Aanpak versterken beroepsonderwijs

Ongeveer de helft van de Nederlandse jongeren gaat naar het vmbo. Het vmbo heeft hierdoor een belangrijke positie als basis van het beroepsonderwijs. De overheid wil het beroepsonderwijs versterken door meer samenwerking tussen vmbo en mbo. En door een nieuwe leerweg in het vmbo die beter aansluit op mbo en havo.

Maatregelen versterken beroepsonderwijs

Het beroepsonderwijs biedt onderwijs aan verschillende jongeren, op veel verschillende scholen. Zij hebben ook verschillende leerroutes nodig om het beste uit zichzelf te kunnen halen. Een afgeronde mbo-opleiding biedt volop kansen op de arbeidsmarkt. In vergelijking met andere Europese landen zijn in Nederland erg weinig jongeren werkloos.

Tegelijkertijd blijft de aansluiting tussen vmbo en mbo een aandachtspunt. Het is meer dan ooit nodig dat scholen in de regio samenwerken. Zo hebben jongeren geen last van de overgang van het ene naar het andere onderwijssysteem.

De overheid ziet verschillen onder jongeren groeien en daarmee de behoefte om hen maatwerk te bieden. Al deze jongeren verdienen de ruimte om hun talenten te ontwikkelen. Zo verlaten zij met zoveel mogelijk bagage het beroepsonderwijs.

Overheid, onderwijs en arbeidsmarkt werken daarom samen aan de versterking van het beroepsonderwijs. Hierbij hebben zij de volgende doelen:

  • In 2020 moeten regio’s (vmbo, mbo en arbeidsmarkt) een functionerend samenwerkingsnetwerk hebben binnen alle opleidingssectoren.
  • In 2021 moet elke regio doorlopende leerroutes van vmbo tot mbo bieden passend bij het regionale onderwijsaanbod. Hierbij kunnen jongeren vanuit vmbo basis en kader een mbo 2 opleiding afronden. Het mbo blijft daarbij verantwoordelijk voor de examinering en diplomering.
  • In 2021 volgen alle leerlingen in een nieuwe leerweg praktijkgericht onderwijs, ongeacht hun doorstroomwensen. Deze leerweg vervangt de gemengde leerweg (gl) en de theoretische leerweg (tl).

Meer regionale samenwerking tussen vmbo en mbo (met de arbeidsmarkt)

Dalende leerlingenaantallen en veranderingen op de arbeidsmarkt maken een meer regionale benadering van het onderwijsaanbod nodig. Scholen (vo en mbo) en arbeidsmarktpartijen moeten meer samenwerken om het beroepsonderwijs meer als één geheel vorm te geven.

Vmbo’s en mbo’s in de regio maken hiervoor onderling afspraken en bouwen voort op bestaande netwerken. De MBO Raad en de VO-Raad streven ernaar dat alle regio’s in 2019 samenwerkingsafspraken hebben geformuleerd. Hierbij gaan scholen meer gebruik maken van elkaars expertise en faciliteiten.

De overheid stelt de komende jaren informatie over vmbo-mbo-arbeidsmarkt in de regio beschikbaar, deelt goede voorbeelden en steunt regionale activiteiten (o.a. netwerkbijeenkomsten). Overige maatregelen vanuit de overheid zullen ook een impuls aan de regionale samenwerking moeten geven. Bijvoorbeeld:

Regelruimte voor doorlopende routes vmbo - mbo op alle niveaus

De overheid gaat er de komende jaren voor zorgen dat jongeren in elke regio de mogelijkheid krijgen om doorlopende routes te volgen. Hiervoor krijgt het beroepsonderwijs regelruimte om doorlopende routes vorm te geven. En daarmee het onderwijs te verdiepen, te verrijken of te versnellen.

De verdere vormgeving van de doorlopende leerroutes wordt niet voorgeschreven. Dat laat de overheid over aan de partijen in de regio. Zo is het voor sommige jongeren passend om vanuit een vertrouwde vmbo-school een mbo-opleiding te volgen. Er gaat dan geen tijd verloren aan wennen aan een nieuwe omgeving. De onderwijstijd kan dan zo goed mogelijk worden benut. Een andere mogelijkheid is een geleidelijke overgang naar het mbo. Hierbij starten de jongeren de mbo-opleiding op een vmbo-locatie en volgen steeds meer lessen op het mbo.

Het ministerie van OCW werkt aan een wetsvoorstel dat scholen en instellingen meer ruimte geeft voor samenwerking en het inrichten van doorlopende leerroutes vmbo tot en met mbo.

Sinds 2014 lopen er experimenten met doorlopende leerroutes. In afwachting op het wetsvoorstel kunnen scholen doorgaan met de experimenten met vakmanschap-, technologie- en beroepsroutes. En ze kunnen deze routes zo nodig uitbreiden.

Nieuwe leerweg in het vmbo

De aansluiting vanuit de gl en tl op het mbo en het havo kan en moet beter. Het bedrijfsleven, vervolgopleidingen en jongeren zelf hebben baat bij een uitbreiding van het theoretische leren met een praktisch deel. Daarom werkt het ministerie van OCW samen met het onderwijs aan een nieuwe leerweg in het vmbo.

Daarnaast komt er een wet Gelijke kans op doorstroom van vmbo naar havo. Deze wet regelt dat leerlingen met een gl- of tl-diploma niet geweigerd mogen worden op het havo. Zij moeten wel voldoen aan extra voorwaarden. Zoals geslaagd zijn voor het eindexamen in een extra vak in het vmbo. Het wetsvoorstel gelijke kans op doorstroom vmbo-havo is in behandeling bij de Tweede kamer.

Meer praktijk: betere aansluiting op vervolgonderwijs

De overheid wil dat alle vmbo-leerlingen praktische kennis en vaardigheden aanleren. Daarnaast moeten zij de kans krijgen om zich te oriënteren op verschillende beroepsmatige vaardigheden. De tl/mavo mist een vak waarin leerlingen hier op een praktische manier aan werken. Steeds meer scholen hebben daarom aanvullende onderwijsprogramma’s of een andere aanpak ontwikkeld. Dit vergroot de motivatie van leerlingen en verbetert de aansluiting op het vervolgonderwijs. De nieuwe leerweg biedt een praktisch vak aan alle leerlingen in het vmbo.

Misverstanden over gl en tl opheffen

De overheid pakt met de nieuwe leerweg ook een hardnekkig misverstand aan. Namelijk dat de tl van een hoger niveau zou zijn dan de gl. Maatschappelijk gezien is de gl minder bekend en vaak onterecht minder gewaardeerd dan de tl. Maar op 1 vak na volgen leerlingen in deze leerwegen dezelfde examenprogramma’s. De examens, diploma’s en doorstroommogelijkheden zijn voor tl en gl hetzelfde.

Meer weten over de versterking van het beroepsonderwijs?

Meer informatie over de maatregelen vindt u in de: