Aanbiedingspeech minister Hoekstra bij Financieel Jaarverslag van het Rijk 2017

Toespraak van minister Hoekstra (Financiën) bij de aanbieding van het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2017 in de Tweede Kamer in Den Haag op 16 mei 2018.

Voorzitter, dank u wel.

Ik ken mijn plaats. Als lid van het kabinet-Rutte III was ik vorig jaar maar 67 dagen verantwoordelijk voor de overheidsfinanciën en voor de schatkist. En het kabinet-Rutte II was 225 dagen een demissionair kabinet. 2017 was een overgangsjaar.

En dus kan ik mijn invloed op de staat van de overheidsfinanciën van vorig jaar eigenlijk alleen maar overschatten. Maar niettemin ben ik erg blij met het goede rapport dat ik u kan overhandigen, voorzitter. Want Nederland stond er eind 2017 nog beter voor dan het vorige kabinet verwachtte toen het de begroting voor 2017 opstelde. Gaat het goed in de wereld, dan gaat het goed, vaak zelfs heel goed met Nederland.

Maar die goede cijfers kwamen vooral ook door al die hardwerkende Nederlanders die in nog grotere getale dan in 2016 aan de slag gingen. Want Nederland telde vorig jaar nog meer banen, en minder werklozen dan een jaar eerder. Dat leidt automatisch tot meer belastinginkomsten en minder overheidsuitgaven. Maar ook de consumptie en de export stegen, net als de bedrijfsinvesteringen.

En ook dat is gunstig voor de schatkist. Uiteindelijk groeide de economie met meer dan 3 procent. En dat is een groei die we sinds de crisis niet meer hebben meegemaakt, en die dit millennium sowieso zeldzaam is.

Een mijlpaal vorig jaar was dat onze overheidsschuld zakte tot onder de grens van zestig procent van het bbp. Ruim onder die grens zelfs, want eind vorig jaar hadden we een schuld van 56,7 procent van het bbp. Dat is erg goed nieuws.

Dat betekent namelijk dat de last van de Nederlandse overheidsschuld steeds kleiner wordt. Dat zorgt voor lagere renteverplichtingen op korte en op lange termijn. Zo betaalde de overheid ten opzichte van 2012 vorig jaar al 3,2 miljard euro minder rente. 3,2 miljard euro. Dat is veel geld. Als we de schuld verder verlagen, dan krijgen we ruimte voor andere uitgaven en investeringen in onderwerpen die we met elkaar zo belangrijk vinden: in veiligheid, in onderwijs, in zorg, in duurzaamheid en het klimaat

Al die uitgaven, en alle uitgaven aan andere begrotingsposten, betalen we met geld van de belastingbetaler. Met geld van de burger. Daar moet je bedachtzaam, verstandig en integer mee omgaan. Dat is gewoon onze plicht als politiek.

Voorzitter, in dat licht ben ik dan ook blij u te kunnen vertellen dat ook in 2017 ruim 99,5 procent van alle uitgaven en inkomsten rechtmatig zijn uitgegeven en geïnd. Dat is in internationaal perspectief een ongekend hoog percentage. In internationaal perspectief gaan we dus buitengewoon rechtmatig om met het belastinggeld van onze inwoners. Ook dat mag gezegd.

Tegelijkertijd moet dat goede nieuws ons niet verblinden. Want naast die goede investeringen in onze collectieve voorzieningen die op stapel staan, bouwt een verstandige overheid juist in goede tijden buffers op. Want ik roep graag in herinnering dat de overheidsschuld voor de crisis minder dan 43 procent van het bbp was. En juist daardoor kon de overheid toen de ergste klappen van de economisch ongure tijd opvangen. Dat is de rol van de overheid en die rol moet de overheid ook vervullen. De overheid heeft daar buffers voor nodig. En daarom moet de overheidsschuld verder naar beneden.

Die wens heeft uw Kamer ook al bereikt via de Raad van State. En die wens leefde al in een groot deel van uw Kamer. Getuige het verhaal dat 2 woordvoerders in uw Kamer vorig jaar bij de Financiële Beschouwingen aanhaalden over Jozef, de onderkoning van Egypte, die in goede jaren de graanschuren besloot te vullen. Andere woordvoerders gebruikten minder Bijbelse termen, maar bedoelden hetzelfde. En dat is ook mijn uitdrukkelijke wens. Want de overheidsschuld zit nog niet op het niveau van voor de crisis. Ik wil voorbereid zijn op het moment dat alle groene seinen toch onverhoopt op rood komen te staan.

Wanneer dat is, is altijd een verrassing, maar vroeg of laat zal het minder gaan met de economie. Sommige experts zien al het einde van de hoogconjunctuur. Bovendien staat de Brexit staat voor de deur, zorgen internationale geopolitieke spanningen voor onrust, net als de handelsbelemmeringen die her en der boven de markt hangen. Voorzitter, de open, volatiele Nederlandse economie profiteert volop van een groeiende wereldeconomie, maar wordt ook sterk getroffen als het slecht gaat. Zodra de minder prettige tijden aanbreken, dan moeten we er klaar voor zijn. Laat dat een les zijn van de crisisjaren en het belangrijkste motto voor mij de komende jaren.

Voorzitter, het is mij een eer u voor het eerst een Financieel Jaarverslag van het Rijk aan te mogen bieden. Het Financieel Jaarverslag van het Rijk 2017. Dat doe ik dan ook met veel genoegen. En ik kijk uit naar het debat met uw Kamer over dit FJR volgende week woensdag.

Dank u wel!