Eén Europees luchtruim

In Europa heeft elk land zijn eigen luchtruim, luchtverkeersleiding en militaire oefengebieden. Vliegtuigen kunnen hierdoor soms niet de beste routes vliegen. Europa werkt daarom aan een gezamenlijk luchtruim: de Single European Sky (SES).

Voordelen 1 Europees luchtruim

Militaire en recreatieve luchtruimgebruikers en luchtvaartmaatschappijen maken op hetzelfde tijdstip aanspraak op dezelfde delen van het luchtruim. Verkeersstromen van civiele luchthavens, militaire oefengebieden en militaire luchthavens zitten elkaar soms in de weg. Daarbij neemt het vliegverkeer toe. Terwijl het luchtruim boven bijvoorbeeld Schiphol nu al de grens van mogelijkheden bereikt op sommige momenten. Eén Europees luchtruim moet daar verandering in brengen. Het doel:

  • meer vluchten (zowel van vliegtuigen als van andere toestellen);
  • meer starts vanaf en landingen op Schiphol;
  • versterking van het netwerk en concurrentiepositie van Schiphol;
  • kortere vliegroutes;
  • minder reistijd;
  • minder brandstofgebruik;
  • minder uitstoot van CO2 en andere stoffen;
  • voldoende ruimte voor (grensoverschrijdende) militaire vluchten.

Nieuwe indeling luchtruim

Het Europese luchtruim krijgt straks 9 blokken. Dit zijn de Functional Airspace Blocks (FAB). Nederland werkt actief aan een nieuw Europees luchtruim en is onderdeel van het luchtruimblok FABEC.

Luchtruimblok Nederland, Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, België en Luxemburg

Sinds 1 juni 2013 vormt Nederland samen met Duitsland, Frankrijk, Zwitserland, België en Luxemburg een blok: FAB Europa Centraal (FABEC). Deze landen bepalen de vliegroutes van, naar of over Nederland. Een vliegtuig uit Spanje dat op Schiphol wil landen, daalt bijvoorbeeld al in België. FABEC is het belangrijkste luchtruimblok binnen Europa. Het heeft de grote luchthavens Parijs, Frankfurt en Schiphol en grote vliegmaatschappijen Lufthansa en Air France-KLM. 55% van het Europese vliegverkeer maakt gebruik van FABEC. FABEC kan het vliegverkeer in het luchtruim boven het centrale deel van Europa beter gebruiken. Deelnemende landen moeten zich houden aan de afspraken over kosteneffectiviteit van luchtverkeersleiders en maximale vertragingen.

Voor Nederland is samenwerking binnen FABEC belangrijk. Ons luchtruim is klein en drukbevlogen. Daarom is samenwerking buiten de grenzen dringend nodig. Voor zowel de kwaliteit van het netwerk als de concurrentiepositie van Schiphol. Maar ook om militaire oefengebieden die over meer landen heen gaan te gebruiken.

Nieuwe technieken toepassen

Voor 1 Europees luchtruim zijn ook nieuwe technieken en werkwijzen nodig. Met nieuwe radar-, navigatie- en communicatietechnologie kunnen routes dichter bij elkaar liggen. Er kunnen dan meer vliegtuigen van het luchtruim gebruikmaken.

Europese landen willen daarom zo snel mogelijk van nieuwe technologieën profiteren. De afgelopen jaren zijn technieken ontwikkeld binnen het zogenoemde Single European Sky ATM Research and Development Programme (SESAR) (website in het Engels). De Europese regelgeving beschrijft wanneer de eerste technieken onder andere rondom de mainport Schiphol in gebruik moeten zijn. Het is nu aan de Deployment Manager om dit in goede banen te leiden. De Luchtruimvisie laat zien hoe deze nieuwe technologieën bijdragen aan beter gebruik van het Nederlandse luchtruim.

Glijvluchten

Het Europese technologieprogramma maakt op termijn glijvluchten van grotere afstand mogelijk. Bij glijvlucht blijft een vliegtuig langer hoog in de lucht. Bij de landing gebruikt het vliegtuig zo min mogelijk motorvermogen. Dit geeft minder geluidsoverlast voor omwonenden. Om een glijvlucht uit te voeren moeten naderende vliegtuigen al in het buitenland een bepaalde koers aanhouden.

Netwerkmanager

De netwerkmanager van Eurocontrol heeft het overzicht van het gehele Europese vliegnetwerk. Deze keurt alle vliegplannen van vluchten die door het Europese luchtruim vliegen. Zo moet het nergens in het luchtruim te druk worden.

De netwerkmanager verbetert verder het Europese netwerk. Vanuit Europees perspectief ziet de netwerkmanager waar problemen met het netwerk komen. Ondersteuning van lidstaten bij het aanpassen van vliegroutes vergroot de capaciteit van het Europese luchtruim.

Maastricht Upper Area Control Centre (MUAC)

Het Maastricht Upper Area Control Centre (MUAC) werkt als enige luchtverkeersorganisatie over de grenzen heen. MUAC regelt de luchtverkeersleiding in het hogere luchtruim van België, Nederland, Luxemburg en het noordwesten van Duitsland. Ongeveer 1,5 miljoen vluchten passeren jaarlijks hun gebied. Het is 1 van de drukste luchtverkeersleidingcentra in Europa. Het luchtruim boven MUAC is niet nationaal, maar grensoverschrijdend georganiseerd.

Dat leidt tot veilige, effectieve en klantgerichte luchtverkeersdienstverlening tegen zo laag mogelijke kosten. Daarmee is het een perfect voorbeeld van functionele luchtruimblokken, zoals voorzien in Single European Sky.

Dankzij nieuwe technologie vergroot MUAC de veiligheid. En maakt het meer vliegtuigbewegingen mogelijk. Door betere vliegroutes vliegen vliegtuigen vaker op tijd. De gemiddelde vertraging per vlucht vermindert. En de productiviteit van luchtverkeersleiders verbetert .