Regels cameratoezicht

De gemeente mag gebruikmaken van cameratoezicht op openbare plaatsen, zoals bij uitgaanscentra. Maar dat mag alleen als andere maatregelen niet voldoende zijn gebleken.

Cameratoezicht op openbare plaatsen

De overheid mag alleen gebruik maken van cameratoezicht voor:

  • de handhaving van de openbare orde;
  • de verkeersveiligheid;
  • de opsporing van criminaliteit.

Gemeenten zetten bijvoorbeeld cameratoezicht in om de criminaliteit in het centrum te verminderen. Zoals hardnekkige overlast door hangjongeren, drugsdealers, straatrovers en zakkenrollers.

Flexibel cameratoezicht in gemeenten

Gemeenten mogen verplaatsbare camera’s inzetten om de openbare orde te bewaken. Dit heet flexibel cameratoezicht. De camera’s staan op een verplaatsbaar onderstel. Dit heeft de volgende voordelen:

  • het is inzetbaar voor bestrijding van overlast die zich verplaatst.
  • het levert tijdwinst op, doordat gemeenten geen vaste camera's meer hoeven te verplaatsen. Daarvoor is namelijk steeds een aparte aanvraag nodig.

Cameratoezicht op de werkvloer of in winkels

Cameratoezicht op de werkvloer of in winkels mag alleen als dat echt nodig is. Bijvoorbeeld voor bescherming tegen diefstal of beschadiging. Dat kunnen camera’s bij de ingang, bij de schappen of bij de kassa zijn. Of in het magazijn. De winkeleigenaar of de werkgever moet duidelijk aangeven dat er een videocamera hangt. Is het niet duidelijk dat er cameratoezicht is? Dan is hij strafbaar.

Als er veel wordt gestolen mag iemand wel gebruikmaken van cameratoezicht dat niet is gemeld. Dit mag alleen als het niet op een andere manier lukt om een eind te maken aan de diefstal.

Cameratoezicht in en rond een woning

Een woningbouwcorporatie mag gebruik maken van cameratoezicht om een woning of een flat te beveiligen. Maar de corporatie moet dat dan wel met een bord of sticker kenbaar maken. Cameratoezicht moet stoppen bij de voordeur en de ramen. Op de straat mag geen camera gericht staan. Dit is om de privacy van voorbijgangers te beschermen.