Waarom verkoopt De Nederlandsche Bank (DNB) de vordering op Landsbanki?

Door de verkoop van de vordering op Landsbanki is het volledige bedrag terugontvangen dat het depositogarantiefonds in 2008 en 2009 heeft uitgekeerd. Daarnaast zijn door de verkoop de risico’s van de vordering uitgeschakeld. Dit geldt vooral voor het valutarisico. Tot eind augustus 2014 heeft dit risico gunstig uitgepakt. Maar het is niet te voorspellen hoe dat in een latere periode gaat.

Hoogte van het in 2008/2009 uitgekeerde bedrag

Na het faillissement van Landsbanki heeft DNB € 1.636 miljard uitgekeerd aan de depositohouders van Icesave. Icesave was het Nederlandse bijkantoor van Landsbanki.

Deze bedragen zijn uitgekeerd door:

  • het IJslandse depositogarantiestelsel (DGS) met een dekking voor een bedrag tot € 20.000;
  • het Nederlandse DGS met een dekking van € 100.000.

Hiervan namen de Nederlandse banken € 208 miljoen voor hun rekening en de Nederlandse Staat € 1.428 miljoen. In de afgelopen jaren is meer dan de helft daarvan terugbetaald. De rest van de vordering is nu verkocht.

Verkoop vordering Landsbanki door andere crediteuren

Crediteuren zijn vrij om vorderingen op Landsbanki te verkopen. Begin 2014 heeft een groot deel van de Britse lagere overheden ook zijn vordering verkocht.

Gevolgen verkoop vordering Landsbanki voor andere overheden

Andere onderdelen van de overheid (provincie, gemeenten en waterschap) blijven preferent schuldeiser van de boedel van Landsbanki. Dit geldt ook voor de Britse centrale overheid. In die zin verandert er voor hen niets. Zij hebben ook de mogelijkheid om de vordering te verkopen. Het ministerie van Financiën en DNB kunnen advies geven als lagere overheden besluiten tot verkoop.