Regels rondom voorbehouden handelingen

Voorbehouden handelingen zijn risicovolle, medische handelingen die alleen bevoegde zorgverleners mogen uitvoeren. Niet alle risicovolle handelingen zijn voorbehouden. Welke risicovolle handelingen voorbehouden zijn, staat in de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG). Hier staat ook wie ze zelfstandig of in opdracht mag uitvoeren.

Verschil risicovolle handelingen en voorbehouden handelingen

Risicovolle handelingen zijn handelingen die bij onzorgvuldig of onbekwaam handelen vrijwel zeker tot gezondheidsschade leiden. Een risicovolle handeling is voorbehouden als er onaanvaardbare risico’s zijn voor de patiënt als een ondeskundige de handeling uitvoert.

Alle voorbehouden handelingen zijn risicovol, maar niet alle risicovolle handelingen zijn voorbehouden. Zo is een infuus inbrengen in de wet BIG omschreven als een voorbehouden handeling. Een infuuszak verwisselen is een risicovolle handeling, maar niet voorbehouden.

Voorbeelden voorbehouden handelingen

Er zijn in totaal 14 voorbehouden handelingen. Bijvoorbeeld:

  • heelkundige handelingen;
  • verloskundige handelingen;
  • injecteren;
  • iemand onder narcose brengen.

Deze 5 beroepsgroepen zijn zelfstandig bevoegd om voorbehouden handelingen uit te voeren:

  • artsen;
  • tandartsen;
  • verloskundigen;
  • physician assistants;
  • verpleegkundig specialisten.

Deskundig en bekwaam voorbehouden handelingen uitvoeren

Wie voorbehouden handelingen uitvoert, moet dat deskundig en zorgvuldig doen. Ook moet hij bekwaam zijn. Dat wil zeggen dat hij voldoende kennis en vaardigheid heeft om de handeling uit te voeren. Anders ontstaan onverantwoorde risico's voor de gezondheid van de patiënt.

Deskundigheid zorgverlener

Om deskundig te worden, volgen zorgverleners een opleiding. Is een beroep vastgelegd in de Wet BIG? Dan staan in die wet ook de opleidingseisen en het deskundigheidsgebied voor dat beroep.  Wie aan deze eisen voldoet, mag de wettelijk beschermde titel dragen die bij dat beroep hoort. Voor een arts is oncologie een voorbeeld van een deskundigheidsgebied.

De beroepsgroepen binnen de zorg bepalen in overleg met het Ministerie van VWS welke eisen zij stellen aan deskundigheid. Dit doen zij via hun beroepsvereniging, waarna deze beroepsvereniging de eisen met VWS afstemt. Bijvoorbeeld de beroepsvereniging Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland (V&VN). Zo waarborgen de beroepsgroepen de kwaliteit van hun zorgverleners.

Bekwaamheid zorgverlener

De Wet BIG gaat ervan uit dat elke zorgverlener met een BIG-registratie zorgt dat hij alleen voorbehouden handelingen uitvoert als hij bekwaam is. Een zorgverlener is bekwaam als hij:

  • kennis heeft over de  handeling, de technieken, het doel, de anatomie, de risico’s, voor- en nazorg en eventuele complicaties;
  • vaardig is in het uitvoeren van de handeling en bijkomende activiteiten (bijvoorbeeld beslissen en informeren).

Zorgverleners krijgen deze kennis en vaardigheid door bijvoorbeeld een wettelijk erkende opleiding te volgen. Maar ook door bij- en nascholing, vaardigheidstraining of door meerdere malen een handeling uitvoeren.

Richtlijnen voorbehouden en risicovolle handelingen

Voor zowel voorbehouden als risicovolle handelingen gebruiken instellingen vaak richtlijnen (protocollen). Zo’n richtlijn helpt de zorgverlener de handeling uit te voeren. En draagt zo bij aan de kwaliteit. In een richtlijn staat een checklist voor de uitvoering van voorbehouden en risicovolle handelingen. Ook staat er in wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe te handelen als het mis dreigt te gaan.

Zo kan bijvoorbeeld in een richtlijn voor verpleeghuizen staan: 

  • dat een verpleeghuis een overzicht maakt van de voorbehouden handelingen die in het verpleeghuis worden uitgevoerd;
  • dat een verpleeghuis in kaart brengt welke bekwaamheid en bevoegdheid er is bij medewerkers van het verpleeghuis;
  • welke zorgvuldigheidseisen moeten worden nageleefd in een verpleeghuis.

