Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

Gemeenten moeten er voor zorgen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. De gemeente geeft ondersteuning thuis via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).Officieel heet deze wet Wmo 2015.

Ondersteuning thuis vanuit de Wmo

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn. Het gaat bijvoorbeeld om:

Ondersteuning die past bij persoonlijke situatie

Meldt iemand zich bij de gemeente met het verzoek om ondersteuning? Dan moet de gemeente onderzoek doen naar de persoonlijke situatie. 

Persoonsgebonden budget (pgb)

De gemeente kan onder voorwaarden een persoonsgebonden budget (pgb) geven. Met een pgb kan de cliënt de ondersteuning zelf kiezen en inhuren. Het geld komt niet op de eigen rekening. De Sociale Verzekeringsbank zorgt voor de betaling.

Eigen bijdrage Wmo

Gemeenten mogen voor de ondersteuning die zij bieden een eigen bijdrage vragen. Op de website van het CAK kunt u een indicatie krijgen van de hoogte van de eigen bijdrage.

Eigen bijdrage Wmo in 2017

De eigen bijdrage in de Wmo wordt lager in 2017. Alleenverdieners met een chronisch zieke partner merken er het meeste van.

Kabinet Rutte III: abonnementstarief voor gebruik Wmo-voorzieningen

Het kabinet wil dat huishoudens die gebruikmaken van Wmo-voorzieningen hier een maandelijks abonnementstarief van €17,50 voor gaan betalen. De eigen bijdragen zijn dan niet langer afhankelijk van gebruik, inkomen, vermogen en huishoudsamenstelling. Gemeenten kunnen wel nog een lagere eigen bijdrage vaststellen, bijvoorbeeld bij mantelzorg. Dit staat in het regeerakkoord ‘Vertrouwen in de toekomst’.

Zorg of ondersteuning aanvragen

Iedere gemeente organiseert de toegang tot ondersteuning op zijn eigen manier. Sommige gemeenten kiezen voor het Wmo-loket. Veel gemeenten kiezen sociale wijkteams waar mensen terecht kunnen met hun hulpvraag. Wat het wijkteam precies doet, verschilt per gemeente.