Wat gebeurt er met vakantie-uren die personeel in het onderwijs dit jaar niet kan opnemen?

Wettelijke vakantie-uren vervallen in de regel een half jaar na het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd. Dit betekent dat wettelijke vakantiedagen die in 2019 zijn opgebouwd, vervallen zijn op 1 juli 2020. In de cao kan een andere vervaltermijn of referteperiode zijn afgesproken.

Vakantiedagen primair onderwijs

In het primair onderwijs hebben werknemers bij een fulltime aanstelling 428 vakantie-uren per jaar. Dat zijn:

  • 160 uur wettelijke vakantie-uren;
  • 268 uur bovenwettelijke vakantie-uren.

Vakantiedagen voorgezet onderwijs

In het onderwijs hebben werknemers in de functiecategorieën directie en leraren vakantieverlof tijdens de schoolvakanties. Daarnaast hebben zij recht op 5 extra dagen buiten de schoolvakanties.

Voor onderwijsondersteunend personeel gelden andere regels. Zij hebben bij een werkweek van 40 uur 426 uren vakantieverlof. Dat zijn:

  • 160 uur wettelijke vakantie-uren;
  • 266 uur bovenwettelijke vakantie-uren.

Vervaltermijn wettelijke vakantie-uren

Er geldt een langere vervaltermijn voor wettelijke vakantie-uren als:

  • er een langere vervaltermijn is afgesproken in de arbeidsovereenkomst of cao;
  •  de werknemer de vakantie-uren niet binnen de vervaltermijn kon opnemen. Bijvoorbeeld door ziekte. Of omdat de werkgever het onmogelijk maakte om (genoeg) vakantie op te nemen. Dan geldt een vervaltermijn van 5 jaar.

Vervaltermijn bovenwettelijke vakantie-uren

Voor bovenwettelijke vakantie-uren geldt een vervaltermijn van 5 jaar. Ook hier kan een langere vervaltermijn afgesproken zijn in de cao of arbeidsovereenkomst.

Afkopen of uitbetalen vakantie-uren

Bovenwettelijke vakantie-uren die de werknemer niet heeft opgenomen, kan het schoolbestuur afkopen. De werknemer is niet verplicht dit te doen. Het schoolbestuur is dat ook niet.

Wettelijke vakantie-uren die de werknemer niet heeft opgenomen, krijgt hij meestal niet uitbetaald. Dit mag alleen aan het eind van de arbeidsovereenkomst.