Aanpak kredietcrisis Nederland

De kredietcrisis ontstond in 2007 in de Verenigde Staten. Daar kwamen banken in de problemen toen veel huizenbezitters hun hypotheek niet meer konden opbrengen. De crisis verspreide zich wereldwijd als een olievlek, ook naar Nederland.
Het kabinet-Balkenende IV heeft in 2009 en 2010 in totaal bijna € 6 miljard uitgetrokken om de maatschappelijke gevolgen van de kredietcrisis aan te pakken. De maatregelen waren bedoeld om de werkgelegenheid, de bouw, woningmarkt en een duurzame economie te stimuleren.

Behoud van werkgelegenheid

Het kabinet, werkgevers en werknemers wilden zoveel mogelijk voorkomen dat mensen hun baan zouden kwijtraken. Er werden diverse maatregelen afgekondigd. Noodlijdende bedrijven konden hun personeel minder uren laten werken, waarbij het salaris werd aangevuld met deeltijd-WW.  Er kwam een Actieplan jeugdwerkloosheid. Een omscholingsbonus moest bedrijven met veel vacatures stimuleren om mensen in dienst te nemen die werkzaam waren in sectoren waar veel ontslagen dreigden. Voor het bedrijfsleven werden enkele belastingregels aangepast.

Video: de doorwerking van de kredietcrisis op de Nederlandse economie

Stimulering van sectoren

Om mensen aan het werk te houden, stimuleerde het kabinet enkele sectoren van de economie, zoals de bouw. Bijvoorbeeld door onderhoudsprojecten sneller uit te voeren. Verder stelde het kabinet geld beschikbaar voor onder andere restauratie van monumenten en voor aanleg en onderhoud van wegen, bruggen, sluizen en binnenhavens. Ook werd de huizenmarkt gestimuleerd. Verder werd er ruim € 2 miljard extra gestoken in duurzame maatregelen zoals ontwikkeling van elektrische auto's en een sloopregeling voor vervuilende auto’s.

Gevolgen voor de overheidsfinanciën

Door de economische crisis heeft de overheid meer geld uitgegeven, onder andere aan werkloosheidsuitkeringen en stimuleringsmaatregelen. De inkomsten van de overheid liepen juist terug. Vooral door minder opbrengst uit vennootschapsbelasting (winstbelasting), omdat bedrijven minder winst maakten. Hierdoor liep het overheidstekort fors op. Ingrijpende maatregelen waren nodig om het tekort terug te dringen en om de overheidsfinanciën weer gezond te maken.

Mogelijke besparingen onderzocht

In oktober 2009 stelde het Kabinet 20 ambtelijke werkgroepen in, met elk een eigen beleidsthema. De werkgroepen bekeken alle mogelijke besparingen. Ze hoefden geen rekening te houden met bestaande wetgeving, het coalitieakkoord, kabinetsafspraken, departementale begrenzingen of ministerieel beleid. Op basis van deze zogeheten Brede Heroverwegingen maakte het kabinet in oktober 2010 een pakket maatregelen bekend om het begrotingstekort terug te dringen.

Onderzoeksresultaten beleidsthema’s

De onderzoeksresultaten zijn in 2010 gepresenteerd. In elk rapport staat minstens 1 variant die leidt tot 20% besparing op de uitgaven. Ook zijn voor elke variant de economische en maatschappelijk gevolgen in kaart gebracht.