Voortijdig schoolverlaten (vsv)

Deze hoofdrubriek bevat 5 rubrieken:

Minder voortijdig schoolverlaters

De Rijksoverheid, scholen en gemeenten proberen te voorkomen dat leerlingen zonder startkwalificatie van school gaan (voortijdige schoolverlaters). Een startkwalificatie is een diploma op havo, vwo of mbo 2 of hoger. Valt een scholier toch uit? Dan wil de overheid ervoor te zorgen dat hij of zij toch nog een startkwalificatie haalt. 

Voor de aanpak stelt de Rijksoverheid jaarlijks ongeveer € 140 miljoen beschikbaar. Dit bestaat uit

  • regionale aanpak (ruim € 80 miljoen);
  • resultaatafhankelijke beloning van scholen (ruim € 57 miljoen). 

Gevolgen voortijdig schoolverlaten

Jongeren die zonder diploma van school gaan:

  • hebben minder kans op een baan;
  • worden vaker verdacht van een misdrijf;
  • hebben hogere zorgkosten.

Maximaal 20.000 nieuwe vsv’ers in 2021

De Rijksoverheid wil dat zoveel mogelijk jongeren een startkwalificatie halen. Het aantal uitvallers daalt nu al. In 2015-2016 vielen 22.948 jongeren uit. 2002 waren dit er nog 71.000. In 2021 mogen maximaal 20.000 nieuwe nieuwe scholieren uitvallen zonder diploma.

Cijfers schooluitval

Een overzicht van schooluitval per regio, gemeente of school vindt u in de Voortijdig Schoolverlaters-Verkenner.

Maatregelen tegen voortijdig schoolverlaten

De overheid, scholen en gemeenten werken samen om schooluitval tegen te gaan. Hiervoor kunnen zij verschillende maatregelen inzetten. Denk bijvoorbeeld aan stageplekken voor uitgevallen jongeren. Leerplichtambtenaren en medewerkers van het Regionaal Meld- en Coördinatiepunt (RMC) begeleiden jongeren die spijbelen, of helemaal van school (willen) gaan. 

Gaat iemand van school zonder diploma? Dan bekijkt de ambtenaar samen met de school wat er nodig is om diegene zo snel mogelijk terug terug op schoolop een opleiding te krijgen. Dit kan ook extra zorg of andere hulpverlening zijn. Is school geen optie meer? Dan kijkt de ambtenaar per situatie of de jongere kan doorstromen naar de arbeidsmarkt.

Leerplichtambtenaren begeleiden jongeren tot 18 jaar. Het RMC begeleidt jongeren van 18 tot 23 jaar.

Maatregelen afstemmen per regio

Niet overal in Nederland werken alle maatregelen even goed. In elke regio is de situatie weer anders. Dat vraagt om een aanpak op maat. Daarom bekijken scholen en gemeenten binnen hun eigen regio welke aanvullende maatregelen zij inzetten.

Bijvoorbeeld:

  • Overbelaste jongeren krijgen extra begeleiding. Soms hebben zij zo’n complexe thuissituatie , dat het niet meer lukt om naar school te gaan.  
  • Hulp bij de studie- en loopbaankeuze. Dit voorkomt dat jongeren uitvallen doordat de opleiding tegenvalt.
  • Een vroege aanmelddatum invoeren voor het mbo  (1 april). Dit dwingt jongeren al voor hun eindexamen na te denken over hun vervolgopleiding. Nu vallen nog teveel leerlingen na hun vmbo-opleiding uit.
  • Extra aandacht voor jongeren in een kwetsbare positie.
  • Jongeren die zonder diploma uitvallen helpen bij het vinden van werk. Bijvoorbeeld door de samenwerking met de dienst Werk & Inkomen van gemeenten te verbeteren. Dit geldt ook voor jongeren die eerder al uitvielen en nog geen baan of nieuwe opleiding hebben gevonden.
De Rijksoverheid. Voor Nederland