Akkoord over betere regelgeving vliegen over conflictgebieden

De internationale burgerluchtvaartorganisatie van de VN (ICAO) gaat de afspraken ten aanzien van het vliegen over conflictgebieden aanpassen. Zo moet tot regelgeving worden gekomen om informatie over onveilige situaties in het eigen luchtruim door te geven en een algehele, duidelijke bewaarplicht zodat radarbeelden altijd gebruikt kunnen worden bij een ongevalsonderzoek. Dat is besloten naar aanleiding van een Nederlands voorstel op de ICAO-vergadering van 191 landen die eens in de drie jaar plaatsvindt in Montreal. Staatssecretaris Dijksma (Infrastructuur & Milieu) was in Canada om het belang van het voorstel bij diverse landen en organisaties te onderstrepen.

Noodzakelijke stap

Dijksma: “Wereldwijd zijn er tientallen conflictgebieden en dagelijks reizen honderdduizenden mensen per vliegtuig. Landen en luchtvaartmaatschappijen hebben met het akkoord voor betere regels een noodzakelijke stap gezet om al het mogelijke te doen voor veilige routes en het uitsluiten van onnodige risico’s voor passagiers.”
 

Aanbevelingen OVV

Het voorstel is op initiatief van Nederland voorbereid en uiteindelijk door 44 Europese landen, Maleisië en Australië ingediend. Het voorstel komt voort uit de aanbevelingen van de Onderzoekraad voor Veiligheid (OVV) uit oktober 2015 naar aanleiding van de ramp met de MH17.

Regels aanpassen

ICAO gaat ook verder met de andere aanbevelingen van de OVV. Hierbij gaat het vooral om het in regels vatten van verantwoordelijkheden van lidstaten voor het sluiten van hun luchtruim in geval van een conflict en het maken van risico-analyses door staten en luchtvaartmaatschappijen. Om bij het uitwerken van de aanpassingen een snelle voortgang te houden zal Nederland een medewerker bij ICAO detacheren.

.

Verdrag van Chicago

De Algemene Vergadering sluit ook een wijziging van het Verdrag van Chicago ten aanzien van luchtruimsluiting niet uit. Als blijkt dat de bestaande mogelijkheden om een verplichte sluiting van het luchtruim af te dwingen onvoldoende zijn, wordt besproken of het verdrag hierop aangepast kan worden