Beschermde titels in de zorg

In Nederland is wettelijk bepaald welke zorgverleners een beschermde titel mogen gebruiken. Dit staat in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). De wet regelt de bescherming van beroepstitels en opleidingstitels van beroepen in de gezondheidszorg.

Beschermde beroepstitels

In de Wet BIG staan 9 medische beroepen waarvan de beroepstitel wordt beschermd. Dit worden ook wel artikel 3-beroepen genoemd. Dit zijn:

  • arts;
  • tandarts;
  • apotheker;
  • gezondheidszorgpsycholoog;
  • psychotherapeut;
  • fysiotherapeut;
  • verloskundige;
  • verpleegkundige;
  • Physician assistant.

Van deze 9 beroepen zijn onder meer de opleidingseisen wettelijk vastgelegd.

Wet- en regelgeving

Het doel van de Wet BIG is patiënten te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen van zorgverleners. Dit doet de Wet BIG onder andere met het BIG-register.
De Wet BIG verdeelt beroepen die onder deze wet vallen in 3 groepen volgens hun wettelijke artikelnummer: artikel 3-, 34- en artikel 36a-beroepen. Wettelijk erkende specialismen vallen onder artikel 14. Alleen artikel 3-beroepen staan geregistreerd in het BIG-register en vallen onder het tuchtrecht.

Artikel 3-beroepen

Artikel 3-beroepen:

  • hebben een wettelijk beschermde beroepstitel;
  • moeten zich registreren in het BIG-register;
  • vallen onder het tuchtrecht.

Artikel 36a-beroepen (experimenteer beroepen)

Artikel 36a-beroepen:

  • hebben een wettelijk beschermde opleidingstitel;
  • kunnen zich (binnenkort) tijdelijk registreren in het BIG-register;
  • vallen onder het tuchtrecht;
  • mogen voorbehouden handelingen uitvoeren;
  • hebben tijdelijk zelfstandige bevoegdheid.

De huidige artikel 36a-beroepen zijn:

  • Klinisch technoloog (per 1 januari 2019 artikel 3 basisberoep);
  • Bachelor Medisch Hulpverlener.

Beschermde opleidingstitels

Er zijn beroepen in de gezondheidszorg waarvan de opleidingstitel beschermd is. Alleen degenen die deze opleiding hebben afgerond mogen de opleidingstitel voeren. Beroepen met een beschermde opleidingstitel zijn bijvoorbeeld apothekersassistent, diëtist, logopedist, mondhygiënist en optometrist. Zorgverleners met een beschermde opleidingstitel worden niet ingeschreven in het BIG-register.

Beschermde specialistentitels

Een zorgverlener heeft bijzondere deskundigheid verkregen als hij een specialistenopleiding heeft gevolgd. Artsen, tandartsen, apothekers, gezondheidszorgpsychologen en verpleegkundigen kunnen specialistenopleidingen volgen.

Beroepsorganisaties kunnen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) vragen om specialistentitels wettelijk te erkennen. Alleen personen die in het BIG-register én in het specialistenregister van de beroepsorganisatie staan, mogen een wettelijk erkende specialistentitel voeren. Anderen mogen dat niet.

Buitenlands diploma en beschermde titel

De kwaliteitseisen voor beschermde beroepstitels en beschermde specialistentitels gelden ook voor zorgverleners met een buitenlands diploma. Afhankelijk van het beroep en het land van herkomst kan het diploma direct worden erkend. Maar het kan ook zijn dat de zorgverlener eerst een verklaring van vakbekwaamheid moet aanvragen.