Weblogberichten

Nederland helpt andere landen met kennis over Publieke Private Samenwerking

Publieke Private Samenwerking is niet iets typisch Nederlands. Ook in andere landen werken private partijen en de overheid samen om hogere kwaliteit te realiseren tegen lagere kosten. En dan gaat het, net als in Nederland, om bijvoorbeeld tunnels, wegen en overheidsgebouwen. Maar er is wel een verschil: Nederland heeft ruim twintig jaar ervaring. Die kennis en expertise deelt Nederland met andere landen: onlangs nog, op een speciale conferentie over het thema. ‘Nederland wordt echt als voorbeeld gezien’.

De delegatie van de kiesgroeplanden sloot het congres af met een bezoek aan de Botlekbrug.

Wat in Nederland meestal PPS wordt genoemd, een Publieke Private Samenwerking, heet in het Engels een PPP: een Public Private Partnership. Omdat Nederland hier inmiddels meer dan twee decennia ervaring mee heeft, kloppen andere landen regelmatig bij Nederland aan als ze hier vragen over hebben.

Conferentie

Het gaat dan met name om een groep landen die de kiesgroeplanden wordt genoemd. Met die landen heeft het ministerie van Financiën een actief kennisuitwisselingsprogramma. Dat leidde eind 2019 tot een tweedaagse conferentie, helemaal gewijd aan PPP. Bij de conferentie waren acht kiesgroeplanden aanwezig, zoals Georgië, Oekraïne, Bulgarije en Kroatië.

‘Wij krijgen veel verzoeken van onze counterparts in kiesgroeplanden om te helpen bij hervormingen op het gebied van openbare financiën. Ook de belangstelling voor PPP’s is in deze landen groot’, zegt coördinerend beleidsmedewerker Angelique van Haasteren van de directie Buitenlandse Financiële Betrekkingen.

Wat zijn kiesgroeplanden?

De zogeheten kiesgroeplanden zijn de landen die deel uitmaken van de Nederlandse ‘kiesgroepen’ bij het IMF, de Wereldbank en de EBRD (de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling). Omdat niet alle landen zelf een zetel hebben, is afgesproken dat kleinere staten samen elkaars belangen behartigen. Zo vertegenwoordigt Nederland een kiesgroep met o.a. Armenië, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Kroatië, Georgië, Noord-Macedonië, Moldavië, Mongolië, Montenegro, Roemenië, en Oekraïne.

Leren van elkaar

‘De bedoeling is dat we Nederlandse ervaringen en lessen over PPP’s delen, maar vooral dat de landen hun eigen ervaringen op tafel leggen en met elkaar bespreken. Zo leren zij van elkaar en geven wij aan wat onze leerervaringen en principes zijn geweest’, aldus specialist Erik Jan Snik van de directie Financieringen van het ministerie van Financiën, die met Rijkswaterstaat de conferentie inhoudelijk verzorgde.

Er valt genoeg van elkaar te leren, zeggen Angelique en Erik Jan. ‘De uitgangssituatie in de landen is zeer divers. Sommige landen hebben simpelweg te weinig geld om überhaupt projecten te kunnen doen, terwijl andere landen al jaren geleden zijn begonnen met PPP-projecten.’

Geen wondermiddel

Ook is een PPP geen wondermiddel, leggen zij uit. ‘Zo wordt het vaak nog als instrument gezien om geld te krijgen van private partijen, risico’s af te schuiven en de overheidsbegroting te ontzien. Hier is PPP niet voor bedoeld. Het is een middel om een doel te realiseren en dit betekent dat men zorgvuldig moet blijven afwegen wanneer PPP het best kan worden toegepast. We hebben gemerkt dat die boodschap goed overkwam’.

Erik Jan: ‘Andere landen kijken naar Nederland als voorbeeld op dit gebied, vanwege de goede kwaliteit van PPP hier. En dat is zeker de verdienste van de goede samenwerking tussen de overheid en alle marktpartijen in Nederland, die hard meehelpen van PPP een succes te maken.’

Kennisuitwisseling met het buitenland

Het ministerie van Financiën helpt verschillende landen met kennisuitwisseling, maar richt zich hoofdzakelijk op de zogenaamde kiesgroeplanden. Het kiesgroepprogramma is erop gericht om ministeries van Financiën en aanverwante organisaties in kiesgroeplanden te helpen bij het invoeren van Europese en internationale standaarden op het gebied van transparante en solide openbare financiën. Nederlandse best practices kunnen worden gebruikt om de landen daarbij te helpen. Zie ook deze pagina op Rijksoverheid.nl.

Dit artikel is gebaseerd op een eerder verschenen publicatie op het intranet van het Ministerie van Financiën.