Grensoverschrijdende samenwerking (GROS)

Het kabinet wil meer samenwerking met de buurlanden. Dit moet zorgen voor meer economische groei en innovatiekracht in de grensregio’s. Maar ook een verbetering van sociale en fysieke leefbaarheid, zoals beter aansluitend openbaar vervoer.

Waar richt GROS zich op?

De Nederlandse grensprovincies en gemeenten, maar ook bedrijven en (kennis)instellingen moeten samenwerken met de buurlanden. Bij grensoverschrijdende samenwerking moet u denken aan:

  • informatie voor werknemers die aan de andere kant van hun grens (willen) werken over belastingen en sociale wetgeving;
  • samenwerking om te komen tot grensoverschrijdende arbeidsbemiddeling;
  • wederzijdse erkenning van diploma’s en beroepskwalificaties;
  • het organiseren van (openbaar) vervoer dat grensoverschrijdend goed aansluit;
  • internationaal ondernemerschap;
  • onderwijs in buurtalen;
  • afspraken over spoedhulp door ambulances en brandweer.

Grensoverschrijdende initiatieven krijgen steun van de Rijksoverheid. Bijvoorbeeld door afspraken te maken met buurlanden of door regelgeving aan te passen.

Voor wie is GROS belangrijk?

De samenwerking van de Nederlandse grensregio’s richt zich op Vlaanderen en Wallonië (België) en Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen (Duitsland).
Lokale en regionale overheden en organisaties kunnen grensoverschrijdende samenwerking zelf goed organiseren. Op een aantal punten is steun van de nationale overheden nodig. Zo kunnen overheden verdragen afsluiten om samenwerking mogelijk te maken.