Ondernemerschap kunst en cultuur

Kunstenaars en culturele instellingen maken veel werk van ondernemerschap. Zij vertalen hun artistieke en culturele waarde naar inkomsten en vernieuwende bedrijfsvoering.

Eigen inkomsten culturele instellingen

Het Rijk stimuleert culturele instellingen om eigen inkomsten binnen te krijgen. Dat kan op verschillende manieren. Via:

  • publieksinkomsten, bijvoorbeeld door kaartverkoop;
  • inkomsten uit particuliere fondsen zoals het VSB-fonds of het Prins Bernhard Cultuur Fonds;
  • andere eigen inkomsten, zoals sponsoring, particuliere giften en verkoop van producten.

Deze eigen inkomsten gebruiken culturele instellingen bijvoorbeeld voor extra activiteiten.

Normen voor eigen inkomsten culturele instellingen

De overheid weegt de prestaties op het gebied van cultureel ondernemerschap mee in toekenning van de subsidie. Voor cultuurproducerende instellingen die in de periode 2017-2021 subsidie krijgen van het Rijk geldt dat zij minimaal 19,5% eigen inkomsten moeten hebben gehad over de jaren 2013, 2014 en 2015. Voor de meeste podiumkunstinstellingen en voor festivals is dit 23,5%. In de periode 2013-2016 was de norm 17,5%, respectievelijk 21,5%.

Geefwet

De overheid stimuleert giften van particulieren en bedrijven aan culturele instellingen met de Geefwet. De Geefwet maakt deze giften belastingtechnisch aantrekkelijker. Want giften zijn onder bepaalde voorwaarden aftrekbaar voor de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Het kabinet wil dat de Geefwet blijft bestaan.

Ondersteuning van Cultureel Ondernemerschap

De Rijksoverheid helpt culturele instellingen hun ondernemerschap te versterken. Tussen 2012-2016 kreeg deze ondersteuning vorm met het Programma Ondernemerschap Cultuur. In de jaren 2017-2018 is hiervoor  € 1,57 miljoen per jaar beschikbaar gesteld.