Rekenonderwijs blijven verbeteren

Goede rekenvaardigheden zijn belangrijk voor de prestaties op school, op de arbeidsmarkt en in de samenleving. Om het rekenonderwijs verder te verbeteren, hebben de overheid, het onderwijs, leerlingen en ouders afspraken gemaakt. 

Afspraken in Rekenagenda

De afspraken om het rekenonderwijs te verbeteren staan in de agenda rekenonderwijs voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs (de Rekenagenda). Doel is het rekenonderwijs blijven verbeteren. Ook nu de rekentoets nog niet meetelt voor het behalen van het diploma in het vmbo, havo en mbo.

Afspraken over rekenonderwijs

De afspraken in de Rekenagenda gaan over:

  • Het belang van rekenen uitleggen aan leerlingen en studenten.
  • Rekendocenten meehelpen om het rekenonderwijs verder te ontwikkelen.
  • De rekenresultaten blijven het uitgangspunt voor besturen en management van een school.

De afspraken gelden voor leerlingen en studenten op het voortgezet onderwijs (vo) en het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Hieronder een voorbeeld van een aantal afspraken die zijn gemaakt. 

Het belang van rekenen uitleggen aan leerlingen en studenten

Ook als de rekentoets nog niet meetelt voor het behalen van het diploma, is het belangrijk dat alle leerlingen en studenten hun best doen om hun rekenvaardigheden zo ver mogelijk te verbeteren. Daarom gaan scholen in het voortgezet onderwijs, mbo en het hoger onderwijs (nieuwe) leerlingen en studenten duidelijk maken  waarom rekenvaardigheden zo belangrijk zijn. Zowel voor de huidige opleiding, als voor een vervolgopleiding en hun latere beroep.  Dit gebeurt bijvoorbeeld tijdens de voorlichtingsgesprekken. Ook worden oud-studenten gestimuleerd om te vertellen over het nut van rekenen. 

Rekenvaardigheden op de cijferlijst

Leerlingen en studenten krijgen toetsen of examens voor rekenen. Het resultaat van die toetsen komt op de cijferlijst te staan. Dit geldt voor het voortgezet onderwijs en het mbo. Dit geeft een stimulans aan de leerlingen en studenten om beter hun best te doen.

Daarnaast onderzoeken de Vereniging van scholen in het voortgezet onderwijs (VO-raad) en de MBO Raad of studenten die goed kunnen rekenen, extra beloond kunnen worden. Bijvoorbeeld met een plusdocument of met een bewijsstuk bij het diploma. 

Vragen of klachten over het rekenonderwijs

Leerlingen, studenten en ouders die vragen of klachten hebben over het rekenonderwijs, kunnen terecht bij:

Rekenresultaten blijven uitgangspunt voor besturen en management school

Bestuurders en het management blijven sturen op de resultaten voor rekenen. De resultaten van de scholen worden openbaar gemaakt. Dit zorgt ervoor dat de aandacht niet verslapt, omdat bijvoorbeeld leerlingen en ouders hierover het gesprek kunnen aangaan. Op basis van de resultaten kan de school bijvoorbeeld ook verbeterplannen maken. De gegevens zijn ook interessant om te bepalen welke lesmethoden succesvol zijn en welke niet. 

Onderzoek doen naar het effect van het rekenonderwijs

Het is nog niet altijd duidelijk welke lesmethode of aanpak de beste resultaten oplevert. Daarom stelt de Rijksoverheid extra geld beschikbaar voor onderzoek hiernaar.

Zo start in het mbo een onderzoek naar studenten die achter blijven met rekenen. Uit dit onderzoek moet bijvoorbeeld blijken hoe groot die groep is, waarom deze studenten achter blijven en welke oplossingen er zijn.

Daarnaast hebben de Steunpunten voor taal en rekenen een quick scan ontwikkeld. Hiermee krijgen scholen inzicht in wat werkt voor welke doelgroep.

Transitiefase rekenen

Scholen hebben de afgelopen jaren hard gewerkt om het rekenonderwijs te verbeteren. Het is belangrijk dat de opgebouwde kennis en de energie die scholen hebben gestoken in de verbetering van hun rekenonderwijs behouden blijft.

Daarom werkt het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap samen met belanghebbenden en experts in het onderwijs, aan een oplossing om rekenen op de korte termijn onderdeel te laten zijn van het eindexamen in alle schoolsoorten. De minister informeerde de scholen hierover per brief in december 2017 en stuurde een brief aan de Tweede Kamer in maart 2018.