Zelfstandig bevoegd tot voorbehouden handelingen

De Wet BIG geeft per voorbehouden handeling aan welke zorgverleners zelfstandig bevoegd zijn om deze handeling uit te voeren als zij bekwaam zijn. Dit kan een arts, tandarts of verloskundige zijn. Verpleegkundig specialisten en Physician Assistants kunnen ook bevoegd zijn om bepaalde taken zelfstandig uit te voeren, zoals injecties geven en geneesmiddelen voorschrijven.

Een zorgverlener die zelfstandig bevoegd is, mag de voorbehouden handeling zelf uitvoeren. Maar hij mag ook een andere zorgverlener opdracht geven om de handeling uit te voeren. Dit mag alleen als deze opdrachtnemer bekwaam is.

Niet zelfstandig bevoegd tot voorbehouden handeling

Niet zelfstandig bevoegde zorgverleners kunnen in opdracht van een zelfstandig bevoegde zorgverlener voorbehouden handelingen uitvoeren. Dit geldt bijvoorbeeld voor verzorgenden en helpenden. Zij mogen onder de volgende voorwaarden voorbehouden handelingen uitvoeren: 

  • De opdrachtnemer is bekwaam om de voorbehouden handeling uit te voeren.
  • De opdrachtgever geeft, waar nodig, aanwijzingen voor de uitvoering van de voorbehouden handeling. Ook houdt de opdrachtgever toezicht bij de uitvoering en kan hij ingrijpen als dat nodig is. Dit heet tussenkomst.

Geeft een arts bijvoorbeeld op een andere locatie telefonisch opdracht aan een niet-zelfstandig bevoegde zorgverlener? Dan is het onwaarschijnlijk dat de arts aanwijzingen kan geven, toezicht kan houden en zo nodig kan ingrijpen. Voldoen opdrachtgever en opdrachtnemer niet aan de voorwaarden? Dan zijn ze strafbaar.

Functionele zelfstandige bevoegdheid

Sommige beroepsgroepen mogen handelingen uitvoeren in opdracht van een zelfstandig bevoegde zorgverlener, zonder dat hierbij toezicht en tussenkomst nodig zijn. Dit heet functionele zelfstandige bevoegdheid. De zorgverlener moet wel bekwaam zijn om de handeling uit te voeren, en moet altijd met een opdracht handelen.

Voorbeeld: een verpleegkundige mag zonder tussenkomst of toezicht van een arts een onderhuidse (subcutane) injectie geven.

Een zorgverlener die functioneel zelfstandig bevoegd is mag zelf geen opdracht geven aan een andere zorgverlener. Ook niet als deze bekwaam is.

Voorbehouden handeling uitvoeren in noodsituatie

In een noodsituatie hoort iedereen te handelen naar beste weten en kunnen. Bij een noodsituatie mag iemand die niet zelfstandig bevoegd is wel een voorbehouden handeling uitvoeren. Bijvoorbeeld bij de voorbehouden handeling  defibrilleren. In een noodsituatie mag iemand die eerste hulp verleent (privé of beroepsmatig) deze handeling uitvoeren. 

Medisch handelen in privésituatie

De regels voor  voorbehouden handelingen in de Wet BIG gelden voor alle zorgverleners die beroepsmatig voorbehouden handelingen verrichten. Patiënten, ouders en familieleden die voorbehouden handelingen uitvoeren, bijvoorbeeld als mantelzorger, vallen daar niet onder. Een diabetespatiënt mag bij zichzelf insuline spuiten. Ouders mogen een sonde inbrengen bij hun verstandelijk gehandicapte kind dat niet zelfstandig kan eten of drinken. In al deze gevallen is het belangrijk dat degene die de handeling uitvoert, bekwaam is om deze voorbehouden handelingen uit te voeren.

Toezicht op medisch handelen zorgverleners

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) houdt toezicht op het handelen van zorgverleners. En dus ook op de uitvoering van voorbehouden en risicovolle handelingen door zorgverleners. Dit gebeurt op grond van de Wet BIG en andere wetgeving, zoals de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz).

De IGJ, het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg of een rechter kunnen BIG-geregistreerde zorgverleners een tuchtmaatregel opleggen. Dit kan op grond van het tuchtrecht in de Wet BIG. Bijvoorbeeld als een (tand)arts een verwijtbare fout maakt tijdens een operatie of als een verpleegkundige zijn beroepsgeheim schendt. Een tuchtmaatregel kan gevolgen hebben voor de inschrijving van de zorgverlener in het BIG-register.