Begrotingsproces Rijksoverheid

Het begrotingsproces duurt ongeveer 1,5 jaar. Het begint met de voorbereiding en vaststelling van de begroting voor het komende jaar. Het proces eindigt met de verantwoording in het jaar na afloop van het begrotingsjaar.

Prinsjesdag

Op Prinsjesdag, de 3e dinsdag in september, presenteert de minister van Financiën namens het kabinet de Miljoenennota en de rijksbegroting in de Tweede Kamer. De rijksbegroting bestaat uit alle afzonderlijke begrotingen van de ministeries. Het ministerie van Financiën controleert of de rijksbegroting overeenkomt met de afspraken uit het regeerakkoord. Ook schrijft het ministerie een toelichting op de rijksbegroting. Dat is de Miljoenennota.

Na Prinsjesdag begint de behandeling van de Miljoenennota en de rijksbegroting in de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.

Voorjaar

Na vaststelling van de rijksbegroting gaan de ministeries het beleid uitvoeren. De uitgaven doen ze op basis van de rijksbegroting. De minister van Financiën houdt de Tweede Kamer op de hoogte van de uitgaven via budgettaire nota’s. De eerste nota, de voorjaarsnota, geeft de situatie weer van de lopende begroting. De voorjaarsnota verschijnt halverwege het lopende begrotingsjaar, uiterlijk op 1 juni.

Najaar

De najaarsnota is de tweede nota met een tussentijds overzicht van de lopende begroting. Deze gaat uiterlijk op 1 december naar de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.

Verantwoordingsdag

Na afloop van het begrotingsjaar legt het kabinet verantwoording af over de uitgaven. Alle ministeries maken een jaarverslag. Het ministerie van Financiën bundelt die in het rijksjaarverslag. Er is ook een toelichting op het rijksjaarverslag: het Financieel Jaarverslag van het Rijk (FJR). De jaarverslagen en het FJR moeten worden goedgekeurd door de Algemene Rekenkamer. Daarna biedt de minister van Financiën ze aan de Tweede Kamer aan op Verantwoordingsdag.