Betere pensioenafspraken voor vervroegd stoppen met werken voor mensen met zware beroepen

Het kabinet wil er samen met sociale partners voor zorgen dat iedereen op een gezonde manier zijn pensioen haalt. Bijvoorbeeld door omscholing naar ander werk of door extra verlof in te zetten. Ook trekt het kabinet de komende jaren veel geld uit om de duurzame inzetbaarheid van werkenden te vergroten.

Afspraken voor vervroegd pensioen

Het kabinet ziet dat de huidige groep werkende zestigers de afgelopen jaren te maken heeft gehad met een aantal veranderingen in de AOW-leeftijd waarop niet iedereen zich even goed heeft kunnen voorbereiden. Er zijn onder hen werkenden voor wie het moeilijk is om door te werken tot het pensioen, bijvoorbeeld omdat ze zwaar werk hebben of omdat er in het verleden te weinig is gedaan aan hun duurzame inzetbaarheid.

Werkgevers en werknemers kunnen vanaf 2021 tot en met 2025  afspraken maken over vervroegd uittreden zonder dat daar de RVU-heffing op van toepassing is. Dit vervroegd uittreden is bedoeld voor werknemers die zich niet konden voorbereiden op de stijging van de AOW-leeftijd.  En die de AOW-leeftijd niet gezond en werkend halen. 

Werkgevers- en werknemersorganisaties bepalen samen om welke groepen werknemers het gaat. Ook kunnen werkgever en werknemer samen tot afspraken hierover komen. Het kabinet steunt dit  door een tijdelijke versoepeling van de pseudo-eindheffing op regelingen voor vervroegde uittreding (RVU). En via de Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden. Via deze regeling kunnen sectoren subsidie aanvragen om eventuele knelpunten die optreden bij regelingen voor eerder uittreden te verlichten.

Uitkering voor vervroegd stoppen met werken

Werkgevers mogen bij eerder stoppen met werken maximaal 3 jaar voor AOW-leeftijd een uitkering van ongeveer € 22.000 per jaar aanbieden zonder dat daar de RVU heffing op van toepassing is. Dit bedrag is gelijk aan de netto AOW. Het is voor de werknemer dan net of zijn AOW eerder ingaat. Ook kan de werknemer ervoor kiezen om als aanvulling op de uitkering, een deel ouderdomspensioen te laten uitkeren.

Dit betekent wel dat het pensioen over de gehele pensioenperiode dan lager zal uitpakken. Werknemers kunnen hierover informatie krijgen van hun pensioenfonds of verzekeraar.

Verlofsparen

Per 2021 is de fiscale ruimte om verlof op te sparen vergroot van maximaal 50 naar maximaal 100 weken. Werknemers kunnen – in overleg met werkgevers – bepalen of ze dit bijvoorbeeld inzetten voor vervroegde uittreding, een sabbatical of om- en bijscholing.

Duurzame inzetbaarheid bij zwaar werk

Mensen met zware beroepen moeten zelf het laatste deel van hun loopbaan kunnen inrichten. Hiervoor bestaan mogelijkheden zoals:

  • eerder stoppen met werken;
  • geleidelijk stoppen met werken, bijvoorbeeld door deeltijdpensioen;
  • een generatiepact (een vorm van arbeidsduurverkorting voor oudere werknemers);
  • pensioen eerder in te laten gaan.

Hier is subsidiegeld voor beschikbaar.
Er kan ook subsidie aangevraagd worden voor financiële adviesgesprekken. In een gesprek krijgen oudere werknemers inzicht in hun situatie en mogelijkheden. Dit helpt om keuzes te maken.