Aanpak laaggeletterdheid

Iedereen moet kunnen meedoen in de samenleving. Maar te veel mensen hebben nog moeite met lezen, rekenen en het gebruiken van een computer of smartphone. Om mee te kunnen doen heb je deze vaardigheden wél nodig. Daarom investeert het kabinet in de aanpak van laaggeletterdheid. Zodat er voor iedereen die zijn vaardigheden wil verbeteren een aanbod van goede kwaliteit in de buurt bereikbaar is. Zo maken we het verschil voor een vaardiger Nederland.

Actieprogramma Tel mee met Taal

Een belangrijk onderdeel van de aanpak van laaggeletterdheid is het actieprogramma Tel mee met Taal. Hiermee wil de overheid taalachterstand tegengaan en lezen aanmoedigen. Het programma loopt door tot en met 2024. Vanaf 2020 zijn de voornaamste doelen van het programma:

  • Meer mensen bereiken, met name mensen die Nederlands als moedertaal hebben. Ook kinderen en jongeren met een risico op een taalachterstand krijgen extra aandacht.
  • Investeren in de kwaliteit van het lesaanbod.
  • Een ambitieuze aanpak in élke gemeente.

In de Kamerbrief vervolgaanpak laaggeletterdheid 2020-2024 is te lezen hoe deze drie doelen zijn vertaald in 10 concrete maatregelen.

Tel mee met taal

De 3 doelen voor de nieuwe aanpak laaggeletterdheid.

Subsidie voor aanpak laaggeletterdheid

De Rijksoverheid geeft ieder jaar €60 miljoen aan gemeenten om laaggeletterdheid aan te pakken. Met dit geld kunnen de gemeenten cursussen aanbieden aan hun inwoners op het gebied van taal, rekenen en digitale vaardigheden

Subsidie Tel mee met Taal
Via de subsidieregeling Tel mee met Taal is er subsidie beschikbaar voor activiteiten gericht op het voorkomen en verminderen van laaggeletterdheid. De subsidie kan ingezet worden voor het verbeteren van taal, rekenen en digitale vaardigheden. In 2019 is er bijna 7 miljoen euro subsidie beschikbaar. Aanvragen kan vanaf 1 juni 2019 tot en met 30 september 2019. Ook wie al eerder subsidie heeft ontvangen van Tel mee met Taal kan in 2019 opnieuw subsidie aanvragen. De subsidie kan aangevraagd worden door:

  • scholen, bibliotheken, instellingen voor jeugdgezondheidszorg of voorschoolse voorzieningen;
  • werkgevers;
  • deelnemers van een lokaal of regionaal samenwerkingsverband.

Een paar voorbeelden van projecten:

  • Het project Taal voor het Leven

    Getrainde taalvrijwilligers helpen docenten bij het geven van taaltrainingen.
  • Taalakkoorden

    Bij het Taalakkoord Werkgevers zijn werkgevers en brancheorganisaties aangesloten. Hierin leggen verschillende partners, waaronder gemeenten, bibliotheken en scholen, hun gezamenlijke doelstellingen vast. En beschrijven zij de acties om deze te behalen. Zij investeren in de taalvaardigheid van hun werknemers en delen hun ervaringen hiermee. Werkgevers kunnen ook gebruik maken van de e stimuleringsregeling Tel mee met Taal.
  • Het project Educatie voor Vrouwen met Ambitie (EVA)

    Lokale vrijwilligersorganisaties leren laaggeletterde en minder digitaal vaardige vrouwen beter lezen, schrijven, rekenen en omgaan met een computer. Ook moedigen ze de vrouwen aan om een opleiding of (vrijwilligers)werk te zoeken.
  • Kunst van lezen

    Bibliotheken, gemeenten en scholen werken samen om kinderen enthousiast te maken voor lezen en boeken. Het onderdeel Boekstart helpt jonge gezinnen om (voor)lezen en boeken een vast onderdeel in de ontwikkeling van kinderen te maken. Bij Bibliotheek op school werken scholen, bibliotheken en gemeenten werken samen om leerlingen enthousiast te maken voor lezen. En om lid te worden van een bibliotheek. Zo kunnen deze leerlingen hun leesvaardigheid vergroten.

Voor het programma werken verschillende partijen samen. Bijvoorbeeld:

  • gemeenten;
  • het UWV;
  • sociale wijkteams;
  • regionale opleidingscentra (roc’s);
  • bibliotheken;
  • werkgevers;
  • scholen;
  • zorginstellingen.

Gevolgen laaggeletterdheid

Ongeveer 1 op de 9 Nederlanders tussen de 16 en 65 jaar heeft moeite met lezen en schrijven. Zij zijn laaggeletterd. Van deze groep heeft 65% Nederlands als moedertaal. De Rijksoverheid geeft geld aan projecten waarmee volwassenen beter leren lezen en schrijven. En aan projecten die voorkomen dat kinderen een taalachterstand oplopen. Want niet goed kunnen lezen en schrijven heeft grote nadelen. Bijvoorbeeld:

  • Werkloosheid

    Van de mensen die moeite hebben met lezen en schrijven, is de helft werkloos. Zij vinden het vaak lastig om een sollicitatiebrief te schrijven. Daardoor komen ze moeilijk aan een baan. Ook hebben ze moeite om hun baan te behouden. Vooral wanneer de werkzaamheden complexer worden.
  • Problemen met gezondheid

    Mensen die niet goed kunnen lezen en schrijven hebben vaak problemen met hun gezondheid. Zij kunnen bijvoorbeeld de bijsluiters van medicijnen niet goed lezen. Daardoor is de kans groot dat zij de medicijnen verkeerd gebruiken.
  • Taalachterstand bij kinderen

    Ouders die moeite hebben met taal kunnen hun kinderen niet goed voorlezen. En minder goed helpen met huiswerk. Daardoor is de kans groot dat hun kinderen ook niet goed leren lezen en schrijven.
  • Problemen met communicatie

    Formulieren invullen, zoals voor uitkeringen, toeslagen en belastingen is lastig. Ook is het vaak moeilijk om een computer, tablet en telefoon te gebruiken.