Maatwerk en kwaliteit in medische hulpmiddelen

Elke patiënt moet het hulpmiddel krijgen dat het beste past bij zijn of haar persoonlijke situatie. Daarbij staan maatwerk en kwaliteit voorop. Ook moet er meer verscheidenheid in hulpmiddelen komen. Om dit bereiken is er sinds 2016 voortdurend overleg tussen verschillende partijen in de zorg.

Meer maatwerk bij hulpmiddelen

Het hulpmiddel moet passen bij de behoeften van de patiënt en doelmatig zijn. Zo zal iemand met kinderen en een lichamelijk zware baan andere behoeften hebben dan iemand die minder actief is. Daarnaast moet ook rekening gehouden worden met werk, sport en andere activiteiten. Er moet voldoende keus zijn uit de hulpmiddelen om een geschikt middel te kunnen voorschrijven.

Kwaliteitsafspraken vastleggen

Veel patiënten hebben aangegeven dat zij behoefte hadden aan meer keuze uit hulpmiddelen. Ook wilden zij meer duidelijkheid over de keuze van hulpmiddelen.
Hierover zijn afspraken gemaakt in het Bestuurlijk Overleg Hulpmiddelen. Dit is een overleg tussen patiënten, verpleegkundigen, behandelaren, apothekers, leveranciers, producenten en zorgverzekeraars. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en het Zorginstituut Nederland luisteren mee.

Binnen dit overleg zijn al een aantal kwaliteitsstandaarden afgesproken:

  • het Generiek Kwaliteitskader Hulpmiddelenzorg;
  • 3 modules: voor stoma-, continentie- en diabeteshulpmiddelen.

Er komt ook voor een aantal andere hulpmiddelen zulke afspraken.

De kwaliteitsstandaarden zijn opgenomen in het Register van Zorginstituut Nederland. In de kwaliteitsstandaarden staat onder andere wie de keuze voor een hulpmiddel maakt. Meestal zal dit de arts of verpleegkundige samen met de patiënt zijn. Het geeft zorgverzekeraars houvast bij de zorginkoop. En patiënten kunnen hun zorgverzekeraar hierop aanspreken.

Kennisinstituut Vilans zorgt voor de kennisuitwisseling tussen betrokkenen bij de verschillende hulpmiddelen via de Kennisgemeenschap Hulpmiddelenzorg.