Voortijdig schoolverlaten (vsv)

Deze hoofdrubriek bevat 5 rubrieken:

Financiële ondersteuning aanpak schooluitval

De overheid, scholen en gemeenten werken samen om te voorkomen dat leerlingen zonder startkwalificatie van school gaan. Hiervoor zijn verschillende maatregelen mogelijk. Zoals extra begeleiding voor uitgevallen jongeren. De Rijksoverheid ondersteunt de aanpak tegen voortijdig schoolverlaten met ongeveer € 140 miljoen per jaar. 

De jaarlijkse financiële ondersteuning bestaat uit een:

  • regionale aanpak (ruim € 80 miljoen);
  • resultaatafhankelijke bekostiging van scholen (ruim € 57 miljoen). 

Geld voor regionale aanpak

De Rijksoverheid ondersteunt de regionale samenwerking tegen voortijdig schoolverlaten (vsv) met ruim € 80 miljoen per jaar. In elke regio spreken scholen, instellingen en gemeenten samen af welke maatregelen genomen worden en hoe zij het beschikbare geld hiervoor inzetten. 

Extra bekostiging voor scholen met minder uitval

Scholen in het voortgezet onderwijs en mbo die het lukt om de schooluitval terug te dringen, krijgen extra bekostiging. Hiervoor gebruikt de overheid cijfers van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). DUO houdt bij hoeveel jongeren uitvallen zonder startkwalificatie. Hiervoor kijkt DUO elk jaar op 1 oktober welke leerlingen tot 23 jaar nog steeds op school zitten. De extra bekostiging van de scholen hangt af van het uitvalpercentage. Dit is het aantal leerlingen dat uitvalt, gedeeld door het totaal aantal leerlingen.

De extra bekostiging wordt achteraf uitgekeerd, op basis van de definitieve vsv-cijfers per schooljaar. Scholen die opleidingen in het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) aanbieden komen niet in aanmerking voor resultaatafhankelijke beloning.

Prestatienormen voor elk onderwijsniveau

Voor elk onderwijsniveau gelden prestatienormen: het percentage jongeren dat uitvalt, mag niet hoger zijn dan deze normen. Deze normen worden elk jaar strenger, omdat de Rijksoverheid wil dat er minder jongeren uitvallen. Als een school de prestatienorm haalt, krijgt het een bepaald bedrag aan extra bekostiging.

Er zijn scholen die veel doen om de uitval terug te dringen, maar toch een te hoog uitvalpercentage houden. Om deze scholen toch te belonen voor hun inzet, krijgen zij een deel van het bekostigingsbedrag. Hoe dichter hun uitvalpercentage in de buurt komt van de prestatienorm, hoe hoger de extra bekostiging is.
 

Dit zijn de prestatienomen voor het voortgezet onderwijs:

 

Prestatienorm over schooljaar 16/17

Prestatienorm over schooljaar 17/18

Vo onderbouw 

 0,75%  0,5%

Vmbo bovenbouw

 3,0%  2,0%

Havo/vwo bovenbouw

 0,5%  0,5%

Dit zijn de prestatienormen voor het mbo:

 

Prestatienorm over schooljaar 16/17

Prestatienorm over schooljaar 17/18

Niveau 1

 27,50%  27,50%

Niveau 2

 9,50%  9,40%

Niveau 3

 3,60%  3,5%

Niveau 4

 2,75%  2,75%
De Rijksoverheid. Voor Nederland