Beter benutten van het Nederlandse luchtruim

Het Nederlandse luchtruim is klein en wordt steeds drukker. Het kabinet heeft in september 2012 de Luchtruimvisie vastgesteld. Hierin geeft het kabinet aan hoe het het luchtruim de komende jaren beter wil benutten. Dit moet leiden tot meer veiligheid, een goede bereikbaarheid van Nederland door de lucht en kortere vliegroutes.

Efficiënter gebruik luchtruim

Het kabinet wil de beschikbare ruimte in het luchtruim efficiënter gebruiken. Door een nieuwe indeling ontstaat meer ruimte om de groei van de luchtvaart in de toekomst te accommoderen. Dat heeft de volgende voordelen:

  • De luchthavens Schiphol, Lelystad en Eindhoven kunnen de verwachte groei in het luchtverkeer aan. Zij verbeteren daardoor hun concurrentiepositie.
  • Het ministerie van Defensie houdt genoeg oefenruimte om haar missies voor te bereiden.
  • Er ontstaan meer mogelijkheden het luchtruim aan te passen aan de kleine luchtvaart.
  • Vliegroutes worden duurzamer door kortere routes en glijvluchten.

Het kabinet heeft de Luchtruimvisie vastgesteld in samenwerking met de luchtverkeersorganisaties Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL), Eurocontrol Maastricht Upper Area Control (MUAC) en het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK). Gerichte acties en maatregelen voor de nieuwe inrichting van het luchtruim staan in de Beleidsagenda Luchtruim.

Aan de herindeling van het Nederlandse luchtruim wordt de komende jaren hard gewerkt. Het is een complexe klus, mede door de afstemming die nodig is met andere landen. De herindeling is naar verwachting niet eerder klaar dan in 2023.

Andere indeling luchtruim

Het kabinet kiest in de Luchtruimvisie voor een andere verdeling van het luchtruim. De 3 onderdelen zijn:

  • Het luchtruim rond de luchthavens (lagere luchtruim)

    Vliegtuigen vliegen zoveel mogelijk via een vaste route. Voordelen zijn: meer veiligheid, minder (geluids)overlast, eenvoudiger voor de luchtverkeersleiding.
  • Het hogere luchtruim (boven 24.500 voet, ruim 7 kilometer)

    Free-route airspace komt in de plaats van vaste routes. Voordelen zijn: de piloot kan de optimale route vliegen. Hierdoor vliegen vliegtuigen minder om, zijn er minder (brandstof)kosten en is er minder uitstoot van schadelijke stoffen.
  • Het transitieluchtruim

    Dit is de overgang tussen het lagere en het hogere luchtruim. Grotere luchthavens (zoals Schiphol) gebruiken het transitieluchtruim voor komende en gaande vliegtuigen. Deze kunnen zo veilig en efficiënt landen en vertrekken. Hierdoor ontstaan minder vertragingen. Deze nieuwe indeling sluit aan bij de Europese plannen voor 1 luchtruim: de Single European Sky (SES) en de plannen uit het Functioneel Luchtruimblok Europe Central (FABEC).

Apart luchtruim voor Schiphol en regionale luchthavens

Vliegverkeer van en naar Schiphol wordt gescheiden van het vliegverkeer van en naar regionale luchthavens. Het luchtruim van Schiphol (Terminal Manoeuvering Area, TMA) is dan alleen nog te gebruiken voor internationale vluchten. Dit is nodig om de groei van het verkeer op Schiphol te kunnen opvangen.

Regionale luchthavens krijgen een eigen luchtruim (TMA Holland Regional). De luchtverkeersleiding voor de burgerluchtvaart en de militaire luchtverkeersleiding gaan daarvoor meer samenwerken. De verdeling van het lage luchtruim in militaire delen en delen voor de burgerluchtvaart vervalt. Hierdoor kunnen kleine vliegtuigen en militaire vliegtuigen beter gebruikmaken van regionale luchthavens.

Voor Maastricht Aachen Airport heeft het kabinet gekozen voor herinrichting van het luchtruim voorbij de grenzen. Het plan is om samen met België tot een eigen luchtruim voor Luik en Maastricht (TMA Luik-Maastricht) te komen. Het luchtruim raakt zo minder versnipperd. Ook verbetert de bereikbaarheid.

Flexibel en eerlijk gebruik van het luchtruim

Alle partijen krijgen een eerlijk deel van het luchtruim. Zij mogen niet meer ruimte gebruiken dan nodig. Daarom wordt het luchtruim flexibel. Defensie gaat militaire vluchten beter plannen. Als er geen oefeningen zijn, is het luchtruim open voor anderen.

Toekomstvaste plaatsen voor de kleine luchtvaart

De kleine luchtvaart (General Aviation) is divers. Het gaat bijvoorbeeld om vluchten voor de openbare orde, veiligheid en gezondheidszorg, zakelijke vluchten, verkenningsvluchten, opleiding, sport en recreatie. Onder sport en recreatie vallen zweefvluchten, valschermvluchten, privévluchten, rondvluchten, ballonvaren, zeilvliegen en schermvliegen.

Het kabinet ziet zeker rond Schiphol geen ruimte meer voor kleine luchtvaart. Alleen vluchten met een maatschappelijk of commercieel belang mogen dit luchtruim gebruiken, zooals traumahelikopters of zakenvliegtuigen. Buiten het luchtruim van Schiphol blijven echter mogelijkheden voor kleine luchtvaart.

De Rijksoverheid bekijkt samen met de sector General Aviation, de dienstverleners voor het luchtverkeer en provincies de mogelijkheden voor de toekomst van de kleine luchtvaart. Het traject Toekomstvaste General Aviation Locaties (TGAL) moet hierop antwoord vinden.

Verantwoordelijke partijen voor het luchtruim

Veel verschillende partijen zijn actief in het luchtruim. Verantwoordelijken zijn:

  • De Rijksoverheid: verantwoordelijk voor de inrichting, het beheer en het gebruik van het Nederlandse luchtruim. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het ministerie van Defensie delen deze verantwoordelijkheid. Samen ontwikkelen zij beleid en regelgeving voor het (inter)nationale luchtruim.
  • 3 luchtverkeersleidingsorganisaties in het Nederlandse luchtruim: Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL), Eurocontrol Maastricht Upper Area Control (MUAC) en het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK).
    • Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL): verantwoordelijk voor de luchtverkeersleiding voor het luchtruim rond de luchthavens Schiphol, Rotterdam, Lelystad, Eelde en Maastricht. In het hogere luchtruim levert LVNL luchtverkeersleiding aan overvliegend verkeer tot een hoogte van ongeveer 8 kilometer.
    • Eurocontrol Maastricht Upper Area Control (MUAC): verantwoordelijk voor de luchtverkeersleiding boven een hoogte van 8 kilometer, net als in België en het westen van Duitsland.
  • De Inspectie Leefomgeving en Transport en de Militaire Luchtvaart Autoriteit: namens de ministeries houden zij toezicht op de inrichting en het beheer van het luchtruim.
  • Air Operations Control Station (AOCS) Nieuw Milligen: namens het ministerie van Defensie verantwoordelijk voor de begeleiding van het luchtverkeer in het militaire luchtruim rond de militaire vliegvelden en oefengebieden in Nederland.

Deze organisaties werken nauw samen met elkaar en naburige luchtverkeersleidingsorganisaties voor een veilig en efficiënt gebruik van het luchtruim.