Onderwijs 2032

Deze hoofdrubriek bevat 4 rubrieken:

Onderwijs 2032. Leren onze kinderen nog de juiste dingen? Discusieer mee en kijk op www.onderwijs2032.nl

Basis voor toekomstgericht onderwijs gelegd

Alle leerlingen op scholen in het primair en voortgezet onderwijs moeten in de toekomst  een vaste basis meekrijgen van Nederlands, Engels, rekenvaardigheid, wiskunde maar ook digitale geletterdheid en burgerschap. Dit zogenoemde kerncurriculum omvat daarnaast kennis die leerlingen nodig hebben om de wereld te kunnen begrijpen en eraan bij te dragen. Het voorstel is die kennis in drie leerdomeinen te clusteren: Mens & Maatschappij, Natuur & Technologie, Taal & Cultuur. Door de inhoud van vakken binnen die clusters in samenhang aan te bieden leren leerlingen vakoverstijgend denken en werken. Dat adviseert het Platform Onderwijs2032 dat in opdracht van het kabinet de inhoud van het onderwijs tegen het licht heeft gehouden.

Leerlingen van groep 6 van de openbare basisschool Overvecht in Utrecht helpen elkaar in de klas.

Toekomstgericht onderwijs is met dit advies weer een stap dichterbij. In de volgende fase gaat een ontwerpteam het advies uitwerken tot onderwijsinhoud op hoofdlijnen. Dit team wordt gevoed door leraren die in zogeheten leerlabs hun praktijkervaring inbrengen, lesmateriaal delen en samen verder denken hoe het curriculum van de toekomst eruit moet zien. De gedachte achter deze werkwijze is dat het nieuwe curriculum tijdens de ontwikkeling continu wordt gestaafd aan de praktijk in de klas. Scholen worden zo aangemoedigd om niet te wachten tot het curriculum over  een paar jaar  ‘af’ is, maar kunnen direct meebouwen. Eind 2016 levert het ontwerpteam zijn ontwerp op.

Staatssecretaris Dekker: ‘Ik ben er trots op dat Onderwijs2032 een zoektocht is geworden die gevoed is door onze hele samenleving. Er ligt nu een helder advies over wat kinderen later moeten kennen en kunnen. Een uitstekende basis waarop leraren verder kunnen bouwen aan een nieuw en eigentijds curriculum’.

Paul Schnabel, voorzitter Platform Onderwijs2032: ‘De centrale vraag waar wij ons het afgelopen jaar over gebogen hebben is hoe we kinderen van nu zo goed mogelijk kunnen voorbereiden op hun toekomst. Wat moeten ze aan kennis hebben, hoe leren zij zich te staande te houden in de moderne maatschappij en hoe kunnen zij hun sociale en communicatieve vaardigheden ontwikkelen? Wij hebben met dit advies een basis gelegd voor modern onderwijs dat leerlingen die vaardigheden bijbrengt. Het biedt een basis voor inspirerend en motiverend onderwijs dat een bijdrage levert aan de toekomst van Nederland’.

Ruimte voor verbreding en verdieping

Naast de vaste basis die alle scholen leerlingen moeten aanbieden, kunnen scholen in de toekomst zelf keuzes maken voor verbreding en verdieping. Leraren kunnen zo hun onderwijs beter laten aansluiten op de visie van de school, de ambities en interesses van de leerlingen en de omgeving (zoals het regionale bedrijfsleven, sportverenigingen en culturele instellingen).

Van hoofdlijnen naar definitief advies

In oktober 2015 presenteerde het Platform Onderwijs2032 de hoofdlijnen van het advies. Dit advies is vervolgens met een groot aantal betrokken besproken. Naast brede steun leverde dit ook enkele aanscherpingen op. Zo is in het eindadvies benoemd dat een goede kennisbasis belangrijk is en dat deze diepgaand moet worden aangeleerd. Voor Engels geldt dat basisscholen een helder gedefinieerd eindniveau moeten realiseren maar zelf kunnen bepalen wanneer ze beginnen met Engelse les.

Onderwijsinhoud bij de tijd

Eind 2014 startte staatssecretaris Dekker een maatschappelijke dialoog over de inhoud van het primair en voortgezet onderwijs. Leren we kinderen die nu in de kleuterklas zitten nog wel de juiste dingen om zich voor te bereiden op 2032 – het jaar dat ze hoogstwaarschijnlijk hun opleiding afronden en op eigen benen moeten staan? Begin 2015 ging het Platform Onderwijs2032 aan de slag om tot een visie op de kennis en vaardigheden te komen, die leerlingen moeten opdoen met het oog op toekomstige ontwikkelingen in de samenleving. Het Platform sprak hiervoor met een groot aantal  leerlingen, leraren, schoolleiders, bestuurders, ouders en vertegenwoordigers van  bedrijfsleven en maatschappelijke en culturele organisaties. Daarnaast is gebruik gemaakt van wetenschappelijke inzichten en voorbeelden uit andere landen.

De Rijksoverheid. Voor Nederland