gaat onder meer om:

  • de grootmeester;
  • de chef Militair Huis;
  • de algemeen secretaris;
  • de thesaurier;
  • de ceremoniemeester;
  • de hofmaarschalk;
  • de intendant;
  • de stalmeester;
  • de directeur Koninklijk Huisarchief;
  • het hoofd P&O.