Voortijdig schoolverlaten (vsv)

Deze hoofdrubriek bevat 5 rubrieken:

Feiten en cijfers schooluitval

Er zijn steeds minder schooluitvallers. Dit zijn jongeren die van school gaan zonder diploma havo, vwo, mbo (niveau 2) of hoger. In 2002 vielen 71.000 jongeren uit zonder deze 'startkwalificatie'. Vorig schooljaar waren dit er nog maar 22.948 jongeren.

De aanpak van schooluitval is dus succesvol. Toch vindt de Rijksoverheid dat er nog steeds teveel jongeren vroegtijdig stoppen met school. In 2021 mogen maximaal 20.000 leerlingen per jaar uitvallen zonder startkwalificatie.

Cijfers schooluitval

In het schooljaar 2015-2016 verlieten 22.948 jongeren hun school zonder startkwalificatie. In 2002 bedroeg de schooluitval nog 71.000 jongeren.

Een overzicht van landelijke cijfers en achtergrondcijfers over schooluitval, vindt u in de VSV-Verkenner. Er zijn gedetailleerde cijfers beschikbaar per onderwijsniveau, regio, school of instelling en per gemeente. Ook kunt u gemeenten, regio’s en scholen met elkaar vergelijken. De cijfers gaan over het voortgezet onderwijs en het middelbaar onderwijs (mbo).

In maart komen nieuwe achtergrondcijfers beschikbaar over schooljaar 2015/2016. Tot die tijd vindt u de belangrijkste informatie in de bijlage bij het persbericht van 21 februari 2017.

Cijfers schooluitval in beeld

Cijfers over het aantal vroegtijdig schoolverlaters per schooljaar sinds 2013/2014. Het aantal vroegtijdig schoolverlaters daalt ieder schooljaar.

Schooluitval in Europa

De Europese Commissie (EC) wil het aantal voortijdig schoolverlaters tussen de 18 en 25 jaar drastisch verminderen. De Commissie streeft naar minder dan 10% schoolverlaters in 2020. Nederland heeft zichzelf een strengere doelstelling opgelegd en streeft naar 8%.

Binnen de Europese Unie (EU) lukt het Nederland het beste om het aantal voortijdige schoolverlaters van 18 tot 25 jaar terug te dringen. In 2015 was het Europese gemiddelde 11% In Nederland was dat 8,2%.

Hoe wordt het voortijdig schoolverlaten gemeten?

De meting van het aantal voortijdig schoolverlaters gebeurt elk schooljaar op 1 oktober. De meting vergelijkt:

  • welke jongeren die vorig schooljaar op 1 oktober op school zaten, nu nog steeds op school zitten;
  • welke jongeren er in de tussentijd zijn gestopt, zonder dat ze een diploma (startkwalificatie) hebben gehaald.

De meting gaat over jongeren onder de 23 jaar. Daarom gaat de meting uit van leerlingen die op 1 oktober een jaar eerder nog geen 22 jaar waren.

De Rijksoverheid. Voor Nederland