Cijfers schooluitval meten

De Rijksoverheid houdt bij hoeveel jongeren van school gaan zonder startkwalificatie. Dit is een diploma havo, vwo of mbo (niveau 2) of hoger. De cijfers helpen onder andere om te bepalen of de aanpak van schoolverlaters werkt. In 2021 mogen jaarlijks maximaal 20.000 nieuwe scholieren uitvallen zonder startkwalificatie.

Doel metingen schooluitval

Er zijn meerdere redenen om schooluitval te meten.

  • Bepalen of de aanpak van schoolverlaters werkt.
  • Bepalen of de doelen van de overheid worden gehaald.
  • In kaart brengen wat de achtergrond is van jongeren die zonder diploma van school gaan.
  • Bepalen hoeveel extra bekostiging de school krijgt voor zijn inzet in de aanpak van schooluitval.

Hoe werkt de meting?

De berekening van het aantal voortijdig schoolverlaters gebeurt elk schooljaar op 1 oktober. Belangrijke vragen zijn:

  • Welke jongeren, die vorig schooljaar op 1 oktober op school zaten, zitten daar nu nog steeds?
  • Welke jongeren zijn in de tussentijd gestopt, zonder dat ze een diploma (startkwalificatie) hebben gehaald?

De meting gaat uit van de startpopulatie. Dit zijn leerlingen die:

  • op 1 oktober een jaar eerder nog geen 22 waren;
  • ingeschreven staan op een school die de rijksoverheid bekostigt. Dit kan een school zijn in het voortgezet onderwijs of het middelbaar onderwijs (mbo).

Alle leerlingen tot 23 worden dus meegenomen in de cijfers.

Uitzonderingen in de metingen

Niet alle jongeren die zonder diploma (startkwalificatie) van school gaan, tellen mee als voortijdige schoolverlaters. Dit geldt bijvoorbeeld voor jongeren die overstappen naar een andere opleiding. Denk aan particulier onderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs. Ook als iemand een vrijstelling van de Leerplichtwet krijgt, telt hij of zij niet mee in de cijfers. Dit is bijvoorbeeld het geval als iemand langdurig ziek is, in het buitenland naar school gaat of een handicap heeft.

Voorlopige en definitieve cijfers

De Rijksoverheid maakt de cijfers elk jaar in februari bekend. Dit zijn de voorlopige cijfers, omdat er achteraf nog correcties worden gedaan. Bijvoorbeeld omdat een leerling tijdens de meting op 1 oktober nog geen startkwalificatie had. Maar tussen 1 oktober en 31 december alsnog een diploma kreeg. Ook gebeurt er nog een accountantscontrole op de cijfers. De definitieve cijfers komen eind oktober, of begin november.