Weblogberichten

Museum in het groen

Een rijksgebouw met een reusachtige legertank voor de deur. Dat kom je in Nederland alleen tegen bij het Nationaal Militair Museum in Soesterberg. Dit opvallende gebouw op deze historisch passende plek is een Design Build Finance Maintain Operate (DBFMO)-project. Wat betekent dit voor de exploitatie van het museum?

Het Nationaal Militair Museum in Soesterberg

Bos, heide, zandverstuivingen. Alleen al de omgeving rondom Het Nationaal Militair Museum is een bezoek waard. Op de markante oude uitkijktoren zie je goed wat er op de voormalige vliegbasis Soesterberg in het groen verscholen ligt: de oude landingsbaan en militaire bunkers en loodsen. Maar het opvallendst is het bijna glazen gebouw dat onderdak verleent aan indrukwekkende straaljagers, vitrines vol met wapens en enorme maquettes met honderden miniatuursoldaatjes.

Driehoek

Het museum is in december 2014 officieel geopend door Koning Willem-Alexander. Vanaf dat moment ging voor dit DBFMO-project de exploitatiefase van 25 jaar in. De opdrachtgever, het ministerie van Defensie, heeft het contractmanagement uitbesteed aan het Rijksvastgeodbedrijf (RVB). Bas Coopmann, contractmanager sectie DBFMO RVB: ‘Bijzonder is de driehoek waarin we bij dit project samenwerken. Het RVB vertegenwoordigt de opdrachtgever, NMM Company B.V. (Heijmans) is verantwoordelijk voor de exploitatie en de Koninklijke Stichting Defensiemusea (KSD) is de gebruiker van het museum.’

Gebouw in gebouw

Ton Fleuren, directeur Business Development en Marco van Zuidam, Facility coördinator, zijn vanuit Heijmans betrokken bij het project. Marco van Zuidam is dagelijks bij het museum te vinden en dat vindt hij zeker geen straf. ‘Het is een voorrecht om op zo’n mooie plek te werken.’ Hij wijst naar de glazen gevel. ‘Het transparante ontwerp is vooral bijzonder voor de functie van het gebouw. Veel museumstukken kunnen geen daglicht verdragen. Daarom heeft de architect een gebouw in het gebouw ontworpen. Hier zijn de objecten te vinden terwijl de rest van het gebouw grote ramen heeft zodat je je optimaal verbonden voelt met de omgeving. In samenspraak met ecologen van Heijmans en van het Rijksvastgoedbedrijf heeft een landschapsarchitect het ontwerp gemaakt. Hierin is meegenomen dat de natuurwaarden zich verder kunnen ontwikkelen in de komende 25 jaar. Dit wordt regelmatig gemonitord.’

Horeca en winkel

Omdat dit een DBFMO-project is, zijn alle facilitaire processen inclusief horeca, winkel en beheer van de kassa voor de komende 25 jaar ondergebracht bij het consortium. Marga van Berkel, manager Bedrijfsvoering KSD, vertelt wat dit in de dagelijkse praktijk met zich meebrengt: ‘Aan de ene kant hoeven we ons dus niet met deze facilitaire zaken bezig te houden maar we hebben er ook geen invloed op. Bovendien brengt iedere wens die we op dit gebied hebben automatisch een kostenplaatje met zich mee. Dat maakt je bewuster van de kosten. Maar het betekent ook dat we er ook niets aan kunnen verdienen en onze inkomsten beperkt zijn tot de entreetickets en betaalde evenementen en activiteiten.’

Inzicht in elkaars werk

Deze constructie zorgt er ook voor dat elke wijziging door het consortium moet worden uitgevoerd. Dat kan lastig zijn voor een museum dat zichzelf zo aantrekkelijk mogelijk aan het publiek wil presenteren. Marga van Berkel: ‘Willen we iets aan de expositie veranderen dan zou je dat normaal gesproken met je eigen mensen opknappen maar nu moet je het aankaarten bij de dienstverlener en zorgen dat je extra budget hebt. Daar moet je aan wennen maar in de loop der tijd weet je van elkaar steeds beter wie je waarvoor moet hebben en hoe je er met elkaar het beste uit kunt komen. De DBFMO-partners zijn allemaal serviceverleners met hun eigen procedures. Als je de procedures beter kent dan kun je daarop inspelen en kun je er ook voor zorgen dat je zelf beter en sneller geholpen wordt.’

Goed ondernemerschap

Dat de samenwerking bij dit project goed uitpakt, heeft volgens Bas Coopmann veel te maken met het ondernemerschap van de betrokkenen. ‘Die drive maakt dat zowel de gebruiker als de opdrachtnemer wil dat het museum goed draait. Er is in de samenwerking geïnvesteerd en het loopt nu goed en zelfs beter dan bij andere DBFMO-projecten. Dat DBFMO die prikkel in zich heeft en dat je daarmee kosten kunt besparen, juichen wij natuurlijk toe. De partijen zien elkaar regelmatig, bespreken hoe het loopt en bekijken onder meer of er wijzigingen nodig zijn. Dat zal zeker bij een project als dit de komende 20 jaar nog weleens nodig zijn en het contract biedt daar ook de ruimte voor.’

Wijzigingen in kaart brengen

Marco van Zuidam beaamt dat het nu goed loopt. ‘Belangrijk bij deze DBFMO-projecten is om het proces van wijzigingen al van tevoren in te richten. Waarbij je goed met elkaar moet bespreken wat de gevolgen van veranderingen zijn. Wil je bijvoorbeeld een paar extra tentoonstellingsschermen hebben dan moet in de kostenberekening worden meegenomen dat die schermen in de komende 20 jaar ook een paar keer vervangen moeten worden. Daardoor is het niet zomaar geregeld. Dat geldt ook voor afwijkende activiteiten zoals het ontvangen van groepen buiten de openingstijden. Want hoe gaat het dan met de beveiliging en de extra energiekosten als die niet zijn opgenomen in de begroting? Het doorrekenen van de kosten tot het eind van het contract maakt het soms complex. Dat is hier ook een leerproces geweest maar daar hebben we onze weg in gevonden.’ Marga van Berkel: ‘En we houden de samenwerking succesvol door ons gezamenlijke belang goed voor ogen te houden: tevreden publiek dat kennismaakt met de wereld van Defensie door alle indrukwekkende verhalen en objecten die je in dit museum vindt.’