Woningmarkt

Deze hoofdrubriek bevat 5 rubrieken:

Woonakkoord

Het woonakkoord omvat een groot aantal maatregelen die de bouw en daarmee de werkgelegenheid stimuleren, energiebesparing bevorderen, starters helpen en scheefwonen tegengaan. Ook verzacht het de effecten van belangrijke hervormingen uit het regeerakkoord voor de woningmarkt.

De afspraken uit het woonakkoord staan in de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II. De belangrijkste maatregelen zijn:

Huren en kopen

  • Een jaarlijkse verhoging van de huur met niet meer dan 4% boven de inflatie. In het regeerakkoord was 6,5% afgesproken. Met welk percentage de huur maximaal mag stijgen, is afhankelijk van het inkomen.
Inkomen Percentage boven inflatie
Tot € 33.614 1,5%
€ 33.614 t/m € 43.000 2,0%
Vanaf € 43.000 4,0%
  • De verhuurderheffing die de woningcorporaties zullen moeten afdragen zal langzamer oplopen. Het bedroeg in 2013 € 50 miljoen en loopt op tot € 1,7 miljard in 2017. De heffing kan volgens het kabinet in de komende jaren grotendeels worden betaald uit de opbrengst van de huurverhoging. Corporaties kunnen ook zelf een bijdrage leveren door verkoop van woningen en efficiënter werken.
  • Het volledig en annuïtair aflossen van hypotheken binnen 30 jaar blijft de norm. Wel komt er de mogelijkheid om naast de hypotheek een 2e lening af te sluiten tot 50% van de waarde van de woning en een looptijd van maximaal 35 jaar. Deze 2e lening kan niet worden afgetrokken van de belasting. Dit betekent dat in de 1e jaren de maandlasten lager uitvallen. Wanneer u voor hiervoor kiest, zijn de kosten over de gehele periode wel hoger.
  • De bijdrage van de Rijksoverheid aan startersleningen is in 2013 verhoogd van € 20 miljoen naar € 50 miljoen. Daarmee zijn circa 11.000 startersleningen verstrekt.

Bouwen

De Rijksoverheid gaat de investeringscapaciteit in de bouw stimuleren door:

  • Een btw-verlaging van 21% naar 6% voor bouwwerkzaamheden in de bestaande bouw. In het besluit over de tijdelijke verlaging van het btw-tarief is aangegeven dat het verlaagde tarief ook wordt toegepast op arbeidskosten voor de aanleg en onderhoud van tuinen. Dit verlaagde btw-tarief geldt tot 1 juli 2015.
  • Een investeringsfonds van € 150 miljoen voor energiebesparende maatregelen. Dit geldt voor verhuurders en woningbezitters. Het fonds wordt aangevuld met middelen uit de markt, zodat het zal verviervoudigen tot € 600 miljoen.

Overige maatregelen woningmarkt

  • Mensen die te maken krijgen met een inkomensdaling terwijl zij eerder een inkomensafhankelijke huurverhoging hebben gekregen, krijgen recht op huurverlaging. Dit tot het niveau dat zij aan huur zouden hebben moeten betalen als zij geen inkomensafhankelijke huurverhoging zouden hebben gekregen; met een maximum van 2 jaar terugwerkende kracht. En tot het niveau van de huurtoeslaggrens als de huurprijs daarboven was gestegen.
  • De privacy van de huurders zal worden gerespecteerd doordat de huurder geen inkomensgegevens aan de verhuurder hoeft te verstrekken, maar de verhuurders van de Belastingdienst te horen krijgen in welke inkomenscategorie de huurder valt. 
  • Om de laagste inkomensgroep te ontzien, wordt het budget voor de huurtoeslag verhoogd. Dit gebeurt van 2013 tot en met 2017 in een reeks van € 45 miljoen, naar € 135 miljoen, € 225 miljoen, € 315 miljoen en € 420 miljoen.
  • Voor gehandicapten en chronisch zieken kan een uitzondering worden gemaakt voor de inkomensafhankelijke huurverhogingen. Hiermee wordt voorkomen dat er investeringen in aanpassingen van woningen verloren gaan en mantelzorg zou worden ontmoedigd.

Documenten

De Rijksoverheid. Voor Nederland